Hoofdstuk 12


Vers 1

10 Abib.

Dit gebeurt precies na de negende plaag. 4 dagen moest het lam afgezonderd zijn. Dus op tien Abib / Nissan werd het paaslam uitgekozen. Dat was later ook de dag van de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Het paaslam werd geslacht op veertien Abib.

Op die datum stierf Jezus ook. Zo vervulde Jezus Gods feest precies.



Vers 2

Begin van het jaar.

Voorheen was Tisri de eerste maand. Nu verschuift dat en wordt Abib de eerste maand en Tisri de zevende maand.


Abib = maand van de aren.



Vers 3

Data.

In de tijd van Jezus was het zo:



Vers 4

Dichtstbijzijnde buurman.

Je moest dus wel in vrede leven met je buren, want je moest er nu ook mee eten en feestvieren.

Zo is het later ook met het avondmaal.



Vers 5

Geen gebrek.

Ook aan Jezus, het Lam van God, was geen gebrek. Hij was volmaakt rechtvaardig en zonder zonden.


Eén jaar oud.

Het paaslam is dus niet een dartel klein dier.

Het is een geslachtsrijp dier. Hij is of hij is bijna volwassen. Hij zit vrij dik in de wol of in de vacht.

Het is een ram of een bok.



Vers 6

14 nisan/abib.

Op deze dag is Pesach. Het lam wordt geslacht.

Op deze dag stierf ook Jezus. Zo vervulde Hij dit 1e feest van God.

De feesten van God staan in

Tussen 2 avonden.

Dan had men 24 uren tijd. In Egypte had men géén 24 uren de tijd. Er was haast bij.

Vgl.



Vers 7

Veilig achter het bloed.

Elk kind lijkt van nature op Adam. Ook een Joods kind is alleen veilig achter het bloed van het paaslam.

Het bloed zat mogelijk ook aan de binnenkant. Het was een teken, ook voor kinderen. Ze mogen ook op het bloed zien.

Geloof van de ouders redt niet. Alleen het bloed redt.

Zo worden wij gered door het bloed van het Lam van God, Jezus.



Vers 8

In het vuur.

Her paaslam mocht zeker niet in water gekookt worden.

Het lam werd aan het spit gebraden, in zijn geheel.

Ongezuurde broden.

Zuurdesem is in de Bijbel een beeld van de zonde.

Zonde past niet bij Het Paaslam, want Jezus stierf juist voor de zonden.

Dus het zuurdeeg moet weg.

Bitter kruid.

Tegenwoordig mierikswortel, soms peterselie. Als je op een klein stukje mierikswortel heel goed kauwt, lopen de tranen over jouw wangen. De Israëlieten moesten terugdenken aan de bittere verdrukking in Egypte.



Vers 9

In het vuur.

Het lam wordt in het vuur gebracht. Niet in gekookt water.

Dat is ook een beeld van Jezus. Hij kwam in het vuur van Gods toorn over de zonden.


Geen been gebroken.

Ook aan de gekruisigde Jezus werd geen been gebroken, terwijl dat bij de beide mede-kruiselingen wél gebeurde.



Vers 10

Overige verbranden.

De heiligheid van het lam moest gewaarborgd blijven.

Egyptenaren zouden de overgebleven resten later kunnen vinden en er dan van eten. Dat mocht niet.



Vers 11

Hoe eten?

Dit gold alleen voor de eerste viering.


Pascha.

= voorbijgang.



Vers 12

Ik zal..

God zelf trekt uit. Zo staat het ook in

In Exodus 12:23 lees je zowel over de HEERE als over de verderver die het werk voor de HEERE uitvoert.


In psalm 78 is zelfs sprake van meerdere verderfengelen.

Ook in Openbaring lezen we van Gods engelen, die de zeven schalen leeggieten tijdens de grote verdrukking.

Goden van Egypte.

God gaat de demonen verslaan met het paaslam.

Het gaat dus over concrete goden, demonen.

Openbaring 5:6.

Mozes.

Mozes is de vertegenwoordiger van God.



Vers 13

Als Ik het bloed zie...

Het bloed van het paaslam wijst naar Jezus.

Alleen als we schuilen achter het bloed van Jezus, zal God ons NIET straffen.



Vers 14

Feest voor de HEERE.

De feesten van God staan in

Alle generaties door.

Ook het avondmaal vieren we, totdat Jezus terugkomt.


Hoe trouw vierde men Pesach?



Vers 15

Uit uw huizen.

Bij het paaslam past geen zuurdeeg.

Zuurdeeg is in de bijbel het beeld van de zonde.

Kan gezuurd brood wel bij het avondmaal? Nee toch!



Vers 16

Op de eerste dag.

Dat is de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden, dus de dag volgend op Pesach. Deze dag noemt Johannes "de grote sabbat"

Die "grote sabbat" kwam eraan toen Jezus gestorven was en begraven werd.

Op die dag was dus de uittocht uit Egypte.


Instructie voor de toekomst.

  1. Men moet op die dag samenkomen.
  2. Men mag dan geen werk doen.
  3. Deze dag na Pesach viert men als een sabbat, een feestsabbat, maar die kan op elke dag van de week vallen. Johannes 19:31.



Vers 19

Geen zuurdeeg.

Overal in de bijbel wijst zuurdeeg naar zonde. Bv zuurdeeg van de farizeeërs.

Zuurdeeg moet weg.

Het hoort niet bij het paaslam.

Zo moeten ook wij de zonde verlaten. Een zondig leven past niet bij Jezus, ons Paaslam. Hij stierf om onze zonden.


Brood bij het avondmaal.

Ook past gedesemd brood niet bij het avondmaal. Als desem of gist beeld zijn van de zonde, hoe kun je van gerezen brood dan zeggen: "Dit is Mijn lichaam?" Jezus gebruikte ongezuurd brood.

Jezus was zónder zonden. De schaduw (het brood) moet zijn, zoals de werkelijkheid (Jezus) is.



Vers 20

Overal ongezuurd brood.

Overal in het beloofde land at men ongezuurd brood op Gods feesten van Pesach en van de ongezuurde broden.

Maar het paaslam mocht alleen in Jeruzalem gegeten worden.

Dat is ook precies vervuld door Jezus. Ook Hij, ons Paaslam, stierf in Jeruzalem.



Vers 21

Slacht het Pascha.

Pascha = Het paaslam.

In 1 Corinthiërs 5:7-8 heet Jezus ook Pascha / Paaslam.

Johannes de Doper noemt Jezus "het Lam van God".



Vers 22

Niet op de drempel.

Het bloed mag niet vertrapt worden.



Vers 23

De HEERE en de verderver

In deze tekst lees je over de HEERE die door Egypte gaat en over de verderver die voor de HEERE het werk uitvoert.



Vers 24

Het lam verdwijnt.

In het avondmaal blijven de wijn en het (on)gezuurde brood. Maar.. het lam verdwijnt. Dat lam is niet meer nodig in het avondmaal, want Jezus is ons Paaslam.



Vers 28

Wie onrein was...

Die vierde, volgens Numeri 9:10-14 het paasfeest een maand later.


Waar moest men eten?

Later mocht men dat niet thuis eten, maar moest dat in de plaats waar het heiligdom was. Na David was dat in Jeruzalem.

Deuteronomium 16:4-6.



Vers 29

De eerstgeborene.

Ook een van de ouders kon een eerstgeborene zijn, de oudste in het gezin waaruit hij / zij kwam.


De eerstgeborenen van Israël.

God eigende zich alle eerstgeborenen in Israël toe.

Ze werden gelost en de Levieten namen hun taak over.



Vers 30

Overal was een dode.

Zelfs bij mensen zonder kinderen was er een dood dier van het vee.



Vers 31

Hij riep.

Waarschijnlijk sprak farao hen toen via een bode.



Vers 37

Verzamelen in Sukkoth


Wanneer was de uittocht?

David regeerde in 1000 v Chr.

Hij regeerde 40 jaren, dus tot 960 v Chr.

Toen ging Salomo de tempel bouwen, 480 jaren ná de uittocht.

De uittocht was dus ongeveer 1450 v Chr.

De tempelbouw was ongeveer 960-956 v C.


Probleem. 600.000 man

Uit Egypte trokken 600.000 mannen.

Daarbij horen 600.000 vrouwen.

Bij 600.000 stellen horen 2.400.000 (??) kinderen.

Dan waren er totaal 3.600.000 personen.

Hoelang is zo'n marskolonne?

Strakke militaire formatie (4 personen per rij, 1 meter tussen rijen)
3.600.000 ÷ 4 = 900.000 rijen
900.000 m = 900 km

2. Losse marsorde (1 persoon per meter)

3.600.000 m = 3.600 km

3. Zeer dichte menigte (zoals een protestmars, 2 personen per meter)

3.600.000 ÷ 2 = 1.800.000 m = 1800 km

De marskolonne zou dus ergens tussen 900 km en 3.600 km kunnen liggen, afhankelijk van de opstelling. Dat is minstens de afstand van Nederland naar Zuid-Frankrijk en in het ruimste geval bijna even lang als de hele VS van oost naar west!


Moeilijk te verklaren.

22.273 eerstgeborenen op 603.550 strijders.

Dwz. 1 op 27 mannen was een eerstgeborene.

Maar er zullen ook evenveel vrouwen geweest zijn die eerstgeborene waren.

Dan waren er dus gezinnen van gemiddeld 54 kinderen.

Dat klopt niet.

Of... was het bij de stammen zo zoals bij Jakobs gezin: veel zonen, weinig dochters en slechts 1 eerstgeborene.

Maar...weinig vrouwen, dan ook weinig bevolkingsgroei.


Verschillende groei?

In 215 jaren, van Jakob tot de Exodus groeide het aantal strijders van 30? (Jakobs zonen + volwassen zonen) tot 600.000 strijders.

In 480 jaar, vanaf de Exodus (600.000) t/m David groeit het aantal strijders tot 1½ miljoen.

Van 70 naar 3½ miljoen.

Elk echtpaar moet gemiddeld ongeveer 17 of 18 kinderen krijgen om de populatie in 5 generaties te laten groeien van 70 naar 3,5 miljoen mensen.


Bij 6 generaties betekent dit dat elk echtpaar gemiddeld ongeveer 12 kinderen kreeg per generatie om de populatie in 215 jaar van 70 naar 3,5 miljoen te laten groeien.



Vers 38

Vermengd volk.

Joden waren gehuwd met Egyptenaren.

Die hadden ook geschuild achter het bloed.



Vers 40

430 jaren.

De Septuaginta heeft staan: 430 jaren in Kanaän en Egypte.

Gerekend vanaf het moment dat Abraham naar Egypte trok tot aan Jakobs vertrek naar Egypte is 215 jaren.

Van Jakob tot de uittocht is ook 215 jaren.

In Genesis 15:13 wordt over 400 jaren gesproken.


Jaartallen.

4000 jaren voor Christus was de schepping.



Vers 41

400 jaar of 430 jaar.

In Genesis 15:13 staat dat Israël 400 jaar verdrukt zal worden. Dit wordt gerekend vanaf het moment dat Abraham naar Egypte trok.

In onze tekst lezen we dat ze 430 jaar later uit Egypte trokken.



Vers 42

Waken.

Jezus zegt in de pesach-nacht tegen de discipelen: waak en bid.



Vers 44

Deelname aan Pesach.

Alléén besneden mensen met hun gezinnen mogen deelnemen.



Vers 46

Geen been breken.

Ook hier is de schaduw gelijk aan de werkelijkheid.



Vers 48

Mag een gelovige uit de heidenen dit feest vieren?

Het gaat in deze tekst vooral om vreemdelingen die onder Israël woonden, bv. Egyptenaren of later de Gibeonieten.

In Deuteronomium 16:11 wordt niet over besnijden gesproken.

Bovendien is besnijdenis vh hart belangrijker volgens

Dus in een Messiaans-joodse gemeente hoeft een heiden-christen zich niet te laten besnijden.



Vers 51



<