Farao van de uittocht.
Amenhotep II.
Hij leefde 480 jaren voordat de tempel door Salomo werd gebouwd.
Straf zonder Mozes.
9 Plagen waren gekomen door tussenkomst van Mozes. De tiende plaag is een straf zónder Mozes, direct van God.
Israël is Gods eerstgeboren zoon.
Nu worden de eerstgeborenen in Egypte gedood.
Zilver en goud.
Het volk moet zeer waardevolle spullen vragen. Dit was al eerder meegedeeld.
Men kreeg veel, zoals bleek bij de bouw van de tabernakel. Ze beroofden Egypte.
Genade in de ogen van de Egyptenaren.
Het volk Israël kreeg wat het vroeg. Zo werd Egypte ontdaan van veel rijkdom.
Laatste woorden tegen farao.
Mozes spreekt hier nog tegen farao. Dat blijkt helder uit vers 8. Dit gesprek is vervolg van
Tijd tussen 9e en 10e plaag.
De tijd tussen plaag 9 en plaag 10 zal minstens 4 dagen zijn, want het paaslam moest 4 dagen vóór Pesach al apart worden gezet.
Farao had dus nog minstens 4 dagen de tijd om God te gehoorzamen. Hij wist hoe erg de volgende plaag zou zijn!
Farao was gewaarschuwd.
In Exodus 4:23 moet Mozes tégen farao zeggen dat die Gods eerstgeboren zoon, Israël, moet vrij laten.
Als dat niet gebeurt, zal farao zijn eerstgeborene verliezen.
480 Jaar vóór de tempelbouw was de uittocht uit Egypte. De tempelbouw was in 966 v C.
Teruggerekend komen we dan bij de 18e dynastie.
De farao van de uittocht is dan Amenhotep II.
De uittocht was dan ongeveer 1450 voor Chr.
Zoon van farao.
De tweede zoon van farao Amenhotep II heette Toetmosis IV. Hij droomde dat hij de sfinx van Gizeh moest uitgraven in opdracht van de god Harmachis. Dan zou hij koning worden.
Dit verhaal staat op de "droomstèle" die tussen de poten van de sfinx staat.
Dit koningschap was niet gewoon. Toetmosis IV had waarschijnlijk nog een oudere broer, de kroonprins. Deze oudere broer kan dan bij deze 10e plaag gestorven zijn.
Egyptische bronnen verzwijgen tegenslagen en rampen.
Onderscheid.
Het onderscheid tussen Egyptenaren en Israëlieten was al vanaf plaag 4 duidelijk. De Israëlieten werden niet meer door de plagen getroffen.
Deze dienaren van u.
Mozes spreekt tegen farao en zijn dienaren. Deze dienaren van farao zullen Mozes smeken om te vertrekken met heel het volk Israël.
In brandende toorn.
Waarschijnlijk is farao woedend. Farao schreeuwt: "Dan zult ú sterven!"
Maand Abib/ Nissan.
De farao had het sterrenbeeld Ram als afgod. Dat sterrenbeeld hoort bij de maand Abib/Nissan.
Juist in deze maand was de uittocht om farao en zijn afgod te beschamen.