Hoofdstuk 96


Vers 1

De dichter??

Deze psalm vertoont veel overeenkomst met

Dus zou David de dichter kunnen zijn.


Toekomstperspectief.

Zeker het eerste en laatste vers wijzen naar de regering van Jezus in het vrederijk. Hier wordt profetisch gesproken.


Heel de aarde.

Dat héél de aarde voor de HEERE zingt is toekomst.

Het "zing" is gebiedende wijs.

Maar juist in de Messiaanse psalmen wordt dit beschreven.

Ook in de profeten komen we het tegen. Zij profeteren op die plaatsen ook over het vrederijk.

Zing voor de HEERE.

De HEERE komt tot Zijn doel. Van Hem is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Dat wordt zichtbaar in de komst van Zijn koninkrijk, met de komst van de Messias.

Satan wordt in de afgrond opgesloten.



Vers 2

Loof Zijn Naam.

Het woord voor "loven" kan ook vertaald worden met "zegenen".

Zegen = goed spreken over iemand.


Boodschap van zijn heil.

Heil = yeshû‛âh.

Daarin herkennen we de naam van Jezus.

Dus: breng de boodschap van Zijn Jezus. Die komt spoedig en gaat als Messias regeren.



Vers 3

Heidenvolken.

= gôyim.


Volken.

= ammi.

Dit zijn volken met een relatie.



Vers 4

Alle goden.



Vers 5

Afgoden.

De Septuaginta heeft "demonen".

Demonen zitten achter de afgoden.

Tegenstelling.

God en afgoden.

Afgoden als beelden kunnen niets. De demonen, die achter de afgoden schuil gaan, zijn Gods schepselen.

God is de Schepper van alles. Hij is almachtig.



Vers 6

Zijn heiligdom.

Er is een heiligdom in de hemel.

Dat heiligdom wordt hier waarschijnlijk niet bedoeld.

Dan gaat het hier over een aards heiligdom. In Davids tijd was dat nog de nieuwe tabernakel.

In vers 9 gaat het over een aards heiligdom, de derde tempel, zoals die vanaf Ezechiel 40 beschreven is.



Vers 7

Zelfde tekst.

Toekomstperspectief.

De verzen 7-9 spreken over de verwachting dat de hele aarde God in Zijn tempel zal dienen. Dat is toekomst.

Volken.

= ammi.

Dat slaat op stammen of volken die een relatie met God hebben.

Geef God macht (= lof)

Het grondwoord voor "macht" staat ook in Psalm 8:2: sterk fundament.

In Mattheus 21:16 staat: "lof bereid" i.p.v. sterk fundament gelegd.

Immers...welk schepsel kan aan de Almachtige nog meer macht geven?



Vers 8

Breng offers.

Zelfs in het vrederijk is er een tempeldienst.

De derde tempel wordt beschreven vanaf

Jeremia 33:17-21 spreekt over Levieten die zullen dienen. Het verbond van God met hen kan niemand te niet doen.

In de derde tempel zijn vertrekken voor de offergaven. Die zijn ook voedsel voor de priesters.

Kom in Zijn voorhoven.

De volken zullen optrekken naar Jeruzalem.



Vers 9

Buig u neer.

De toekomstige tempel zal een gebedshuis zijn voor alle volken.

Als de volken optrekken om de Messias te aanbidden, zoals Zacharia 14:16 beschrijft, dan is ook de sjechina weer terug in de tempel.

Sjechina is de heerlijkheid van de HEERE.

Die heerlijkheid van de HEERE zagen de Israëlieten als verterend vuur.

Die heerlijkheid zag Israël ook in de vuurkolom en wolkkolom.

De heerlijkheid van God komt in Salomo's tempel.

De heerlijkheid van God is ook weer uit Salomo's tempel vertrokken.

De heerlijkheid van God komt weer terug in het 3e heiligdom.

De volken zullen in het vrederijk opgaan naar de derde tempel.

Gods heerlijkheid in de wolk.

Markus 14:62.

Ezechiel 43:4.

Zacharia 14:4.

Ezechiel 48:35.


Beef voor Zijn aangezicht.



Vers 10

Zeg onder de heidenvolken.

Vanuit Jeruzalem, de residentie van de Messias, zal de wet uitgaan over de hele aarde.

De HEERE regeert.

Het laatste vers benadrukt dat Jezus komt.

Hij zal in Jeruzalem regeren op de troon van David, zoals Gabriël zei in

Regeert Jezus nú al?

Over de volken rechtspreken.

Hij zal = Jezus zal.

Volken = ammi, volken verbonden met de Messias.

In het vrederijk zal de Messias deze volken besturen. Israël wás Lo-Ammi (= Mijn volk niet),

maar is nu weer "Ammi" (Mijn volk).

Bij Zijn komst zal Hij ook de heidenvolken richten en schapen scheiden van bokken.

De aarde zal niet wankelen.

De aarde heeft gewankeld tijdens de zondvloed. En dat zal waarschijnlijk in de grote verdrukking weer gebeuren.



Vers 11

Hemel en aarde blij.

Nú zucht de schepping.

Nú ziet ze uit naar "het herstel van alle dingen". Alles wordt immers nieuw!

Aan het begin van het vrederijk maakt God een nieuwe hemel en nieuwe aarde. De dieren gaan in vrede leven.

De mensen zullen geen oorlog meer voeren.

De grote schade, die ontstaan is na het openen van de zeven zegels, zal hersteld worden.

Dit is nog niet de nieuwe aarde waar Petrus het over heeft.

Bulderende zee.

In het vrederijk is er nog wel een zee.

In de eeuwigheid is er geen zee meer.

Hier gaat het dus over het vrederijk.

Bulderen = sterk geluid maken.

Dit hoort bij de vreugde van de nieuwe schepping in het Messiaanse rijk.



Vers 12

De nieuwe aarde is blij.

Dezelfde vreugde wordt beschreven in



Vers 13

Hij komt..

Jezus komt.

Hij komt op de Olijfberg.

Hij wordt Koning over Israël.

Hij regeert over heel de aarde.

Oordelen.

Eerst zal Hij, de Messias, komen. Daarna zal Hij de "ammi", de volken die met Hem verbonden zijn, de 12 stammen, regeren.

Of.. Hij zal de "verbonden heidenvolken" oordelen en schapen van bokken scheiden.



<