De dichter.
De Septuaginta noemt David als dichter.
Lofprijzing.
We worden opgeroepen om God lof toe te zingen.
De Rots.
God wordt Rots genoemd. Een rots is onwankelbaar. Zo is onze God. Op Hem kun je aan. Hij is altijd dezelfde.
De wijze bouwer.
Een wijze bouwer bouwt zijn levenshuis op Christus, dé Rots volgens
Loflied.
In de KJV staat: dankzegging.
Door dankzegging en lofprijzing komen we dichterbij God.
Een lofoffer met onze mond.
Hebreeen 13:15 roept ons ook op om God altijd lof te brengen.
3 onveranderlijke redenen.
Dankzegging en lofprijzing hangen niet af van hoe we ons voelen en hangen niet af van onze situatie.
Deze psalm noemt 3 redenen om God zonder ophouden te loven.
In Jeremia 33:11 worden de eerste twee redenen ook genoemd.
Psalm 150:2 noemt ook nog 2 andere redenen:
Goden.
Redenen om God te loven.
In Psalm 100 worden 3 redenen genoemd.
Hier noemt de dichter nog andere redenen.
Aanbidding.
Lofprijzing en dankzegging moeten leiden tot aanbidding.
Aanbidding is vooral een eerbiedige houding voor onze Schepper en Redder.
We zijn stil. We staan open om Zijn stem te horen.
De diepste plaatsen.
Job 26:6 spreekt over "sheool", dodenrijk en "abaddon" (verderf), dat is waarschijnlijk de afgrond waarover de demon Abaddon (=Apollyon) koning is volgens
De diepste plaats op de aarde is de Dode Zee.
Knielen.
Wie knielt maakt zich klein. Zo wordt God groter.
Na de lofprijzing knielen, volledig eerbetoon aan God brengen. De reden volgt:
Wij zijn...
Heden.
De dichter herinnert aan de harde levenslessen van Israël.
Waarom héden?
Omdat het nooit beter zal worden dan het nú is.
Meriba en Massa.
Massa en Meriba.
Dit zijn géén plaatsnamen.
Israël stelde God bij grote dorst 2x op de proef.
De eerste keer in Rafidim.
De tweede keer in Kades.
Bij Kades sloeg Mozes op de rots, terwijl hij moest spreken.
Mijn werk zagen zij.
Ondanks alle grote daden van God beproefde het volk God.
Ze hadden vaak de macht van God gezien.
Mijn rust.
Dat is het beloofde land, Gods land.
Door ongeloof van het volk kwamen slechts 2 volwassenen, die uit Egypte vertrokken, in het beloofde land.
Alleen Jozua en Kaleb kwamen daar. Zij geloofden in God.
Die belofte om in Zijn rust binnen te gaan, is nog steeds van kracht.
Geloof Zijn woord, want Zijn woord is levend en krachtig.