Volgens Septuaginta:
Levieten zingen psalm 94 op woensdag. Zie aantekeningen bij Psalm 93:1.
Ook schrijft LXX deze psalm toe aan David.
De Talmoed geeft aan dat deze psalm te gebruiken is op het Loofhuttenfeest. Dat is juist het feest dat in het vrederijk gevierd wordt.
Verdeling.
Eindtijdperspectief.
De "dag van de wraak" is er zeker in de grote verdrukking. Dan mag er ook om wraak gebeden worden.
In Openbaring 6:9-10 gebeurt dat ook door de martelaren.
Deze psalm heeft zeker veel profetie over de eindtijd.
God van de wraak.
Blinkend.
Vertoon Uw heerlijkheid.
Sta op, HEERE. (Verhef U.)
Dit is een uitdrukking die vraagt of de HEERE nu in actie wil komen.
In Numeri 10:35 staan deze woorden ook en opmerkelijk worden daar ook "haters" en "vijanden" genoemd, die straf krijgen en moeten vluchten.
Zo staat het ook in
Ook die psalm beschrijft eindtijd.
Verhef U.
Deze psalm klaagt ernstig machtsmisbruik aan. God moet dat vergelden. Hoelang zal hun triomf, arrogantie en grootspraak duren?
Rechter van de aarde.
In Handelingen 17:31 stelt God Jezus aan tot Rechter.
Hij is het ook die de hoogmoedige antichrist zijn daden vergeldt.
Jezus richt in het vrederijk ook de volken. Dat is te lezen in
Vergeld de hoogmoedigen.
God haat de hoogmoed.
De antichrist is zeer hoogmoedig.
Hij laat zich als een god vereren en lastert de ware God. Hij voert ook oorlog tegen Gods heiligen, gelovigen.
De goddelozen.
In de eindtijd zijn dat:
Hooghartige taal.
In Daniel 7:20 schetst Daniël de antichrist die een mond vol grootspraak heeft.
Hij spreekt God tégen.
Hij lastert God.
Onrecht bedrijven.
In de grote verdrukking viert het onrecht hoogtij tijdens de dictatuur van de antichrist en de valse profeet.
Micha beschrijft deze vreselijke tijd. Niemand is dan te vertrouwen.
Ze verbrijzelen Uw volk.
Ze = de goddelozen o.l.v. de antichrist.
Die antichrist voert oorlog tegen de gelovigen en overwint.
Daniël zegt hetzelfde.
Verdrukken Uw erfdeel.
Openbaring 13:16-17.
God beschermt weduwe en wees.
De antichrist doet dat juist niet.
De HEERE ziet het niet.
In psalm 10, samen met psalm 9 een psalm over de eindtijd, staat hetzelfde in:
Haat.
Let op onverstandigen .
De dichter richt zich tot hen die denken dat vs 7 waar is.
Zou God, die het oor maakte, niet horen?
Zou God, die het oog maakte, niet zien?
God staat juist bekend als beschermer van de armen.
Exodus 4:11.
1 Corinthiërs 3:20.
Bemoediging.
Nu volgt er bemoediging voor Gods gelovige volk. Gods onderwijs in wet en leer is tot zegen.
Dat geeft rust temidden van zware vervolging.
Kuil voor de goddeloze.
In Psalm 16 is dit woord "kuil" vertaald met
In Psalm 9:16, ook een psalm die de eindtijd beschrijft, lezen we hetzelfde.
De goddeloze, de antichrist, komt om.
Hij gaat naar de "kuil", naar het verderf. We lezen de voltrekking van die straf in
Niet in de steek laten.
Het gelovige overblijfsel van Israël vlucht naar de woestijn.
Daar onderhoudt God hen.
God brengt dit overblijfsel van Israël terug naar Jeruzalem. Zij delen in de vrede van het vrederijk.
Zijn eigendom.
Israël is Gods persoonlijke eigendom.
Het oordeel zal weer rechtvaardig zijn.
Dit zal gebeuren als Jezus op Davids troon gaar regeren te Jeruzalem.
Jezus zal, volgens Mattheus 25, de volken rechtvaardig oordelen. De bokken, de goddelozen, gaan naar de hel. De schapen mogen het koninkrijk van de Messias binnengaan.
Jezus zal de volken rechtvaardig oordelen en regeren in gerechtigheid.
Wie zal voor mij opkomen?
= mij verdedigen.
De Enige Die het tegen dé goddeloze zal opnemen is de Messias. Jezus wordt in vers 17 ook de Helper genoemd.
Hier wordt het einde van de goddeloze aangekondigd.
In de stilte.
Dan was ik gestorven.
God ondersteunt.
Ook in dit vers blijkt dat God helpt. Zo ook in vs 19.
Verbintenis met U.
God zal zich nooit verbinden aan onrechtvaardige rechters die onheil aanrichten.
Onheil sticht bij verordening.
Onrechtvaardig handelen en dat door onrechtvaardige verordeningen legaal maken.
God is onze Toevlucht.
Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.
Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.
Onrecht verdwijnt.
God zal het onrecht voorgoed tot zwijgen brengen.
Aan het eind van de grote verdrukking is er afgerekend met elk onrecht en met de goddelozen.
Dan begint het vrederijk, waarin recht en gerechtigheid standaard zijn.
Dan gebeurt alles volgens de wet van God.
Vanuit de residentie van Jezus gaat Zijn wet uit.