Hoofdstuk 86


Vers 1

Gebed.

Deze psalm wordt een gebed genoemd. Er zijn nog 4 andere psalmen die zo genoemd worden.

  1. Psalm 17:1.
  2. Psalm 90:1.
  3. Psalm 102:1.
  4. Psalm 142:1.



Vers 2

Bewaar mijn ziel.

= bewaar mij.


Uw gunsteling.

Elke gelovige is een gunsteling van God. Door genade is hij / zij een kind van God.


Uw dienaar.

David wordt niet hoogmoedig door zijn bevoorrechte positie. Hij is Gods dienaar.


Leef jij, als gelovige, ook dienend?



Vers 3

Wees mij genadig.

David bidt om genade in een speciale omstandigheid. Er is benauwdheid. (vs 7)

In vers 14 wordt David concreet: hoogmoedigen en geweldplegers staan hem naar het leven.


Hele dag.

Dus bidden zonder ophouden.



Vers 4

Verblijden.

Als God zich weer openbaart en helpt, dan keert de blijdschap terug.



Vers 5

Gods eigenschappen.

David noemt Gods eigenschappen.

  1. Goedheid.
  2. Vergevingsgezindheid
  3. Goedertierenheid.

Dat is een sterke pleitgrond.

Al wie de Naam van de HEERE zal aanroepen, zal zalig worden.

Deze eigenschappen van God zijn redenen voor David om God te loven.

Goedertierenheid.

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.



Vers 7

God verhoort.

God verhoort. Dat weet David uit ervaring.

David gelooft dat ook op dit gebed verhoring zal komen.



Vers 8

Goden.

Dat zijn de afgoden of hooggeplaatsten of demonen of engelen. Afgoden, demonen, zijn een realiteit.



Vers 9

Al de heidenvolken eren God.

Dit is iets voor de toekomst. Daar loopt alles op uit. Ook andere profeten spreken daarvan.



Vers 10

U bent groot.

God is groot in

U alléén bent God.

In het Hebreeuws staat ĕlôhı̂ym = goden.



Vers 11

Leer mij Uw weg.

Maak mijn hart één

Zoals de HEERE één is volgens Deuteronomium 6:4, zo moet ook onze liefde voor Hem onverdeeld zijn.


Uw Naam vrezen.

Wat is de vrees des HEEREN?



Vers 12

HEERE, mijn God.

Het geloof zegt "mijn".


Ik zal U loven.

Wat beweegt David tot die lof voor God?

In vers 5 staan 3 redenen.



Vers 13

Ziel, graf

God heeft net voorkomen dat David in het dodenrijk kwam.



Vers 15

Gods eigenschappen.

In Exodus 34:6 noemt God deze eigenschappen zelf.


Trouw.

In SV staat: waarheid.



Vers 16

Zoon van Uw dienares.

Een zoon van een slavin was eigendom van de baas, maar stond ook helemaal onder zijn bescherming.

Die "dienares van God" is de moeder van David.

Zij en haar zoon David zijn Gods eigendom en staan onder Gods bescherming.



<