Hoofdstuk 85


Vers 2

Uw land.

Het land Israël is Gods land. Uw land.

Het zou een modelland moeten zijn. Een voorbeeld voor de wereld. Zo moet het ook bij ons zijn. Alles is van Hem. Uw naam, uw koninkrijk, uw eer. Daar gaat het om.

Het Hebreeuwse woord betekent ook wereld. Alles is van Hem.


In Psalm 44:4 heeft Gods liefde betrekking op Zijn volk, maar hier op Zijn land.


Omkeer in gevangenschap.

Beter:

De ballingschap is na zeventig jaren afgelopen. Koning Kores gaf toestemming om terug te keren naar Gods land.

God krijgt de eer.


Maar...was dit echt een "omkeer in de gevangenschap van Jakob?"

Van de tien stammen zijn maar heel weinig personen teruggekeerd. Ze heten "verloren stammen".

Gaat de profetie niet over de tijd ná 1948?

Of misschien nog verder over de tijd ná de grote verdrukking?



Vers 3

De ongerechtigheid.

Om hun ongerechtigheid had God Israël uit Zijn land verdreven.

De ongerechtigheid van het volk weggenomen.

Is dit vervuld in de tijd na Kores?

Is Gods toorn toen verdwenen?

Mogelijk ligt de vervulling van deze tekst in de eindtijd. Dan zal Israël Jezus als Messias erkennen.

Dan zal heel Israël zalig worden.

Zonden bedekt.

De zonden van de Joden hebben de profeten hen vaak verteld.

Daarbovenop verwierpen ze ook Jezus als Messias.

In de eindtijd volgen veel Joden de antichrist, zoals Jezus had voorzegd.

Al deze zonden worden vergeven aan het overblijfsel van de Joden aan het eind van de grote verdrukking.

Dat is de grootste weldaad die God wil geven.

Onze zonden worden bedekt door het bloed van Jezus.

Als Zijn bloed op het hemelse verzoendeksel is, moet de veroordelende wet zwijgen.



Vers 4

Uw verbolgenheid is weggenomen.

Kort na de terugkeer uit de ballingschap treffen nieuwe straffen het volk. Er zijn misoogsten door droogte.

Gods verbolgenheid is er ook zeker in het jaar 70 als de Romeinen Jeruzalem verwoesten en voor de Joden de diaspora begint.

Is de vervulling niet in de eindtijd? Moeten we niet denken aan een vervulling aan het eind van de grote verdrukking? Dan erkent Israël Jezus als Messias.

Dan wordt Israël van Lo-Ammi (Mijn volk niet) weer Ammi. (Mijn volk)

God heeft de ongerechtigheid van Zijn volk gelegd op Zijn Zoon.


Gods toorn is weg.

De zonden zijn vergeven, dan is de toorn van God ook weg.

Roepen of bidden van Israël blijft hier buiten beschouwing. Alle nadruk ligt op Gods genade.


De dichter van psalm 79 had hierom gebeden. Nu is het verhoord.



Vers 5

Breng ons terug.

Ze waren wel terug in Jeruzalem (vs 2), maar er was opnieuw veel tegenstand ttv Ezra en Nehemia. Dat werd opnieuw ervaren als toorn van God.

Er is waarschijnlijk geen opbloei van het geestelijke leven.

Ook in de eindtijd gaat God de verloren 10 stammen terugbrengen. We zien dat in onze tijd volop gebeuren.

Wees waakzaam! Jezus komt spoedig.


Heil.

God van ons heil = God van onze Yesha = Yeshua = Jezus.


Doe Uw toorn teniet.

God had reeds vergeven.

Toch rijst er weer twijfel. Het is net als bij de broers van Jozef. Hij had hun zonden vergeven, maar ná de dood van Jakob komen de broers opnieuw om vergeving vragen.



Vers 6

Eeuwig toornig?

In het verleden wilde God ook steeds weer opnieuw beginnen met een schuldig volk.

Zo is God nog steeds. Hij bereikt Zijn doel met Israël in het vrederijk. Heel Israël zal zalig worden.



Vers 7

Ons levend maken.

In U verblijden.

Een volk dat geestelijk levend gemaakt is, gaat zich in God verblijden.



Vers 8

Goedertierenheid.

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.



Vers 9

Luisteren wat God zegt.

De dichter luistert wat God antwoorden zal op het gebed.

Zo moeten wij ook steeds doen.


God zal van vrede spreken.

Dat is niet de vrede met God die elke gelovige ontvangt als hij gelooft in Jezus en zich bekeert.

Het is de vrede die elke gelovige ervaart als hij leeft in vertrouwen met God.

Toetsteen.

Elk spreken van God zal leiden tot Christus en tot de bijbel. Dat is de toetssteen.


Weer dwaas worden.

Dwaas is het als je van de ene vijand verlost bent, maar daarna de volgende vijand weer met open armen ontvangt. Of als je je weer wendt tot afgoden. Het is ook dwaasheid om Gods liefde in Christus te betwijfelen. Geestelijk heb je dan niets geleerd.



Vers 10

Zijn heil is nabij.

In de Hebreeuws staat:

yesha = heil.

We herkennen daar de naam van Jezus, Yeshua.


Nabij.

De toestand van zegen zal spoedig komen. Als Jezus verschijnt in heerlijkheid zullen de gelovigen met Hem geopenbaard worden.

Die tijd van het heil is nabij.

Dat ziet het geloof.


Eer.

Er zal heerlijkheid in het land zijn, dus voorspoed.



Vers 11

Goedertierenheid.

= verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.

Goedertierenheid en trouw.

Gods verbondsliefde (= goedertierenheid) en de trouw van de gelovigen ontmoeten elkaar. Dan blijkt de duurzaamheid van de verbondsliefde.


Gerechtigheid en vrede.

Het koninkrijk van God, waarover Jezus zal regeren, zal een rijk zijn van vrede en gerechtigheid.

Er zal vrede zijn.

Geen vijand zal de rechtsorde verstoren.

Zo zal het zijn als Jezus op Davids troon regeert.



Vers 12

Trouw en gerechtigheid.



Vers 13

Opnieuw: hemel en aarde.

In het vrederijk zal er grote vruchtbaarheid zijn. Amos profeteert dat.



Vers 14

Gerechtigheid.

Dit is het meest fundamentele kenmerk van deze heilstijd.

In Psalm 85:5-8 is gebeden of God wilde redden. In dit laatste vers staat dat God het zal doen. Hij zal gerechtigheid geven.

Jezus heet: onze Gerechtigheid.

Gerechtigheid is bij Jezus als een gordel om Zijn heupen.

Als Hij zal regeren op Davids troon, dan zal er een rijk van vrede en gerechtigheid zijn.


Toekomstgericht.

Overeenkomst met

Les.

Ook gelovigen kregen vergeving, maar ervaren toch nog steeds de werkelijkheid van zonde en lijden.



<