Hoofdstuk 79


Vers 1

Asaf.

Deze psalm hoeft niet van Asaf zelf te zijn. Het kan ook een psalm zijn van of voor de Asafieten.

In tijd van Hizkia zong men ook liederen van Asaf, de ziener.

Treuren over verwoesting van de tempel.

Samen met psalm 137 wordt deze psalm gebruikt bij het vasten op 9 Av., de datum van de verwoesting van de beide tempel(s).

Psalm 79 is waarschijnlijk ook gemaakt ná de verwoesting van de tempel.


De heidenvolken.

Dat zijn de Babyloniërs o.l.v. Nebukadnezar.


Uw eigendom.

Jeruzalem een puinhoop.

Deze vreselijke gebeurtenis staat ook beschreven in



Vers 2

Zij hebben..

De dichter klaagt bij God, maar God zelf stuurde deze vijanden om Zijn goddeloze volk te straffen. Ze weigerden naar de profeten te luisteren. Ook de bedreiging in de Thora deed hun niets.

Aan de vogels.

Aan de aasgieren.



Vers 4

Voor de buren tot smaad.

Vooral de Edomieten, Moab en Ammon.

God had dit voorzegd in de vloek van



Vers 5

Hoelang nog HEERE?

De dichter zegt:JHWH. Dat is de verbondsnaam, terwijl het volk het verbond had verbroken. Juist daarom mochten ze niet meer in Gods land wonen.


Na-ijver.

Israël is de vrouw van God.

Maar...Israël verliet haar Man en volgde afgoden na. Dat zorgde voor naijver bij God.

God is de Na-ijverige.



Vers 6

Stort Uw grimmigheid uit...

Jeremia vraagt precies hetzelfde.

De dichter ervaart dat God Zijn toorn uitgiet over Israël. En...dat is ook zo.

Hij bidt of God Zijn toorn over de vijanden zal uitgieten en Israël zal vergeven.


Jakob is verslonden.

De dichter klaagt, maar de straf is door God zelf gestuurd. Israël is vaak gewaarschuwd.

Door Mozes heeft God het volk laten waarschuwen. Ze konden Gods vloek verwachten.



Vers 7




Vers 8

Denk niet aan onze misdaden.

De zonden worden niet concreet genoemd. In vers 9 wordt er vergeving gevraagd. De barmhartigheid wordt voor nú gevraagd.


Hij is barmhartig.

God wil Zijn ontrouwe vrouw terug.

De profeet Hosea noemt zijn zoon Lo-Ammi = Mijn volk niet.

Later spreekt Hosea over Gods barmhartigheid. Dan heet het volk Ammi = Mijn volk.

Ook Jeremia schrijft over de liefde van God voor Zijn ontrouwe vrouw.



Vers 9

Om de eer van Uw Naam.

Sterke pleitgrond: de eer van Gods naam.

Het gaat immers over:



Vers 10

Waar is hun God?



Vers 11

Gevangenen.

Daarbij hoorden ook de profeten Daniël en Ezechiël.



Vers 12

Vergeld onze buren.

Vooral de Edomieten. Vooral de eer van God drijft de dichter. God moet zich wreken.

7-voudig duidt op een volkomen wraak.

De smaad is God aangedaan.


Zevenvoudig.

De dichter vraagt een zevenvoudige straf over de vijanden. Die zevenvoudige straf bedreigde God zelf over Israël en die straf is gekomen.

Wat betekent "zevenmaal"?
Er zijn twee belangrijke uitleggen:

  1. Zevenvoudig als versterking
    In de Hebreeuwse taal betekent het getal zeven vaak "volledig" of "ten volle". Dan betekent het: God zal een volledige, zeer zware straf brengen.
    Zeven opeenvolgende tuchtigingen
  2. Anderen zien hierin vier opeenvolgende fasen van steeds zwaardere oordelen, waarbij God de straf telkens opvoert als Israël zich niet bekeert.



Vers 13

Uw volk.

Hosea 1:9 spreekt over Lo-Ammi (=Mijn volk niet). Hier spreekt de dichter over "Uw volk". Dan is het weer goed tussen God en Zijn volk.

Gods volk blijft niet altijd onder Gods toorn. Er is altijd vergeving. Zij zullen God eeuwig loven, generatie op generatie.

In de eindtijd zal Israël een volk van rechtvaardigen zijn.



<