Hoofdstuk 61


Vers 3

Einde van het land.

David bevindt zich in een uithoek van het land.

Is hij in Mahanaïm, op de vlucht voor Absalom?


Mijn hart bezwijkt.

= ontmoedigd worden.


Rots.

David vraagt om een veilige plek die hij zelf niet kan bereiken.



Vers 4

Toevlucht.

Zo kende David God uit het verleden.


God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.



Vers 5

In Uw tent.

Op grond van zijn verbond met God gelooft David dat hij zeker in Jeruzalem zal terugkeren.

Daar stond de nieuwe tabernakel.


Vleugels.

  1. Beeld van de talliet = gebedsmantel. Zie onder.
  2. Beeld van een vogel.
  3. Beeld van de ark in het heiligdom.

Talliet.

Talliet = gebedsmantel.

Aan de gebedsmantel zitten de tsitsiet, de kwastjes, op elke hoek.

In elk kwastje zit één blauwpurperen draad.

Wie de kwastjes ziet, moet aan Gods geboden denken.

Kanafim = hoeken, de hoeken van de gebedsmantel.

In Maleachi 4:2 is het woord kanafim vertaald met "vleugels". Onder Zijn vleugels zal genezing zijn.

In Markus 5:27 gelooft een vrouw dat Jezus de "Zon der gerechtigheid" is en pakt Zijn vleugel, Zijn gebedsmantel. Ze vindt genezing.



Vers 6

Erfenis.

De vertaling "erfenis" is minder juist.

Gedacht moet worden aan landbezit. David zal ook zo gezegend worden.


Geloften.

In vers 9 belooft David om de beloften na te komen.



Vers 7

Toekomstperspectief.

Gebed voor koning David zelf. Hier komen wel Messiaanse trekken.



Vers 8

Eeuwig zal Hij tronen.

Hier gaat het niet meer over David als persoon, maar over zijn koningshuis. De Messias zal tot in eeuwigheid regeren.

Hij zal zitten op Davids troon.

Die troon van David, Salomo zat daarop, heet ook troon van de HEERE.



Vers 9

Beloften nakomen.

De beloften staan ook in vs 6. David zal ze vervullen en God steeds eren.


Eeuwig.

Grondwoord "olam" = lange tijd, dus dag aan dag.



<