Hoofdstuk 60


Vers 1

Gouden kleinood.

De lelie van de getuigenis.

Op de wijs van dit bekende lied zong men deze psalm.


Inhoud.

De gevoelens van dreiging die David vóór de veldslagen heeft ervaren, brengt hij hier onder woorden.



Vers 2

Mesopotamië of Syrië.

Syriërs van Zoba.

Strijd in het Zoutdal.

In onderstaande teksten wordt het getal 18.000 genoemd.



Vers 3

U had ons verstoten.

Gods toorn was er ttv Saul.

De Filistijnen versloegen Saul. Saul en zijn zonen sneuvelden, behalve Isboseth.

De Filistijnen heersten nu over Israël.

David bidt de Heere om terug te keren, te verlossen en te zegenen.



Vers 4

U hebt het gespleten.

De Filistijnen hadden Saul verslagen. Ze heersten over een groot deel van Israël. Ook de burgeroorlog met Isboseth, de zoon van Saul, heeft zijn sporen nagelaten. David bidt om herstel.



Vers 6

Maar nú.

Nu is er een omkeer ten goede. De Syriërs en de Edomieten zijn verslagen.



Vers 7

Uw beminden.

Dat is het volk Israël.



Vers 8




Vers 9

Bescherming.

Letterlijk: de kracht.

Het ziet op de helm.



Vers 10

Waskom en schoen.



Vers 12

David grijpt terug op vs 3.



<