Hoofdstuk 46


Vers 1

Alamoth.

  1. Op wijs van: de jonge vrouwen.
  2. Gezongen door vrouwen.

Toekomstperspectief.

Dit is een Messiaanse Psalm.

Psalm 2 en Psalm 9, Psalm 10, Psalm 45, Psalm 47, Psalm 67 en Psalm 95, 96, 110, Psalm 145 zijn ook zulke Psalmen die dezelfde tijd beschrijven.


In deze psalm zitten veel elementen die naar de toekomst , naar de eindtijd, naar het Messiaanse rijk, wijzen.

  1. Vers 2 Er is benauwdheid waaruit God verlost. Jeremia 30:7 noemt de grote verdrukking ook een tijd van benauwdheid voor Jakob. God verlost een gelovig overblijfsel volgens Openbaring 12:13-14.
  2. Vers 3 schildert een vreselijk scenario. Het enige wat hier op lijkt, zijn de oordelen die in Openbaring 6 -19 worden beschreven in de zeven zegels, de zeven bazuinen en de zeven schalen. Zie Openbaring 6:14, waar bergen en eilanden van hun plaats worden gerukt. Daar gaat het ook over de grote verdrukking.
  3. Vers 5 Beekjes in Jeruzalem zijn er nú niet , alleen de beek Kidron aan de voet van de Olijfberg. Er wordt in deze tekst gesproken over beekjes in Jeruzalem die tot een rivier worden. Die tempelrivier is er wel in het vrederijk. We vinden deze rivier ook in Ezechiel 47:1-12, Joel 3:18 en Zacharia 14:8. Deze rivier heeft levenwekkend water. Daardoor wordt de stad verblijd, maar ook het land. Zelfs de Dode Zee gaat wemelen van vissen. Ezechiel 47:10.
  4. Vers 6 spreekt over Gods hulp voor Jeruzalem bij het aanbreken van de morgen, het begin van het 7e millennium, het vrederijk. Zie uitleg bij vers 6.
  5. In vers 7 lezen we over "tierende heidenvolken". Dat hoort zeker ook bij de eindtijd en bij de wederkomst volgens Psalm 2:1-3 en Zacharia 14:1-4.
  6. Vers 9 spreekt over grote verwoestingen op aarde. Die verwoestingen zijn er in de eindtijd als de zeven zegels geopend worden in Openbaring 6 -19.
  7. In vers 10 staat dat de oorlogen ophouden. Dat is zeker toekomst. Dat gebeurt volgens Jesaja 2:4 in het vrederijk.
  8. Vers 11 zegt tegen de heidenvolken: "Geef het op". Verzet je niet langer tegen de Messias, zoals ook Psalm 2:10-12 adviseert.
  9. Vers 12 spreekt over de Ĕlôhîym van Jakob. Dat is de Messias, die over het huis van Jakob Koning zal zijn volgens Gabriëls woord in Lukas 1:32-33.



Vers 2

God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.

God is onze Hulp.

Belijdenis over hoe God is.

Hij is onze hulp:

  1. Bij natuurgeweld (3+4).
  2. Bij politieke dreiging (7).
  3. Bij oorlogsgeweld (10).

Gebleken.

In SV staat "bevonden".

Bevinding:

God is een toevlucht en vesting. Ik heb dat zelf meegemaakt. Het is waar gebleken in mijn leven.

Het leed verdwijnt niet uit ons leven, maar wel verdwijnt de vrees en benauwdheid. (Vers 3.)

Bijbelse bevinding is dat

Bevindingen van anderen zijn beloften voor ons.

God is altijd dezelfde.

Wat anderen hebben ervaren geldt ook voor ons. Hun ervaring is een belofte voor ons.

Een belofte vraagt om geloof. Op geloof volgt bevinding. Bevindingen van vroeger zijn nú bemoedigingen voor mij.

Grijp je vast aan Gods belofte.

We beledigen God buitengewoon als we Hem NIET geloven!!!

Benauwdheid.

Veel uitleggers plaatsen deze psalm in de tijd van Hizkia.

Hizkia wordt aangevallen door Assyrië o.l.v. koning Sanherib.

Assyriërs waren erg wreed.

Hizkia vertrouwt op God.

Hij bidt om verlossing.

We hebben immers een levende God, de enige God.

God zal helpen bij het aanbreken van de morgen. Vers 6.


Tijden van benauwdheid.

In Jeremia 30:7-9 wordt de grote verdrukking met dezelfde woorden omschreven. De antichrist vervolgt heftig alle gelovigen.

Hij voert oorlog tegen hen en overwint hen.

Maar...God is een Hulp voor allen die tot Hem de toevlucht nemen.



Vers 3

Niet bevreesd.

Als het onze bevinding is dat God een Hulp en Toevlucht is, dan is dat een bemoediging voor nú.

Het lijden kan er nog zijn, maar de vrees gaat weg.


De aarde verandert van plaats.

Om het grote vertrouwen in God te illustreren, wordt een vreselijk scenario geschilderd. Iedere zekerheid verdwijnt, maar God niet.

Vers 3 schildert een vreselijk scenario. Het enige wat hier op lijkt, zijn de oordelen die in Openbaring 6-19 worden beschreven in de zeven zegels, de zeven bazuinen en de zeven schalen. Zie Openbaring 6:14 ,waar bergen en eilanden van hun plaats worden gerukt. Daar gaat het ook over de grote verdrukking.



Vers 4

Zelfs als de zee bruist...

Zelfs bij het geweld van de zee, bij orkaankracht, blijven we op God vertrouwen.


Sela.

Rust.

Even bezinning.



Vers 5

De beekjes van de rivier.

Het beeld van een vertakte rivier klopt niet echt met Jeruzalem. We lezen in de bijbel over de beek Kidron, tussen Jeruzalem en de Olijfberg.

In 2 Koningen 20:20 staat dat Hizkia via een watertunnel water in de stad moest brengen.

In het vrederijk zal er in Jeruzalem, vanuit de tempel, een beek ontspringen die wordt tot een rivier. Een rivier met levend water zegt

Ook daar begint het als een beekje en wordt tot een rivier.

Deze rivier zal het heiligdom en de stad van God verblijden want deze rivier heeft levenwekkend water.

De stad van God.

In het land van God ligt de stad van God.

In de stad van God ligt de berg van God.

Dat is de berg Sion, de plaats waar de Messias zal gaan regeren.

Op Gods heilige berg woonde eens een zeer machtige cherub, die helaas ging zondigen en die daardoor satan werd.

Gods heilige berg ligt in Eden, de hof van God.

Satan is weggestuurd van Gods heilige berg.

Satan blijft strijden om Gods heilige berg toch weer in zijn bezit te krijgen. De strijd om Jeruzalem is dus een geestelijke strijd en duurt totdat Jezus wederkomt en satan opsluit in de afgrond.

Het heiligdom wordt verblijd.

Deze tempelrivier begint in het heiligdom van God.



Vers 6

God is in haar midden.

God = ĕlôhı̂ym = goden.

ĕlôhı̂ym kan slaan op

Dat God weer in Jeruzalem komt, lezen we in

God is dan weer in Jeruzalem terug. Dat geeft Jeruzalem zelfs de naam: De HEERE is daar.

Jezus is er ook. Dat Jezus wederkomt lezen we in Zacharia 14:1-4.


God zal haar helpen.

God zal Jeruzalem helpen.

We lezen dat in

Bij het aanbreken van de morgen.

De scheppingsweek staat model voor de tijd van de wereldgeschiedenis.

Zeven dagen zijn er in een week en 7 millennia in de wereldgeschiedenis.

Eén dag is immers als 1000 jaar.

De mensen hebben nu 6 millennia geleefd. De aanstaande "morgen" is dan het begin van het 7e millennium, dus het begin van de "sabbat", het Messiaanse vrederijk.

Dat is precies het tijdstip waarop Jezus komt helpen en daar spreekt de tekst over.



Vers 7

De heidenvolken tierden.

Dat lezen we ook in Psalm 2, een Psalm over de eindtijd.

Ook in Zacharia 14:1-4 zijn de heidenvolken verzameld om Jeruzalem in te nemen.

God keert zich tegen de vijanden van Israël. Hij verijdelt hun plannen.



Vers 8

De HEERE van de legermachten.

God zet Zijn strijdmachten in.

Als Jezus wederkomt, komen die strijdkrachten mee.

De God van Jakob.

Letterlijk: ĕlôhı̂ym van Jakob.

Ĕlôhîym = goden.

Het kan betrekking hebben op:

Hier kan Jezus bedoeld zijn.

Hij wordt immers de Koning over het huis van Jakob, zoals de engel Gabriël zei tegen Maria.



Vers 9

Die verwoestingen op aarde aanricht.

Dit vers wijst opnieuw naar de eindtijd.



Vers 10

Oorlogen houden op.

Dat is tot op heden nóóit vervuld.

Dit moet dus zeker wijzen op de eindtijd.

In het vrederijk is er geen oorlog meer.



Vers 11

Geef het op.

Dit is Gods advies dat ook in de eindtijd klinkt. "Kus de Zoon", dus geef het op en onderwerp je aan Hem, de Messias.

Ik zal geroemd worden op de aarde.

Ook dat is tot op heden niet het geval. God wordt ontkent in alle toonaarden.

Maar... Jesaja voorzegt ook dat de aarde vol zal worden van de kennis van de HEERE.

Dat hoofdstuk gaat weer over het vrederijk.

Heidenen zullen opgaan naar Jeruzalem om de Messias te eren.



Vers 12

De God van Jakob.

God = Ĕlôhîym = goden

Dat woord kan ook slaan op Jezus.


Dus:



<