Een onderwijzing.
De Willebrordvertaling heeft:
Vergeven en bedekt.
Zonden die vergeven zijn, zijn bedekt met het bloed van Jezus.
Met bloed bedekte zonden zijn dus ook vergeven zonden.
Als God zonden vergeeft, liggen ze in de diepte van de zee, bedekt, onzichtbaar, verdwenen.
Als jouw zonden vergeven zijn, staat er niets meer tussen jou en God in.
Geen scheiding meer.
Dat is welzalig!
God denkt niet meer aan de vergeven zonden.
De ongerechtigheid niet toegerekend.
Christus heeft alle gerechtigheid vervuld. Hij is de Rechtvaardige.
God rekent een gelovige de gerechtigheid van Jezus toe. Dan is die gelovige ook een rechtvaardige en ontvangt eeuwig leven. Dat is "welgelukzalig".
In wiens geest geen bedrog is.
Een wedergeboren mens ontvangt de Heilige Geest.
Die Geest vernieuwt ons dagelijks naar het beeld van Jezus.
Zo wordt ook onze geest oprecht.
Toen ik zweeg...
Toen David geen zonde beleed, ging het slecht.
Dit was de ervaring. Er kwam lijden tgv. Gods boosheid en afwezigheid.
Mijn zonde.
Mogelijk gaat het hier over het overspel met Bathseba en de moord op haar man Uria, maar concreet staat dat hier niet.
Ik beleed....en U vergaf.
1 Johannes 1:9 zegt dat God, na belijdenis van zonden, zéker zal vergeven, want God is getrouw en rechtvaardig.
Iedere heilige.
Elke gelovige is voor God een heilige.
Onbereikbaar voor machtige wateren.
Wie zijn toevlucht neemt tot God komt niet om.
Psalm 27:5 zegt: God plaatst mij hoog op een rots. God is mijn Schuilplaats.
Ik onderwijs u.
De vraag is:
Er zijn twee hoofdopvattingen:
1. God spreekt hier. (meest voorkomende uitleg)
Vanaf vers 8 neemt de HEERE Zelf het woord. Dat past goed bij de inhoud:
Dan ontstaat deze lijn:
Mogelijkheid 2.
De "ik" is David.
Volgens vers 1 is deze Psalm een "onderwijzing".
David onderwijst zijn volk.
Hij spreekt uit eigen ervaring.
Maar..."mijn oog zal op u zijn" past beter bij God dan bij een mens.
Muildier.
Een jong van een vrouwelijk paard, een merrie, en een mannelijke ezel.
Grote tegenstelling.
In deze tijd is er al een grote tegenstelling tussen een gelovige en een goddeloze. Volgens Maleachi 3:18 zal dat in de toekomst van het vrederijk heel duidelijk zijn.
De goddeloze heeft veel smarten.
Jezus is "Man van smarten".
Hij heeft de smarten van de gelovigen op Zich genomen.
De goddelozen krijgen met smarten te maken.
Goedertierenheid.
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid
Verblijd u in de HEERE.
Zingt de HEERE!
Psalm 33:1 gaat hier op door.
Daar staat dezelfde oproep.