Rivieren.
Deze Psalm is tijdens of na de ballingschap gemaakt.
Sion.
Sion is Gods berg in Jeruzalem, de tempelberg.
De Joden zijn gescheiden van Jeruzalem. Dat was verwoest.
De tempel van God was vernield.
Harp aan de wilg.
Treurwilg = Salix babylonica.
De vraag van de Babyloniƫrs.
Lied van Sion zingen?
Dat kan niet. Sion is verwoest. De tempel is weg. Hoe kunnen we dan een feestlied zingen over Sion?
Vergeten.
Jeruzalem vergeten is onmogelijk.
Die rechterhand zou verlammen, verdrogen.
Boven mijn hoogste blijdschap.
Het verdriet om het verwoeste Jeruzalem zal altijd mijn hoogste blijdschap overstemmen.
Edom.
Toen Jeruzalem werd ingenomen had Edom de Babyloniƫrs geholpen en over de val van Jeruzalem gejuicht.
Babel verwoest.
Hij.
Dat is Jezus in de dag van de wraak.
Wraak.
Jesaja 13:16 voorspelde de ondergang van Babel ook. Het is niet de volkshaat, maar het verlangen dat de grootste aan God vijandige macht zal ten ondergaan.
Deze babylon-religie is actief tijdens de grote verdrukking. Die tijd is ook "de dag van de wraak" waarover Jesaja spreekt.
In die "dag van de wraak" mag er ook om wraak gevraagd worden, zoals ook de martelaren doen in
Volgens antieke vergeldingsrecht is de bloedwraak voltrokken als die aan de kinderen voltrokken is. Psalm 137:9 kan dus even goed zien op de wraak zelf als op het eind ervan.
"Hij" in vers 8 kan ook zien op Jezus ipv. op Kores.