Groot hallel.
Psalm 136 heet "groot hallel."
Verdeling:
Gods goedheid en genade zie je:
Jezus zong "de lofzang", dat is het Hallel, Psalm 113 t/m 118.
Goedertierenheid.
=verbondstrouw.
Volgens Van Dale:
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.
Lofprijzing en aanbidding.
Verschillen.
3 Gebedshoudingen.
Goden.
Dat zijn de machthebbers.
God is de allerhoogste.
Wonderen.
Wonderen gaan tegen de natuurwetten in.
Met inzicht.
De zon op de juiste afstand tot de aarde.
Aarde boven het water.
We lezen vaak over de wateren onder de aarde.
Egyptenaren trof.
Dat is de 10e plaag.
Waar was de Schelfzee?
De woestijn.
De woestijn ligt dus in Saoedi-Arabië.
Grote koningen.
Groot kan betekenen: machtig.
Maar Og, de koning van Basan, was ook een reus.
Hun land.
Het gaat over het Over-Jordaanse.
Nederige staat.
Onze ellendige toestand.