Hoofdstuk 136


Vers 1

Groot hallel.

Psalm 136 heet "groot hallel."

Verdeling:

Gods goedheid en genade zie je:

Jezus zong "de lofzang", dat is het Hallel, Psalm 113 t/m 118.

Goedertierenheid.

=verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.

Lofprijzing en aanbidding.

Verschillen.

3 Gebedshoudingen.

  1. Aanbidding: geknield.
  2. Lofprijzing : uitbundig zingen, met instrumenten.
  3. Gebed : handen omhoog.



Vers 2

Goden.

Dat zijn de machthebbers.

God is de allerhoogste.



Vers 4

Wonderen.

Wonderen gaan tegen de natuurwetten in.



Vers 5

Met inzicht.

De zon op de juiste afstand tot de aarde.



Vers 6

Aarde boven het water.

We lezen vaak over de wateren onder de aarde.



Vers 10

Egyptenaren trof.

Dat is de 10e plaag.



Vers 11



Vers 12



Vers 13

Waar was de Schelfzee?

  1. In 1 Koningen 9:26 staat dat de Schelfzee in Edom ligt. Dan is de Schelfzee de Golf van Akaba
  2. Het volk gaat door de Schelfzee, op reis naar de berg Sinaï in Midian. Daar had Mozes met God gesproken in de brandende braamstruiken. Exodus 3:12. Midian ligt in Saoedi-Arabië, aan de oostkant van de Golf van Akaba.
  3. Zie verder aantekening bij Deuteronomium 1:2.
  4. Bij Pi-Hachiroth aan de westkust vd Golf van Akaba ligt Nuweiba . Daar ligt 33m onder water ook een "landrug" onder het wateroppervlak. Het water daar wordt ook genoemd: wateren van Mozes. Daar vond Ron Wyatt ook veel wagenwielen van strijdwagens en schedels.



Vers 16

De woestijn.

De woestijn ligt dus in Saoedi-Arabië.



Vers 17

Grote koningen.

Groot kan betekenen: machtig.

Maar Og, de koning van Basan, was ook een reus.



Vers 21

Hun land.

Het gaat over het Over-Jordaanse.



Vers 22



Vers 23

Nederige staat.

Onze ellendige toestand.



<