Hoofdstuk 131


Vers 1

Pelgrimslied.

Letterlijk: lied van opgangen (naar het heiligdom).


Hoogmoedig.

God houdt niet van hoogmoed.

Jezus zegt: "leer van Mij dat Ik nederig ben."

In Psalm 19:14 bidt David om toch voor hoogmoed bewaard te mogen blijven.


Trotse ogen.

In Psalm 101:5 komen ze bij elkaar, hoogmoedige ogen en trots.

David kan dat niet verdragen. Hij lijkt daarin op Zijn God.


Dingen die te groot zijn.

Dingen die niet bij je passen. In hoogmoed denk je dat je dat best aan kunt.



Vers 2

Een gespeend kind.

Het gaat het kind niet om wat het krijgt, maar om het zijn bij moeder.

Het gaat David om God. Hij is blij met God, ook al krijgt hij niets.



Vers 3

Hoop.

Het doel van ons godsdienstig onderwijs staat in Psalm 78:7.

Onze hoop is gericht op God.

De hoop van de goddelozen?



<