Hoofdstuk 132


Vers 1

De dichter.

Uit vers 10 is op te maken dat deze psalm in de tijd van Salomo gemaakt is.



Vers 5

Na 75 jaar kwam de ark terug in de nieuwe tabernakel die David zette op Sion.


Eén plaats voor de HEERE.

David vindt een plaats.

God kiest een plaats.



Vers 6

Efratha.

Efratha was geboortegrond van David.

Efrath, de vrouw van ene Kaleb uit de stam van Juda, was de stammoeder van de stichters van Bethlehem en Kirjath-Jearim.

In Kirjath-Jearim stond de ark heel lang, nadat de Filistijnen die geroofde ark terug stuurden.


Jaär = bos.

Kirjath-Jearim.

Jaär is enkelvoud van Jearim.



Vers 7

Voetbank van Gods voeten.

Als de ark in het heiligdom Gods voetbank is, staat Gods troon in de hemel precies boven Jeruzalem.



Vers 8

Sta op, HEERE.

In Numeri 10:35 zegt Mozes dat ook als de ark verplaatst wordt.


Uw rustplaats.



Vers 11

God heeft gezworen.

Over Gods eed lezen we in

Dit sprak God nadat David de ark naar Jeruzalem bracht. Dus deze psalm is NIET bij die gelegenheid gedicht.

Deze psalm is ws gedicht in de tijd van Salomo en gezongen bij de tempelinwijding.


Messiaans.



Vers 12

Tot in eeuwigheid.

De opvolgers van David verlieten in het merendeel de weg van God. Daarom is er geen afstammeling van David meer op zijn troon.

Maar... in Jezus, de Messias, zal Gods belofte toch waar worden.



Vers 13

God koos Sion.

Gods keus is niet nieuw.

In Ezechiel 28:14-16 lezen we al over Gods heilige berg in de Hof van Eden. Lucifer, de latere satan, was daar "beheerder" van Gods heilige berg. Daar wilde God Adam en Eva ontmoeten.

Gods heilige berg is de berg Sion volgens Psalm 2:6.

Nu wil God opnieuw Zijn volk op Sion ontmoeten en daar bij hen wonen.



Vers 14

God kwam, vertrok en komt.

Eeuwigheid:

Er staat 2× "ab" .

Dwz voortdurend, langdurig.


Jeruzalem is belangrijk voor de Heere.



Vers 17

Daar.

Dat is in Jeruzalem, op Sion.

Daar zal Jezus zitten op de troon van Zijn vader David volgens Lukas 1:32-33.


Een hoorn doen opkomen.

De priester Zacharias zingt over deze Hoorn in Lukas 1:69. Hij zingt dan over de Messias, van wie zijn zoon Johannes de voorloper zal zijn.


Mijn Gezalfde.

Messias betekent: gezalfde.

Het gaat hier over

Het gaat in de laatste twee verzen over de Messias, dé Zoon van David.


Een lamp.

Jezus is " een Licht tot verlichting van de heidenen" zingt Simeon in Lukas 2:32.

Ook Jesaja 49:6 profeteert dat.



Vers 18

Zijn vijanden.

Jezus rekent met hen af als Hij wederkomt.

Zijn diadeem.

Jezus draagt veel diademen als Hij wederkomt. Het moet een schitterende kroon zijn. We lezen dat in



<