Hoofdstuk 122


Vers 1

Naar het huis van de HEERE gaan.

Huis van de HEERE.

Dat is in Davids tijd de tabernakel. David had voor de ark een nieuwe tabernakel gemaakt op Sion.

De oude tabernakel was in Davids tijd ongeveer 440 jaar oud, dus zal wel aan vervanging zijn toegeweest.

In Psalm 28:2 roept David tot God die woont in het binnenste heiligdom, dus in het Heilige der Heiligen volgens

Die afdeling was er alléén in de tabernakel, en pas ná David, ook in de tempel.



Vers 3

Jeroesjalajiem is samengevoegd.

Letterlijk: die samen met haar één geheel vormt.

Volgens de Talmoed is het aardse Jeruzalem verbonden met het hemelse Jeruzalem.

Ajiem geeft 2-voud aan.

Zo is het aardse Jeruzalem een afschaduwing van het hemelse Jeruzalem.


De machtige bouw van Jeruzalem werd ook gezien als symbool voor de macht van God.



Vers 4

Stammen van de HEERE.

Dit is een unieke uitdrukking voor de stammen van Israël.

David maakte deze psalm, ruim voordat het 10-stammenrijk ontstond. Vanuit het 10-stammenrijk trokken de tien stammen, na Salomo, niet meer op naar Jeruzalem. Jerobeam I maakte gouden kalveren als vervanging voor de tempeldienst in Jeruzalem.


Naar de ark.

In Davids tijd totaan de verwoesting van Salomo's tempel was de ark in de tempel.

In de tweede tempel stond zeer waarschijnlijk geen ark meer.

In Ezra 1 staan veel tempelschatten die Ezra meekreeg, maar de ark wordt niet genoemd. In Ezra 3-6 wordt de tempel uitvoerig beschreven, maar de ark wordt niet genoemd. In Ezra 6:16-18 wordt de inwijding van de tweede tempel beschreven, maar de ark wordt niet genoemd. In de tijd van koning Josia was de ark er nog wel. Dat was vóór de verwoesting van de tempel.

Ook in de beschrijving van de derde tempel in Ezechiel 40-48 ontbreekt de ark.

Dus deze psalm is niet gemaakt ná de ballingschap. David is de dichter volgens vers 1.


Getuigenis.

Dat zijn de twee tafels van de wet, die in de ark lagen.

De twee tafels zijn identiek. Ze zijn de twee huwelijksakten voor de "echtelieden". Dat zijn God en Zijn bruid Israël. Het huwelijk voltrok zich bij Sinaï.

Loven.

God heeft geboden om Hem te loven.



Vers 5

Zetels van het recht.

De koning vertegenwoordigde de hoogste rechtspraak. De troon van David en zijn opvolgers stond in Jeruzalem.

Daar zal in de toekomst ook de troon van de Messias staan, zegt Gabriël in

Deze troon van David heet ook "troon van de HEERE". Salomo zat erop.



Vers 6

Bid om de vrede.

Letterlijk:

Je kunt ook lezen:

Wie Israël zegent, wordt gezegend, staat er in

Die u liefhebben.

U = Jeruzalem.



Vers 9

Om het huis van de HEERE.

In Davids tijd was dit huis de nieuwe tabernakel.

God woonde daar, boven het verzoendeksel. In Jeruzalem woonde God temidden van de mensen. Zo was er géén tweede plaats op aarde.


Altijd het geestelijk centrum van de wereld.




<