Een pelgrimspsalm.
SV heeft: een lied Hamaäloth.
Van psalm 120 - 134 zijn pelgrimsliederen.
Mijn hulp.
SV heeft: vanwaar mijn hulp komen zal.
Het kan ook een vraag zijn: "Vanwaar komt mijn hulp?"
Maar, of je vers 1 nu als mededeling of als vraag leest, de uitkomst is hetzelfde.
Die hulp komt van de HEERE die op de berg Sion woont.
Op Sion staat de tempel.
Verschillende sprekers.
Uitleggers zien twee sprekers, een pelgrim en een priester.
Mijn Hulp.
Dat is God, de almachtige Schepper.
God is de verwachting van de dichter.
Bewaarder.
Psalm 121 is oorspronkelijk geschreven in 54 woorden.
De getalswaarde van het woord "bewaarder" is 540. "Bewaarder" is ook het centrale onderwerp van deze psalm.
In bijna alle volgende verzen komt dit woord terug.
God heeft de ogen open.
Gods open ogen zijn ten goede voor de rechtvaardigen staat in
Slapen?
Het volk heeft ook momenten dat ze menen dat God slaapt. Hij antwoordt niet.
Asaf spreekt zelfs over God die wakker wordt.
De HEERE is uw schaduw.
Aan uw rechterhand.
Dat is de plaats waar de beschermer, de advocaat, staat.
God beschermt dag en nacht.
Uw ziel...
Dat is uw persoon.
Bewaren voor alle kwaad.
De dichter van Psalm 44 heeft een totaal andere ervaring. Het volk gaat in Gods weg, ze vertrouwen op God en niet op hun zwaard en toch heeft God het volk niet voor een nederlaag en bijkomende rampen bewaard.
Uitgaan en ingaan bewaren.