Hoofdstuk 113


Vers 1

Hallel.

Hier begint het Hallel. (Psalmen 113-118)

Jezus zong die psalmen volgens

Het Hallel wordt gezongen:

Halleluja.

= loof de HEERE.


Dienaren van de HEERE.

Loof de naam..

De naam van God geeft Zijn wezen aan.



Vers 2

Lofprijzing.

Lofprijzing is heel belangrijk.

Satan zwijgt als hij de lofprijzing hoort.

Lofprijzing is een offer aan God.

Wie lof offert, dien zal God Zijn heil laten zien.

Petrus noemt lofprijzing een geestelijk offer.

4 dimensies.

  1. Lengte. God is eeuwig. Vers 2.
  2. Breedte. God is er van oosten tot westen, overal. Vers 3.
  3. Hoogte. Ver boven de hemelen. Vers 4.
  4. Diepte. Hij ziet zeer laag. Verzen 6-9.



Vers 3

Van oosten tot westen.

De hele aarde zal Gods lof verkondigen. Dat gebeurt volgens psalm 19 ook door de schepping. De hemelen vertellen Gods eer.

In het vrederijk zal de aarde vol zijn van de kennis van de HEERE.

Hier zie je de continuïteit van de lofprijzing. Als de lofprijzing aan de ene kant van de aarde stopt zodra de zon ondergaat, dan begint men aan de andere kant zodra de zon opkomt.



Vers 4

Boven de heidenvolken.

De volken zijn voor God slechts als een stofje op een weegschaal of als een druppel aan een emmer.

Boven de hemel.

God woont in de hoogste hemel, de hemel der hemelen.


Gods heerlijkheid.

Gods heerlijkheid werd ook wel eens zichtbaar op aarde.

Mozes wilde Gods heerlijkheid van dichtbij zien en hij mocht er iets van zien

De heerlijkheid van God vervulde de tabernakel bij de inwijding.

De heerlijkheid van God vervulde ook de tempel van Salomo tijdens de inwijding.

Door de zonden van Israël vertrok de heerlijkheid van God uit de tempel, kort voor de verwoesting.

We lezen nérgens dat deze heerlijkheid van de HEERE is teruggekomen in de tweede tempel.

Wel komt ze terug in de derde tempel.



Vers 5

Wie is als de HEERE..?

Dit is de centrale vraag in deze psalm.

Niemand is zoals Hij.

En...deze God is onze God! Voor gelovigen is Hij een Vader.

Wat zijn we rijk in Hem.



Vers 7

Die de geringe opricht.

Hier klinkt een stuk van de lofzang van Hanna.



Vers 8

Zitten bij edelen.

Psalm 107 laat de ondergang van edelen zien, terwijl armen in een veilige vesting wonen.



Vers 9

Lofzang van Hanna.

In 1 Samuel 2:5 jubelt ook de onvruchtbare Hanna het uit dat God, ondanks onvruchtbaarheid, de kinderzegen geeft.


Bv.



<