Hoofdstuk 112


Vers 1

Dit is een alfabetische psalm.


Halleluja.

= loof de HEERE.


Welzalig is de man...

In deze psalm wordt het geluk van de godvrezende beschreven. Diverse zegeningen worden genoemd.

  1. Een machtig nageslacht. (vers 2)
  2. Een gezegend nageslacht. (vers 2)
  3. Bezit en rijkdom. (vers 3)
  4. Blijvende gerechtigheid. (vers 3)
  5. Hij mag in het licht wandelen. (vers 4)
  6. Hij lijkt op God, want de godvrezende is genadig en barmhartig en rechtvaardig. (vers 4)
  7. Hij ontfermt zich en leent uit. Zo doet hij wat God graag wil.(vers 5)
  8. Hij zal voor eeuwig niet wankelen. (vers 6)
  9. Men zal hem altijd als een godvrezende blijven herinneren. (vers 6)
  10. Hij vreest niet, hij is standvastig, hij vertrouwt op zijn God. (vers 7)
  11. Hij zal val van zijn tegenstanders zien. (vers 8)
  12. Hij ontvangt eer omdat hij milddadig is. (vers 9)


Grote vreugde

Grote vreugde in Gods geboden is de inhoud van de godsvrucht.


Vrees des Heeren.

= ontzag voor God.

Dat is iets wat blijvend is.

Het heeft alles te maken met onze levenswandel.


Wat is de vrees des Heeren?



Vers 2

Zijn nageslacht zal machtig zijn...

Dit is een zegen voor degene die de HEERE vreest.

Vooral in het vrederijk zal Israël een machtige natie zijn.

Voor de gelovigen van de gemeente van Jezus gelden grote geestelijke zegeningen.



Vers 3

Bezit en rijkdom.

Zijn gerechtigheid.

Gerechtigheid is ook een kenmerk van degene die God vreest. Jezus is opgestaan voor onze rechtvaardigmaking.

Deze gerechtigheid van Jezus, die aan gelovigen wordt toegerekend, houdt eeuwig stand.



Vers 4

Licht in de duisternis.

Als de Heilige Geest ons geestelijk levend maakt, dan wordt ons verstand verlicht.

Wie Jezus volgt komt niet in de duisternis, niet op zondige plaatsen.

In het licht van God, zien wij het licht.

Hij is genadig...

Wie is hij?

Hier is dat de oprechte. Hij lijkt precies op zijn God.

Barmhartig en rechtvaardig.

Ook dit zijn eigenschappen van de gelovige. Hij lijkt op Jezus.

De gelovige is de goddelijke natuur deelachtig.

Het zijn ook twee eigenschappen van God die bij Zijn wezen horen.

God ziet zondaren.

Hij moet kiezen tussen rechtvaardigheid of barmhartigheid. Kiezen kan niet!

God besluit barmhartig te zijn voor een berouwvolle zondaar en rechtvaardig te zijn voor Zijn Zoon die in de plaats van de zondaar de straf wil dragen.

Zo kan God genade bewijzen.





Vers 5

Met de rechtvaardige gaat het goed.

Wie zo ontfermend leeft, gaat in het voetspoor van Jezus en vertoont Zijn beeld.


Ontfermen en uitlenen.

Dat was reeds de opdracht in de Thora.

Zo gebruik je de rijkdom op de goede manier.



Vers 6

Niet wankelen.

Veel tegenspoeden en rampen kunnen wel het deel van de rechtvaardigen zijn.

Toch staat hun levenshuis op de rots, op Jezus. Dat levenshuis wankelt niet.

Eeuwig in gedachtenis.



Vers 7

Hij vertrouwt op de HEERE.

Psalm 125:1 beschrijft hoe deze gelovigen in het leven staan. Onwankelbaar zijn ze, net als de berg Sion.



Vers 9

Hij deelt mild uit.

Zijn hoorn.

Een hoorn is het symbool van kracht.

Wat je hier leest, gold ook voor Job. Hij zorgde voor armen, weduwen en wezen en hij ontving eer.



Vers 10

De goddeloze is jaloers.

Dit is precies andersom dan in Psalm 73. Daar is Asaf boos op de voorspoed van de goddelozen. Daar gaat het de godvrezende Asaf slecht en de goddelozen hebben voorspoed.

Maar... de goddelozen hebben uiteindelijk géén vrede.



<