Een lofpsalm.
In Afrikaanse bijbel staat:
In NBV staat:
Oproep aan héél de aarde: juich.
Laat je blijdschap in God horen.
Dezelfde oproep lezen we in
Lofprijzing, aanbidding, dankzegging.
Boodschap.
In Psalm 100 staat niets over:
Dienen.
Zich onder Gods gezag plaatsen. God vereren.
Verblijden.
In God verblijden = blij zijn met Hem. Dan gaan we Hem ook prijzen. Dit is ons levensdoel.
Het is géén optie.
Het is een gebód.
En...als we de HEERE niet dienen met blijdschap, dan straft God.
Waarom moeten we juichen voor God?
Volk.
= Israël, we zijn van Hem.
Hij is onze Herder.
En niet wij.
Het kan ook vertaald worden met
Eigenlijk past dat beter bij
Poorten.
De poorten van Jeruzalem en de poorten van de tempel.
Is dit Messiaans?
Voorhoven.
Nadat David een nieuwe tabernakel bouwde waren er 2 tabernakels, dus ook minstens 2 voorhoven.
Er waren meerdere voorhoven, zeker later in de tempel.
Wat is een lofoffer?
Het lofoffer moet er voortdurend zijn. Laat dat niet afhangen van hoe jij je voelt.
Er kan ook vertaald worden:
Je komt dichtbij God door dankzegging en lofprijzing.
Dit is de weg die God hier voorschrijft.
3 onveranderlijke redenen.
Dankzegging en lofprijzing hangen niet af van hoe we ons voelen en hangen niet af van onze situatie.
Deze psalm noemt 3 redenen om God zonder ophouden te loven.
In Jeremia 33:11 worden de eerste twee redenen ook genoemd.
Psalm 150:2 noemt ook nog 2 andere redenen:
In Psalm 111 somt de dichter ook veel redenen op waarom hij God looft.
Goedertierenheid.
Dat is de wil van God om
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid (Galaten 5:22).