Hoofdstuk 10


Vers 1

Vervolg op Psalm 9.

Psalm 10 is een vervolg op het acrostichon (alfabetisch gedicht) van Psalm 9. Dat is één doorlopend geheel. Psalm 10 begint met de letter lâmed. Wel ontbreken er letters, 1 letter in Psalm 9 (daleth) en 6 letters in Psalm 10. Pas in vers 12 komt de volgende letter: koph.

6 is het getal van de mens.

666 is het getal van de antichrist.

Psalm 10 mist ook de aanhef.

Psalm 9 gaat vooral over vijanden van buitenaf. Psalm 10 gaat vooral over vijanden van binnenuit.

Psalm 9 ziet verder dan de tijd van David. In Psalm 9:12 woont de HEERE op Sion. Dat was in Davids tijd nog niet, want de tempel was er nog niet.

Het moment dat de "heerlijkheid van de HEERE" in Jeruzalem kwam, lezen we in

We lezen niet dat de "heerlijkheid des Heeren" kwam in de nieuwe tabernakel waarin David de ark zette.


Als we Psalm 9 lezen in toekomstperspectief, dan gaat het over:

Psalm 10 is een vervolg van Psalm 9. Vooral Psalm 10:18 wijst naar de toekomst van het vrederijk.


Toekomstperspectief.

Er zijn verschillende aanwijzingen om deze Psalm als een Messiaanse Psalm te zien.

Waarom blijft U van verre staan?

De gelovigen weten dat God er is, maar waarom merken ze dat niet?

In de grote verdrukking zijn er veel martelaren t.g.v. de vervolging door de antichrist.

De martelaren roepen tot God om wraak. Het is alsof "God van verre blijft staan". Dat lijkt zo, maar eerst moet het getal van de martelaren vol worden.

Daarna wreekt God hun bloed als de derde schaal wordt leeggegoten. De bloedvergieters moeten dan zelf bloed drinken.

Tijden van benauwdheid.

Door Jeremia wordt de grote verdrukking met dezelfde woorden omschreven.

De antichrist vervolgt heftig alle gelovigen.

Hij voert oorlog tegen hen en overwint hen zelfs.

Hoe de antichrist werkt, staat in de verzen 2-11.



Vers 2

Dé goddeloze vervolgt de ellendige.

Goddeloze is enkelvoud.

Jesaja 11 gaat over de verre toekomst, over het vrederijk.

In Jesaja 11:4 staat dat Jezus goddeloze, (de antichrist) , zal doden.

Paulus noemt hem ook in

Deze goddeloze voert oorlog tegen de heiligen.

Die heiligen heten hier de "ellendigen".

Laat hen gegrepen worden.

Hen : meervoud.

Meerdere vijanden dus.

Het gaat over satan, de antichrist en de valse profeet, Gog en hun volgelingen.

God verhoort dit gebed.

De antichrist en de valse profeet worden gegrepen en in de hel geworpen.

Gog komt om met heel zijn legermacht.

Satan wordt opgesloten in de afgrond.



Vers 3

De goddeloze beroemt zich.

Als deze goddeloze de antichrist is, dan beroemt hij zich over het beeld, de gruwel, dat in de tempel geplaatst wordt.

Ieder moet dat beeld aanbidden. Dat is de hartewens van deze goddeloze.

Hij lastert de HEERE.

Dit wordt precies zo gezegd van de antichrist in:



Vers 4

Er is geen God.

Deze goddeloze is de antichrist.

De antichrist laat zichzelf als god vereren. Elke andere godsdienst wordt verboden.

Paulus schrijft over de hoogmoed van de antichrist in

De gelovigen erkennen de antichrist niet als god en worden daarom hevig vervolgd. Zij vormen de grote schare martelaren die uit de grote verdrukking komt.



Vers 6

Ik zal niet wankelen.

De antichrist is erg hoogmoedig.

Ook van het goddeloze Babylon lezen we die hoogmoed.

Juist dit goddeloze Babylon zal nauw samenwerken met de antichrist.



Vers 7

Zijn mond is vol vervloeking.

De mond van dé goddeloze, van de antichrist, is vol van grootspraak en godslastering.



Vers 8

Zijn ogen loeren op de arme.

Door Micha worden de slechte leiders beschreven.

Ook daar gaat het over de eindtijd.

Bij die slechte leiders hoort zeker de antichrist, die ook door een deel van de Joden gevolgd wordt. Jezus heeft dat voorzegd.



Vers 9

Een leeuw.

De antichrist krijgt zijn kracht van satan.

Satan zelf is als een brullende leeuw. Zijn antichrist ook.



Vers 12

Sta op, HEERE.

Dit is een uitdrukking die vraagt of de HEERE nu in actie wil komen.

In Numeri 10:35 staan deze woorden ook en opmerkelijk worden daar ook "haters" en "vijanden" genoemd, die straf krijgen en moeten vluchten.

Precies zoals in



Vers 13

Lasteren.

Lasteren hoort bij de antichrist.



Vers 14

Geef het in Gods hand.

De martelaren uit de grote verdrukking leggen hun leed bij God neer. De "dag van de wraak" is dan reeds aangebroken en daarom bidden ze ook om wraak.



Vers 15

Breek de arm van de goddeloze ...

Dit gebed wordt ook gebeden in de grote verdrukking. De oordelen van God, beschreven in Openbaring 6 - Openbaring 19, gaan dan over de aarde.

Dat is de "dag van de wraak", waarover Jesaja 61:2 spreekt. Die dag is dan aangebroken.

Daarom mag dit gebed nu gebeden worden.

De wraak komt.



Vers 16

De HEERE is Koning.

God, als schepper van de aarde, is de Eigenaar en de Koning.

Hij is Koning van de volken.

Hij is speciaal Koning over Israël.

Na de verwerping van de theocratie laat God de profeten verkondigen dat de theocratie in heerlijker vorm hersteld zal worden. Koning David, de zoon van Isaï, is daar een beeld van. Zijn troon zal tot in eeuwigheid bevestigd worden.

In Ezechiel 37:24-25 lezen we dan ook dat "Mijn Knecht David", de Messias, voor eeuwig koning zal zijn.

Het Messiaanse rijk is een eeuwig koninkrijk en volgt direct op de grote verdrukking.

In Lukas 1:32-33 spreekt de engel Gabriël ook over het eeuwige koningschap van Jezus tegen Maria.


Heidenvolken zijn verdwenen.

Zijn land.

Het is Gods land. Het heet Mijn land.




Vers 17

De wens van de zachtmoedigen.

De martelaren bidden om wraak in

God verhoort dat gebed.

Als de derde schaal leeggegoten wordt, wordt hun bloed gewroken. De bloedvergieters moeten zelf bloed drinken.

De antichrist en de valse profeet worden door Jezus in de hel geworpen.



Vers 18

Voortaan geen geweld meer.

Dat wijst duidelijk naar het vrederijk. Toekomst!!!



<