Dood van de zoon.
Psalm 9 werd gezongen op de wijs van een bekend lied: "dood van de zoon".
Profetisch perspectief!
Opmerkelijk: In Davids tijd woonde de HEERE NIET op Sion (zie vers 12), want de tempel was er nog niet. De tabernakel was er waarschijnlijk wel, de nieuwe tent die David voor de ark liet maken. We lezen nergens dat de heerlijkheid van de HEERE daarin kwam. Dat lezen we wel bij de inwijding van de tempel.
Ook bij de inwijding van de oude tabernakel vulde de heerlijkheid van de HEERE het heiligdom.
Als David in vers 12 spreekt over "de HEERE die op Sion woont", dan ziet hij in de toekomst!!! Ook Joël plaatst dit in de verre toekomst.
Dan ziet de profeet David in deze psalm:
De wijs is: "Dood van de zoon".
Opmerkelijk toch!
De antichrist heet : "zoon van het verderf" in
Over de ondergang van deze goddeloze zoon verblijden de rechtvaardigen zich. Zij bidden ook om Gods wraak in
Dat kan / mag dan ook, want de "dag van de wraak" is dan aangebroken.
Een Messiaanse Psalm.
Deze Psalm kunnen we zeker ook lezen in eindtijdperspectief.
Psalm 2 en Psalm 10, Psalm 46, Psalm 47, 67 en Psalm 110 en Psalm 145 zijn ook zulke Psalmen die dezelfde tijd beschrijven.
Ik.
Al Uw wonderen vertellen.
In U zal ik mij verblijden.
David verblijdt zich niet in de eerste plaats in wat God gééft. Hij verblijdt zich in de Géver, in God.
Daartoe worden ook wij opgeroepen.
O, Allerhoogste.
In Psalm 56:3 staat hetzelfde.
Ook daar gaat het over vijanden en bestrijders.
Mijn vijanden zijn teruggedeinsd.
Voor Uw aangezicht omgekomen.
Mijn rechtzaak behartigd.
In Openbaring 6:7 roepen de martelaren, die onder het altaar zijn, om wraak, om recht. Ze moeten dan nog even wachten tot hun getal vol is. Daarna is de wederkomst en zal Jezus wraak uitoefenen en hun rechtzaak behartigen.
Rechtvaardige Rechter.
Handelingen 17:31 wijst Jezus als Rechter aan.
Gezet op de troon.
Jezus neemt het op voor Israëlieten, Zijn minste broeders. Hoe heb je je tegenover hen gedragen?
In Mattheus 25:31 lezen we over het oordeel van Jezus over de volken. Hij zit dan op de troon van Zijn heerlijkheid.
Die troon is ook de troon van David.
Jezus oordeelt vólken, maar Hij maakt een scheiding tussen schapen en bokken. Alleen de schapen mogen het vrederijk binnen.
Daleth overgeslagen.
Psalm 9 is een acrostichon, dus de teksten beginnen met de letters in volgorde van het Hebreeuwse alfabet. Het acrostichon loopt door in Psalm 10. Wel ontbreken er letters.
Vers 6 moest beginnen met de letter daleth = deur. De daleth, toegevoegd aan de Godsnaam JHWH, vormt de naam Juda. Juda is de stam van Jezus. Die letter daleth wordt in psalm 9 overgeslagen, want het gaat hier over de antichrist.
De heidenvolken bestraft.
Dé goddeloze wordt omgebracht.
Goddeloze is enkelvoud.
In Jesaja 11:4 staat ook dat Jezus dé goddeloze, de antichrist, zal doden.
In Openbaring 19:20-21 lezen we dat de antichrist en de valse profeet door Jezus worden gegrepen en in de hel geworpen worden.
Voor eeuwig en altijd.
Hun namen: dat zijn de namen van de antichrist en de valse profeet.
Hun naam wordt uitgewist. Ze gaan in de hel.
In Mattheus 25:41 lezen we dat ook m.b.t. de bokken, ze gaan in het eeuwige vuur. Daar zijn de antichrist en de valse profeet reeds.
O, vijand.
In de eindtijd zijn de antichrist, de valse profeet en Gog de vijanden.
Hun nagedachtenis is vergaan.
Nadat Jezus de antichrist en de valse profeet in de hel heeft geworpen, begint het vrederijk.
Dan stopt de verwoesting van de steden. Aan dat leed wordt niet meer gedacht.
De HEERE zetelt voor eeuwig.
In Ezechiel 37:24-25 lezen we dat "Mijn Knecht David", de Messias, voor eeuwig koning zal zijn.
Ook Daniël zegt dat het Messiaanse rijk een eeuwig koninkrijk is. En...het is op aarde.
De engel Gabriël spreekt erover tegen Maria.
Troon gereed gemaakt.
Jezus zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, op de troon van David.
Nú zit Jezus in de troon van ZIJN Vader.
Hij zit daar nú als onze Hogepriester, onze Voorspraak.
Hij zit daar totdat... de vijanden zullen vernietigd worden.
De wereld oordelen.
Deze profetie staat ook in
In de Psalmen 96 en 98 staat dit ook in toekomstperspectief, het vrederijk.
Hijzelf zal oordelen.
God heeft Jezus als Rechter aangesteld.
Over de volken rechtspreken.
Het oordeel over de volken lezen we in
Het is de scheiding van schapen en bokken.
De schapen mogen het koninkrijk, het Messiaanse rijk, binnengaan.
Veilige vesting.
Deze uitdrukking gebruikt David vaak. Hij weet zich veilig bij Zijn God. Die is zijn Burcht.
De HEERE is een veilige vesting.
In Openbaring 12 lezen we dat de draak, (de satan / antichrist), Israël, (de vrouw), zal vervolgen. De vrouw vlucht in de woestijn en wordt daar door God onderhouden.
God is dus ook dan een veilige vesting.
Tijden van benauwdheid.
Door Jeremia wordt de grote verdrukking met dezelfde woorden omschreven.
De antichrist vervolgt heftig Israël en alle gelovigen.
Hij voert oorlog tegen hen en overwint hen zelfs.
Deze gelovigen zijn de verdrukten die hier in de tekst worden genoemd.
Uw Naam kennen.
Dat is God zelf kennen. Deze mensen zijn gelovigen.
In de grootste smarten
blijven hun harten, vol vertrouwen, in de HEERE gerust.
De HEERE die te Sion woont.
Hij eist vergelding.
In Nazareth leest Jezus uit
Hij stopt met lezen middenin de tekst.
Hij leest NIET over de "dag van de wraak".
Vergelding voor vergoten bloed.
In de grote verdrukking zal de HEERE het vergoten bloed vergelden. Daar wordt door de martelaren om gebeden.
De vergelding wordt uitgevoerd als de derde schaal wordt leeggegoten. De bloedvergieters moeten dan zelf bloed drinken.
Zie mijn ellende aan.
In de grote verdrukking zal de antichrist oorlog voeren tegen de heiligen en hen overwinnen.
Johannes ziet een grote menigte die niemand tellen kan, allemaal slachtoffers van de antichrist. Allen gedood in de grote verdrukking.
Mij verheugen in Uw heil.
Het grondwoord voor "heil" = yeshû‛âh.
Dus er staat: ik zal mij verheugen in Uw Jezus.
Als Jezus is wedergekomen en als Hij als Koning regeert, dat zullen de gelovigen zich in Hem verheugen.
Ze beginnen al te zingen bij Zijn komst op de Olijfberg, zoals Jezus voorzegd heeft.
Alle volken zullen Hem ook eren en naar Jeruzalem gaan om Hem, de Koning, te aanbidden.
De heidenvolken..
Het gaat om meervoud.
In Zacharia 14:1-4 lezen we hoe Jezus de heidenvolken, die Jeruzalem omsingelen, vernietigt.
Het graf dat ze maakten.
De goddelozen maken een graf voor de gelovigen, maar ze vallen er zelf in.
De vijanden maakten natuurlijk géén graf voor zichzelf. Het gaat dus niet over een begraafplaats. Het grondwoord kan ook "verderving" betekenen.
In Psalm 16:10 is vertaald met "verderving" of "ontbinding".
Zoals Korach, Dathan en Abiram wegzinken in het dodenrijk,
zo ook zullen de heidenvolken zinken in het dodenrijk. Ze zinken in het verderf.
Dat verderf wilden ze over Israël brengen.
De HEERE is bekend geworden.
Als David hier in de toekomst ziet, dan ziet hij de wederkomst.
Elk oog zal Jezus zien als Hij verschijnt op de Olijfberg.
Nu reeds staan daar camera's opgesteld. De hele wereld kan dan de wederkomst zien op de smartphone of een andere vorm van media.
Higgajon.
De muziek speelt zacht. Even een moment van meditatie.
Denk eens goed na over Gods recht. Laat het diep tot je doordringen.
Sela.
Rustmoment.
Naar de hel toe.
Het grondwoord voor "hel" is sheool = dodenrijk. Daar verbleven onder het OT alle overledenen. De gelovigen, zoals de arme Lazarus en Abraham zaten aan de goede kant, de ongelovigen, zoals de rijke man, zaten aan de slechte kant.
Na Jezus' opstanding verblijven daar alleen nog de geesten van de ongelovigen tot de tweede opstanding.
Zie bij vers 16.
De gelovigen zijn door Jezus uit "de gevangenis" bevrijd en in het hemelse paradijs gebracht, nadat Jezus verzoening deed in de hemel.
Paulus is tijdens zijn leven even in dit paradijs geweest.
Bij het oordeel over de volken,
gaan de goddelozen, de bokken, in het eeuwige helse vuur. Dat heet in NT: gehenna.
Over het helse vuur gaat het in déze tekst NIET.
Vergaat niet voor eeuwig.
In de eindtijd, tijdens zware vervolging, blijft er een gelovig overblijfsel. Dat overblijfsel ziet uit naar de komst van de Messias.
Er blijft hoop.
Sta op, HEERE.
Dit is een uitdrukking die vraagt of de HEERE nu in actie wil komen.
In Numeri 10:35 staan deze woorden ook en opmerkelijk worden daar ook "haters" en "vijanden" genoemd, die straf krijgen en moeten vluchten.
Precies zoals hier in Psalm 9.
Heidenvolken worden geoordeeld.
Ook elders lezen we daarover.
Jaag hun vrees aan.
Als de toorn van het Lam zich openbaart, dan zijn de goddelozen erg bevreesd.
Ze willen wel door bergen bedekt worden. Dit gebeurt als het zesde zegel geopend wordt.
Als de mensen dit roepen is de grote verdrukking al begonnen.