Hoofdstuk 11


Vers 1

Vlucht naar de bergen.

Raadgevers zeggen in psalm 11:1 tegen David, dat hij naar de bergen moet vluchten, net als vogels. Vliegende vogels zijn in Jesaja 31:5 beeld van bescherming.

David vlucht niet weg.

Hij gaat naar zijn God.


Ik vlucht naar de HEERE.



Vers 2

David betrouwt op God. Hij wordt door vijanden bedreigd.

Beeld van huidige Israël.


De goddelozen schieten..

Ze zijn handlangers van satan. Hij schiet ook zijn pijlen. Hef het schild van het geloof.

Verzoekingen, die komen van satan, moeten ons tot blijdschap strekken, zegt



Vers 3

Fundament.

=grondslagen in Gods woord. Wat altijd vaststond wankelt.

Wat altijd veiligheid en rust gaf , is aan het verdwijnen. Ook onze tijd heeft daar veel voorbeelden van.

Wat heeft de rechtvaardige bedreven?

Zo staat het in de Statenvertaling.

Waarom overkomt ons dit?


Wat moet de rechtvaardige doen?

We mogen tegenwoordig steeds minder zeggen wat Gods woord ons leert.

Wat is waarheid tegenwoordig?

Veel mensen vluchten op internet. Wordt dat onze nieuwe religie? De waarheid is niet internet, maar Gods woord. Wie uit de waarheid is, die hoort Gods stem.



Vers 4

Heilig paleis.

Dat is de hemel, want de tempel was er nog niet in Davids tijd.

Beproeven.

God beproeft.

Satan verzoekt.



Vers 6

Gods oordeel komt.

God straft de goddelozen.

Zij hebben géén vrede.

Dat zal zeker zo zijn in de grote verdrukking.

We lezen dat in

Dan is de "dag van de wraak" aangebroken.



Vers 7

De HEERE ziet graag rechtvaardige daden.

De oprechten zullen Zijn aangezicht aanschouwen.

Of: Zijn aangezicht aanschouwt de oprechten.



<