Hoofdstuk 5


Vers 1

Strijdbare held.

Hij was een vijand van Israël. Hij had ook een Joodse slavin die uit Israël was weggevoerd.

Gideon heet ook strijdbare held.

Melaats.

Het was in Syrië heel anders met de melaatsen dan in Israël.

Deze melaatse generaal draaide nog gewoon mee en kwam in het paleis van Benhadad.



Vers 7

Hij zoekt een voorwendsel.

Joram denkt dat Benhadad een aanleiding zoekt om een nieuwe oorlog te beginnen.



Vers 10

Ga heen en was u.

Dit was de Goddelijke opdracht.

Naäman was ongelovig en wil terug naar Syrië.

Als zijn knechten hem overhalen gaat hij zich toch onderdompelen in de Jordaan.

Hij wordt gezond.

Hij gehoorzaamde.

God gehoorzamen is geloven.

Zijn geloof heeft hem behouden.



Vers 12

2 vijanden voor Naäman.

  1. Trots.
  2. Satan die betere rivieren weet.



Vers 14

Dompelde.

In de Septuaginta staat "baptizo" = dopen.

Dopen is onderdompelen.


Genezing door geloof.

God gehoorzamen = geloven.



Vers 15

Naäman komt bedanken.

Hij is net als de melaatse die Jezus kwam bedanken.



Vers 16

Elisa wil niets.

Niemand in Syrië zal kunnen zeggen dat Gods gave voor geld te koop is.



Vers 17

Een last aarde..

Hier is iets bijgelovigs.

Men geloofde dat plaatselijke goden ook invloed hadden op plaatsen waar "hun grond"

was.



Vers 20

Ik zal wel iets aannemen.

Geldgierigheid is een wortel van elk kwaad.

Begeerte brengt vanzelf de volgende zonde voort.



Vers 22

Geef toch..

Wat moet Naäman nu toch denken van de God van Elisa?



Vers 26

Was het tijd om...?

Elisa openbaart hier de diepste gedachten van Gehazi.



Vers 27

De melaatsheid van Naäman.

Gehazi begeerde een deel van de rijkdom van Naäman. Hij mocht dat houden van God, maar God gaf hem nú ook de ziekte van Naäman.



<