Hoofdstuk 22


Vers 1

Josia was acht jaar toen zijn vader Amon stierf op 24 jarige leeftijd.

Die was dus 15 of 16 jaar toen Josia werd geboren.


Josia is 16 jaar als hij God gaat zoeken.

Als hij 20 jaar is gaat hij het land reinigen van afgoden.



Vers 2

In de weg van David.

Dit is een lof die geen enkele koning, na David, kreeg.



Vers 3

18e jaar van Josia.

Josia is 18 jaar. Hij regeert nu tien jaren. Hij heeft al veel gedaan aan reformatie.

Nu vindt men het wetboek de Thora.

Het heet ook Boek van het verbond.

In deze tijd werkt ook de profeet Jeremia.

Volgens

moest elke vorst een afschrift van dit wetboek beschikbaar hebben en daarnaar regeren.



Vers 11

Hij scheurde zijn kleren.

  1. Omdat het volk was afgeweken van Gods wet.
  2. Omdat hij zelf dacht dat het herstel van de tempel voldoende was. God vraagt het hart.



Vers 12

Asaja.

Van deze functionaris of zijn zoon is waarschijnlijk een zegel gevonden. (RD 18-8-2025) Het opschrift luidt:

behorend tot Yed(a)yah (zoon van) Asayahu”.



Vers 14

Profetessen.

  1. Hulda.
  2. Debora.
  3. Mirjam.
  4. Anna (NT).
  5. Dochters van diaken Filippus.

Nieuwe gedeelte.

De Benedenstad.



Vers 16

God zal onheil brengen.

Josia begrijpt het goed.

Zelfs de reformatie van Josia kan Gods onheil niet afwenden.

De profetes Hulda zegt ook dat het onheil onafwendbaar is, maar het zal niet gebeuren tijdens het leven van Josia.



Vers 20

Met vrede.

Dat betekent dat Josia de aangekondigde verwoestingen niet zal meemaken.

Hij sneuvelde wel tegen farao Necho.



<