Hoofdstuk 7


Vers 1

Zijn huis.

Een cederen paleis.


Rust gegeven.



Vers 2

Nathan.



Vers 3

Doe wat in uw hart is.

Pas op: we kunnen ons vergissen. Dat deed Nathan ook. Het woord van de HEERE kwam pas later.



Vers 5

Mijn dienaar.

Dit staat ook geschreven van:

  1. Abraham. Genesis 26:24.
  2. Jozua. Jozua 24:29.
  3. Jezus. Mattheus 20:28.
  4. Paulus. Romeinen 1:1.

Nieuw begin bij David.

In Handelingen 2:29 heet David een patriarch, een aartsvader. Bij David begon iets nieuws. De stam van Juda neemt de leiding over van Efraïm, de eerstgeborene.



Vers 10

Eigen gebied voor Israël.

Het gaat God niet om een machtige David, maar om een veilige plaats voor Israël.



Vers 11

Voor u (David) een huis.

Dit is Gods belofte aan David dat hij de stamvader van de Messias zal zijn.



Vers 13

David mag geen tempel bouwen.

3 redenen waarom David de tempel niet bouwde:

De tempel moest echt een beeld van vrede zijn.


Die zoon zal Mijn huis bouwen.

  1. Salomo bouwt de tempel. Salomo is een type van Jezus.
  2. Jezus bouwt Gods huis, waarvan de gelovigen de levende stenen zijn. Ef 2:20-22.

Gelaagde profetie.

David beseft goed dat het hier over de Messias gaat.



Vers 18

De heilige tent.

Dat is de nieuwe tabernakel.



Vers 19

Verre tijden.

Verre toekomst.


Overeenkomstig de wet...

Overeenkomstig de rechtsorde van de mensen.

Dwz. God bepaalt dat door Christus de echte vrede zal komen en het vraagstuk van de volkeren zal worden opgelost. God bepaalt de weg waarlangs dit gebeurt.



Vers 23

Het enige volk.

Israël is het persoonlijk eigendom van God.

Israël kende de enige en de ware God.


En hun goden.

Hier gaat het niet om beelden, maar om de engelvorsten die achter de machthebbers van de volken schuilgaan.

God strijdt tegen de demonen.



Vers 24

Voor eeuwig.

Gods verbond met Abraham wordt nooit herroepen.

God is getrouw aan Zijn woord, hoe Israël ook afwijkt.



Vers 25

Doe het.

David bidt om de vervulling vd belofte van de komst van de Messias.



Vers 26

God alleen de eer.

Dat is voor David en elke gelovige het belangrijkste in het leven.



Vers 27

Onthuld.

Sinds deze belofte heet Jezus:



Vers 28

U bent die God.

Letterlijk: U, U alleen, bent dé God.



<