Hoofdstuk 19


Vers 4

Gezicht bedekt.

Teken van rouw.



Vers 7

Spreek naar het hart...

David moet tegen de soldaten zeggen dat hij blij is met hun inzet en blij met de overwinning.

Joab zet David onder druk.



Vers 8

Israël was gevlucht.

Met Israël wordt bedoeld de aanhang van Absalom.



Vers 9

Tweedracht.

Na de nederlaag van Absalom zien velen weer het goede dat David voor hen deed.

Ze willen David weer terughalen naar Jeruzalem.



Vers 11

Spreek tot de oudsten van Juda.

Hier gaat David Juda boven de andere stammen stellen. Juda moet zorgen dat ze eerder David verwelkomen dan de overige stammen.

Later zijn de andere stammen daar kwaad over.



Vers 13

Amasa.

De vrouw van Isaï had als weduwe van Nahas 2 dochters:

  1. Zeruja : Joab, Abisaï en Asahel.
  2. Abigaïl : Amasa. Dat is later de generaal van Absalom.

Amasa was dus een oom-zegger van David.

Amasa was een neef van Joab.


In Joabs plaats.

David wil Joab de functie van legerleider afnemen, omdat hij Absalom opzettelijk doodde.



Vers 17

Duizend man.

"Duizend" kan ook slaan op zijn familie.

Simeï en Ziba.

Mogelijk hadden deze beide Benjaminieten grote invloed in de stam van Benjamin.

Beide had David moeten straffen, maar hij deed het niet.



Vers 21

Gezalfde van de HEERE.

Deze uitdrukking betekende veel voor David.



Vers 23

U zult niet sterven.

Toch was de vergeving niet echt van harte, want later geeft David aan Salomo opdracht om Simeï te straffen.



Vers 24

Uiterlijk van Mefiboseth.

Aan de slechte verzorging van Mefiboseth kon David zien dat hij treurde om wat David was overkomen. Hij bereidde zich zeker niet voor op een staatsgreep.

Duidelijk was dat Ziba de waarheid niet vertelde.



Vers 26

Bedrogen door Ziba.

Mefiboseth had op een ezel met David mee willen gaan. Hij vroeg om een gezadelde ezel, maar Ziba bracht die niet.



Vers 29

Het land delen.

David had tegen Ziba gezegd dat hij al het land van Mefiboseth mocht hebben.

Nu draait David dat gedeeltelijk terug.

Hij bestraft het bedrog van Ziba niet.

Had Ziba misschien, net als Simeï, grote invloed in de stam van Benjamin en kon David hun steun niet missen?



Vers 35

Zangers en zangeressen.



Vers 37

Chimham.

Een zoon van Barzillaï.



Vers 38

David wil goed terugdoen.

Misschien kreeg Chimham van David een woning in Bethlehem.

Ook gaf David aan Salomo opdracht t.g.v. de zonen van Barzillaï.



Vers 43

Tien delen.

De stam van Levi was over het land verdeeld. Er waren 12 stammen over.

Zo was het 10 tegen 2.( Juda en Benjamin)


Het woord van Juda had meer kracht.

Deze ruzie leidde opnieuw tot een burgeroorlog.

Seba kwam in opstand.



<