Hoofdstuk 20


Vers 1

Benjaminieten.

Onder Saul werd de eigen stam van Benjamin voorgetrokken.



Vers 5

Bleef langer weg.

Amasa was generaal van Absalom geweest. Mogelijk vertrouwde Juda deze vroegere vijand niet.



Vers 6

David zei tegen Abisaï.

Abisaï krijgt de leiding over het leger, maar volgens vers 7 was de boodschap ook voor Joab.



Vers 14

Abel Beth-Maächa.

Deze plaats ligt NW van het Merommeer.



Vers 18

In Abel vragen.

De inwoners van deze belegerde stad waren beroemd om hun wijsheid.

Velen kwamen er raad vragen en volgden het advies op.



Vers 24

Adoram.

In de tijd van Salomo was deze man nog minister van financiën. In de tijd van Rehabeam stenigde men hem.



Vers 26

staatsdienaar - Hebreeuws: priester.

Ira was een niet-levitische priester.

Dat was een onwettig priesterschap.

In 2 Samuel 8:18 staat ook van Davids zonen dat ze "kohanim" = priesters waren.



<