Hoofdstuk 16


Vers 2

In Galaten 4:22-31 worden Sara en Hagar typen van 2 verbonden.


Wet van Hammoerabi.

Het nemen van een bijvrouw was normaal.

In het huwelijkscontract was geregeld, dat een onvruchtbare vrouw een bijvrouw zocht voor haar man. Ook dat de bijvrouw/slavin altijd onderworpen bleef aan de echte echtgenote.



Vers 3

Hagar of Saraï?

Pas in Genesis 17:16 noemt God Sara als moeder van het beloofde kind. Dat Abraham Hagar tot vrouw nam, was dus niet uit ongeloof, maar omdat hij meende dat God deze weg wilde gaan en zegenen. Hij wist alléén dat hij een zoon zou krijgen, maar hij had niet concreet gehoord dat Sara ook de moeder zou zijn.

Hij was ten volle verzekerd dat God het beloofde zou geven. Romeinen 4:20-21.



Vers 4

Romeinen 4:20-21.


Veracht.

Hagar kende het Babylonische recht niet. Zij was een Egyptische. Ze wilde zich niet meer onder Saraï schikken.


Wet en genade.

Zoals Hagar Saraï verachtte, zo verdragen de wet en de genade elkaar ook niet.

Johannes 1:17.



Vers 6

Vernederde.

Volgens de Babylonische wetten schoor men de slavin/bijvrouw kaal en droeg haar steeds slavenwerk op.

Misschien was het een voorhoofdsteken.



Vers 11

Ismaël.

Overeenkomsten met de andere aartsvaders.



Vers 12

Wilde ezels.

De wilde ezel is de onager. Die zwerft door de steppen, en is beeld van onafhankelijkheid.



Vers 14

Lachai-Roï.

Bron van de levende en de ziende.



Vers 15

Ismaël.

Abraham dacht dat Gods belofte nu vervuld was.

God gaf Ismaël zijn naam = God heeft gehoord.


Toch is Ismaël een zoon van het vlees (Galaten 4:22-31). Beeld van werken van de wet. Daarvan moest Abraham afscheid nemen, want de wet verdraagt zich niet met de belofte.



Vers 15

Ismaël =God heeft gehoord

God had deze naam genoemd.

Genesis 16:11



<