Hoofdstuk 28


Vers 3

Waarzeggers moesten gedood worden.



Vers 4

Sunem.

Deze plaats ligt tussen Jizreël en Endor.

Om in Endor te komen moet Saul dus richting Sunem, de plaats waar de Filistijnen zijn.

Het Gilboa-gebergte ligt iets ten zuiden van Jizreël.

Saul is nu 72 jaar.



Vers 6

Urim .

De priester Abjathar had de efod, met daarin de urim en de tummim bij David gebracht.

Saul had waarschijnlijk nieuwe stenen laten maken.

Door deze twee stenen maakte de priester de wil van God bekend.

De steen urim was waarschijnlijk de steen die de goede uitslag bekend maakte.

Dat was ook zo toen Israël, o.l.v. Jozua, het beloofde land binnentrok.



Vers 7

Endor.

2½ uur ten Noorden van Jizreël. Dus dicht bij Nazareth.

Het lag in het stamgebied van Manasse.

Volgens Richteren 1:27 verdreef Manasse niet alle Kanaänieten. Misschien is de waarzegster in Endor een Kanaänietische.


Occulte.

Saul is door God verlaten en in zijn nood zoekt hij hulp bij satan.


Geesten van de doden bezweren.

Letterlijk:

Ze is een spiritiste.

Ze kan waarzeggen mbv een geest van een dode.(= necromantiek).


Niet luisteren naar God.

In 1 Samuel 15:23 zegt Samuël tegen Saul :

Saul was een gewaarschuwd man.



Vers 8

Naar een waarzegster.

God neemt Saul dit bezoek erg kwalijk.



Vers 12

Saul ontmaskerd.

De waarzegster meende in trance te gaan om zo door haar demon gebruikt te kunnen worden.

De occulte handelingen worden plotseling onderbroken. Samuël verscheen. De waarzegster begreep dat dit bijzonder was en gilde het uit. Ze begreep ook dat ze met Saul te maken had. De schrikreactie is een duidelijk bewijs dat ze Samuël zó niet verwachtte. Ze werkte niet met geesten van doden, maar met demonen. Tegelijk toont dat het frauduleuze karakter van haar occulte praktijken.


Verschillende visies.



Vers 13

Saul ziet dit niet.

De waarzegster ziet de geestverschijning en beschrijft die voor Saul.


Goddelijk wezen.

Ĕlôhîym, een bovennatuurlijk wezen.

Dit is een demon.

Hij komt op vanuit de aarde, vanuit het dodenrijk.

De demon materialiseert zich en bootst Samuël na.

Waarschijnlijk zijn er bij deze seance 2 demonen: één in de waarzegster en één die ze oproept.



Vers 17

Aan David gegeven.

Nu hoort Saul wat hij altijd al had gedacht.

David zal koning worden.

Hij wist het ook volgens



Vers 19

Bij mij zijn.

Morgen zal Saul ook in het dodenrijk zijn.

Maar... niet in de afdeling waar Samuël is.

Saul gaat naar de plaats waar later ook de rijke man komt.

Niemand ontkomt aan het dodenrijk = Sheool.

Het gaat NIET over "graf".

Sauls lichaam is de volgende dag niet in het graf. Hij werd, onthoofd, door de Filistijnen opgehangen aan de stadsmuur van Beth-San.



<