Hoofdstuk 17


Vers 1

Socho.

25 km ten westen van Bethlehem.


Efes-Dammim.



Vers 2

Eikendal.

Strategisch punt, 25 km ten westen van Bethlehem.

Saul beheerst de dalweg naar Bethlehem en de weg naar Hebron.

Tussen Israël en de Filistijnen zijn 2 bergbeken.

Achter Saul is een vluchtdal richting Bethlehem.



Vers 4

Uit Gath.

In de tijd van Jozua woonden er in Gath ook reuzen, Enakieten.



Vers 5

5000 sikkels.

Dat is ruim 50 Kg.



Vers 13

Eliab.

In 1 Kronieken 27:18 is Eliab een stamvorst van Juda.

David kwam dus uit een aanzienlijk geslacht.

Hij stamde ook af van Nahesson, een aanvoerder van Juda. Ruth 4:20.



Vers 18

10 melkkazen.

Of 10 scheppen room van de volle melk, vervoerd in houten kokers.

Heden nog een heerlijk persoonlijk geschenk.



Vers 24

Die man.

In de grondtekst staat tussen deze 2 woorden het woord "eth", bestaande uit 2 letters, de 1e en de laatste letters van het Hebreeuwse alfabet.

Als "eth" vertaald wordt, zou er kunnen staan: die vreselijke man.



Vers 25

Beloning.

Saul looft 3 beloningen uit.



Vers 29

Is er geen reden?

Is er géén opdracht van vader Isaï geweest?



Vers 34

Een beer.

Vóór beer staat "eth".

Dus: woeste beer.



Vers 37

De HEERE.

David geeft God de eer.



Vers 38

Met Sauls kleren.

Saul was in Israël een grote man.

David zal dus ook geen kleintje geweest zijn.

Zijn broers waren ook grote kerels.



Vers 43

Stokken.

Goliath ziet wel de stok, maar let niet goed op de slinger.


Vervloekte.

Een vloek is een verderfbrengende uitspraak.



Vers 46

Duel.

Bij zo'n duel streed men eerst met woorden, voordat men tot de daad overging, maar David ging heel snel over tot de daad en verraste Goliath.



Vers 49

Voorhoofd?

Goliath droeg een helm. Is zijn voorhoofd dan niet bedekt?

De vertaling "knie" past beter bij scheenplaat (=misho) en bij voorovervallen. Het is logisch dat 1 woord in 1 hoofdstuk dezelfde betekenis heeft.

Als de steen de knie raakt, is de kans groot dat de knieschijf breekt. Dan kan Goliath niet lopen. Hij kan het been niet strekken en valt op zijn gezicht.


Wel voorhoofd?

Goliath had volgens vers 5 wél een helm op. Het voorhoofd is dan vast beschermd geweest.

Om de steen dodelijk te laten zijn, moet die het voorhoofd met een kracht van 3000 Newton raken. Bij die kracht raakt het hersenweefsel beschadigd.

Wereldkampioen slingeren Livermore haalde 3600 Newton.

De “dodelijkheid” van een klap hangt niet alleen af van een getal in Newton.
Belangrijker zijn:

Is het logisch dat hij voorover viel?
Ja, dat is goed te verklaren, ook bij voorhoofd.
Een harde klap tegen het voorhoofd kan iemand direct buiten bewustzijn brengen.
Als iemand rechtop staat en plots bewusteloos raakt, valt hij meestal in de richting waarin zijn zwaartepunt al bewoog of simpelweg naar voren, zeker als hij in beweging was. (Goliath kwam op David af, vers 48)



Vers 52

Vallei.

LXX heeft: Gath.



Vers 54

Naar Jeruzalem.

In Jeruzalem woonden de Jebusieten, vijanden.

Waarschijnlijk ook vijanden van Bethlehem.

De Jebusieten waren pro-Filistijns.

David toont het hoofd van Goliath om de Jebusieten angst aan te jagen.


Zijn tent.

Familietent in Sauls kamp. Wapens werden bezit van de overwinnaar.

Later krijgt David het zwaard van Goliath weer van de hogepriester in Nob.



<