Dit was voorzegd.
De ergste onderdrukking tot nu toe.
Israël moet de huizen verlaten.
Ze gaan naar schuilplaatsen in de bergen.
De Midianieten kwamen vooral om de oogsten te roven.
Gezaaid had.
Israël ging oogsten.
Doden te betreuren.
Ook Gideons familie verloor geliefden, volgens Richteren 8:19.
Een profeet.
In de gebruikelijke cyclus zou je verwachten dat God nu een richter zou sturen.
God stuurt eerst een profeet.
De profeet maakt eerst duidelijk waarom al deze ellende er is. Het volk moet berouw krijgen en zich bekeren.
Dus de roep tot God om hulp is nog geen bewijs van bekering. Spijt gaat over de gevolgen van de zonden. Bekering rekent af met de zonden zelf.
De profeet zegt wat God voor Israël deed.
De profeet zegt daarna ook hoe Israël tegenover God handelde.
U hebt niet willen luisteren.
We lezen niets van bekering en breken met de afgoderij.
Israël zit het meest met de gevolgen van de zonden en niet met de zonden zelf.
Spijt is iets anders dan bekering.
Ofra.
Dit was Ofra in Manasse, dichtbij Sichem.
Er was nog een groter Ofra in Benjamin.
Joas de Abiëzriet.
Joas, de vader van de Ezrieten.
Joas was stamhoofd van deze familie van Manasse.
Wijnpers.
Gideon had waarschijnlijk maar weinig tarwe.
Een wijnpersbak geeft maar weinig ruimte en de plaats om te dorsen was erg klein.
Het tekent de angst voor de Midianieten. Wie verwacht er iemand die dorst in een wijnpers?
Gideon.
Gideon = hakker, houthakker.
Dit is waarschijnlijk een erenaam die met vers 26 te maken heeft.
Later heette hij ook Jerubbaäl.
God gaat al een richter aanwijzen, voordat het volk berouw heeft.
Engel van de HEERE.
We komen hem o.a. tegen in
Deze engel komt over als een mens. Gideon ontdekt op in vers 21 dat het een engel is.
In de verzen 12 en 20 lezen we dat de "engel van de HEERE" spreekt, maar in de verzen 14,16,18 lezen we dat de HEERE spreekt.
Deze figuur is de "engel van de HEERE", maar tegelijk de HEERE zelf. Deze figuur is de Zoon van God.
De HEERE is met u.
Gideon ontkent dat, maar de profeet had het al duidelijk gemaakt dat God Zijn volk niet verliet, maar dat het volk God verliet.
Strijdbare held.
Dat is een tegenstelling met de Gideon uit vers 11.
Maar God noemt hem zo en in deze hoedanigheid kan God hem gebruiken.
God zal met hem zijn.
Mijn geslacht.
Dat zijn de Ezrieten.
De jongste.
Hij heeft wel knechten.
Zo jong en zo arm was Gideon niet.
Geef een teken.
Dat teken moet bewijzen dat "de man" namens God spreekt.
Mijn geschenk.
Ik zal sterven.
De HEERE zei..
God verscheen niet opnieuw, maar sprak zoals Hij sprak met Abraham, Jozua e.a.
Altaar.
Dit is het 1e altaar. Dat werd niet gebouwd op Gods bevel.
Het 2e altaar werd wel op Gods bevel gebouwd.
De tweede stier.
Op één na de oudste stier.
7 jaar.
Zo lang had de verdrukking geduurd.
Baäl.
Joas was dus een afgodendienaar. Waarschijnlijk diende hij ook God nog, want hij had zijn kinderen over Gods wonderen verteld.
Gewijde paal.
Die was gewijd aan Astarte.
God begint bij de oorzaak.
De oorzaak van alle ellende is de afgoderij.
Gideon moet beginnen met de afbraak van het altaar van Baäl.
Heb je ook een afgod?
Breng een offer.
Gideon moest offeren op Gods bevel, maar hij was niet uit de stam van Levi.
Gideon moet sterven.
Hier gebeurt precies het tegengestelde van Deuteronomium 13:1-12.
Afgodendienaars moesten juist sterven volgens Gods wet.
Jerubbaäl.
= Laat Baäl het (voor zichzelf) opnemen.
De Geest bekleedt Gideon.
Gideon wordt bekwaam gemaakt.
Richteren 3:10.
Wollen vacht.
Gideon heeft een zwak geloof.
Hij had in vers 21 al een teken gehad. God had in de verzen 23 en 25 opnieuw gesproken.
Nú wil hij weer een teken tot versterking van zijn zwakke geloof.
U zult Israël verlossen.
Gideon verwacht de verlossing van God.
Hij wil graag de grote kracht van God eerst zien. Daarvoor legt hij de schapenvacht neer.