Hoofdstuk 3


Vers 6

Zij dienden hun afgoden.

Ze dienden de afgoden naast de HEERE. Wat waren ze vaak gewaarschuwd.

Er zijn nog steeds namen die naar de HEERE verwijzen.



Vers 7

Gewijde palen.

Ze hoorden bij de dienst van Astarte.

Ze hadden een penisvorm.



Vers 9

Otniël.



Vers 10

De Geest was op hem.

In het OT reageren de mensen op de Geest buiten hen.

In NT is de Geest in ons.


De Geest op richters.

OT en NT.

In het OT stuurt God Zijn Geest om één leider kracht te geven.

In NT geeft God Zijn Geest in veel mensen.

Mesopotamië of Syrië?

In vers 8 komt de vijand uit Mesopotamië. In vers 10 uit Syrië.

In Genesis 24:10 heet Syrië ook Mesopotamië. Daar woonden Rebekka en Laban.

Laban heet ook "Laban de Syriër."



Vers 11

Hoelang rust?

Als Otniël sterft is het spoedig gedaan met de rust.

Gelukkig leeft Jezus eeuwig.

Hij geeft eeuwige rust. Dank u Heere Jezus.



Vers 12

Ehud.

Hij was linkshandig en uit de stam van Benjamin.



Vers 13

Palmstad.

Eglon sloeg zijn kamp op bij de ruïne van Jericho.

Dit lijkt waarschijnlijk, want Ehud kon snel naar het bergland van Efraïm vluchten, volgens vers 26.

Vespasianus zet de palm nog op een munt als hij rond 70 n C Judea verovert.



Vers 16

Een zwaard.

Een kort zwaard.



Vers 19

Afgodsbeelden bij Gilgal.

Gilgal lag vlakbij Jericho.

Daar stonden nu afgodsbeelden. Waarschijnlijk had Eglon die beelden van zijn god Kamos daar vlakbij zijn kamp geplaatst.



Vers 22

Darminhoud eruit.

Men weet niet zo goed hoe men dit moet vertalen.

Maar... de opmerking in vers 24 heeft er waarschijnlijk mee te maken, dat men wel een vieze geur rook.



Vers 26

Afgodsbeelden.

In vers 19 was hij daar teruggegaan om Eglon te vermoorden.



Vers 27

Efraïm.

Dat was een sterke stam.



Vers 31

Samgar.

Hij wordt geen richter genoemd, maar bracht wel verlossing.

In Richteren 4:1 wordt wél Ehud genoemd, maar NIET Samgar.


Anath.

Een oorlogsgodin van de Hethieten.

Prikstok.

De boer gebruikte de prikstok om de ossen aan te sporen, of een os het achteruit slaan af te leren.

Een stevige prikstok was het wapen van Samgar.



<