Zij dienden hun afgoden.
Ze dienden de afgoden naast de HEERE. Wat waren ze vaak gewaarschuwd.
Er zijn nog steeds namen die naar de HEERE verwijzen.
Gewijde palen.
Ze hoorden bij de dienst van Astarte.
Ze hadden een penisvorm.
Otniël.
De Geest was op hem.
In het OT reageren de mensen op de Geest buiten hen.
In NT is de Geest in ons.
De Geest op richters.
OT en NT.
In het OT stuurt God Zijn Geest om één leider kracht te geven.
In NT geeft God Zijn Geest in veel mensen.
Mesopotamië of Syrië?
In vers 8 komt de vijand uit Mesopotamië. In vers 10 uit Syrië.
In Genesis 24:10 heet Syrië ook Mesopotamië. Daar woonden Rebekka en Laban.
Laban heet ook "Laban de Syriër."
Hoelang rust?
Als Otniël sterft is het spoedig gedaan met de rust.
Gelukkig leeft Jezus eeuwig.
Hij geeft eeuwige rust. Dank u Heere Jezus.
Ehud.
Hij was linkshandig en uit de stam van Benjamin.
Palmstad.
Eglon sloeg zijn kamp op bij de ruïne van Jericho.
Dit lijkt waarschijnlijk, want Ehud kon snel naar het bergland van Efraïm vluchten, volgens vers 26.
Vespasianus zet de palm nog op een munt als hij rond 70 n C Judea verovert.
Een zwaard.
Een kort zwaard.
Afgodsbeelden bij Gilgal.
Gilgal lag vlakbij Jericho.
Daar stonden nu afgodsbeelden. Waarschijnlijk had Eglon die beelden van zijn god Kamos daar vlakbij zijn kamp geplaatst.
Darminhoud eruit.
Men weet niet zo goed hoe men dit moet vertalen.
Maar... de opmerking in vers 24 heeft er waarschijnlijk mee te maken, dat men wel een vieze geur rook.
Afgodsbeelden.
In vers 19 was hij daar teruggegaan om Eglon te vermoorden.
Efraïm.
Dat was een sterke stam.
Samgar.
Hij wordt geen richter genoemd, maar bracht wel verlossing.
In Richteren 4:1 wordt wél Ehud genoemd, maar NIET Samgar.
Anath.
Een oorlogsgodin van de Hethieten.
Prikstok.
De boer gebruikte de prikstok om de ossen aan te sporen, of een os het achteruit slaan af te leren.
Een stevige prikstok was het wapen van Samgar.