Een tussenstuk.
De zesde engel heeft op de bazuin geblazen in
Nu komt een tussenstuk.
Dat loopt tot
Dan pas gaat de zevende engel op de bazuin blazen.
Andere engel.
Allos angelos.
Allos =
Waarschijnlijk: de Engel des HEEREN.
Sterke engel. Is dat Jezus?
Ezechiel 1:26-28.
Waarschijnlijk gaat het over de "engel des HEEREN", dus Christus. Zeker is dat echter niet. Belangrijk is zijn boodschap, voordat deze 7e bazuin klinkt, dus voordat de zeven schalen komen.
Een andere engel sterk.
In de grondtekst staat "sterk" áchter engel.
We moeten dan eigenlijk lezen:
Regenboog.
De meeste vertalers kiezen "regenboog". De traditie heerst dan over de woordbetekenis. Het grondwoord (=iris) betekent: halo of stralenkrans.
Voeten.
Benen.
Boekje.
Dit is niet de boekrol van
Die boekrol is nog niet helemaal afgerold. Het zevende zegel moet nog geopend worden.
Dit boekje, deze kleine boekrol, gaat misschien over besluiten over Israël. Dan is de inhoud al bekend uit de profeten van het OT.
Daarom wordt dat hier niet uitgebreid bekend gemaakt.
Ook in Openbaring 11:1-13 gaat het speciaal over Israël.
Op de zee en op het land.
In Jozua 10:24 lees je dat "de voet ergens opzetten" betekent dat je er macht over hebt.
Deze engel (Jezus?) toont daarmee dat Hij de hele aarde in bezit zal nemen. Hij claimt de aarde en claimt de zee. Dit tegenover satan, die nu nog de overste van de wereld is.
Dit zou een eerste stap in de richting van de wederkomst kunnen zijn.
De leeuw brult.
In de volgende teksten is het Gód die brult. In deze tekst is het de Engel des HEEREN, Die als de Leeuw uit Judax brult.
Een leeuw brult niet als hij geen prooi heeft, zegt
Hier wordt wél gebruld. Er is dus prooi. Dat zijn de goddelozen, waarmee wordt afgerekend tijdens de grote verdrukking, tijdens de "dag van de wraak", zoals Jesaja 61:2 dat noemt.
Bovendien.... bij een brullende leeuw zijn de welpen veilig.
Donderslagen met een stem.
Nergens in de bijbel lezen we over donder die spreekt.
Dé zeven.
Vóór het woord "zeven" staat "dé". Dat wijst op dé bekende zeven, de zeven aartsengelen.
Dan kun je het ook als volgt lezen
Er wordt wel iets gezegd, maar dat mag Johannes niet opschrijven.
Ze spreken waarschijnlijk van toorn en vergelding.
God neemt het op voor Israël.
Anders vertaald.
De engelen deden dus wel mededelingen.
Niet opschrijven.
Het gesprokene is NIET bestemd voor de gemeente. Misschien gaat het over wat God met Israël gaat doen. Precies zoals toen Jozef zich bekend maakte aan zijn broers.
Wat daar gezegd is, bleef ook geheim voor de Egyptenaren.
Is het hier ook zo? We staan hier vlak vóór de wederkomst. Jezus gaat zich bekend maken aan Zijn broeders, de Joden. Niets opschrijven van deze intimiteit. "Ik ben Jezus, jullie Messias".
Hief zijn hand op.
Dat is eedzwering.
Hij zwoer.
Deze engel zweert bij de Schepper. Die Schepper kan ook Jezus zijn. Als die engel Jezus is, dan zweert Hij bij Zijn Vader of bij zichzelf.
"Geen tijd meer".
Chronos =
Er is dus geen uitstel meer.
De ongelovigen weigeren zich te bekeren.
Wat voorzegd is, wordt nú vervuld.
Dit is het begin van het einde.
Hier staat dus niet dat de eeuwigheid tijdloos is.
Dus de grote verdrukking is bijna ten einde. Het oordeel wordt niet uitgesteld. Snel zullen de laatste oordelen komen.
De zeven schalen zullen maar een korte tijd in beslag nemen.
Er staat zelfs "dagen".
Wat is een geheimenis?
Geheimenissen:
Het geheimenis van God.
De vervulling van het geheimenis gebeurt bij de zevende bazuin.
Het geheimenis dat hier genoemd wordt, is dus waarschijnlijk de komst van Christus als koning. Hij is Zoon van God en Zoon van David. Voor tijdgenoten van Jezus was dat al een verborgenheid, hoewel de profeten in het OT er veel over geschreven hebben.
Jezus zelf spreekt over het geheimenis van het koninkrijk.
Het zichtbare aardse koninkrijk, waarin Jezus zal regeren in Jeruzalem, werd uitgesteld door ongeloof van Israël. Het wordt voorlopig een geestelijk rijk. Gelovigen zijn er onderdanen van.
Zo is het als een geheimenis wat de gelovigen mogen verstaan.
De komst van het aardse koninkrijk in de eindtijd werd zo ook een geheimenis.
Aan de profeten bekend.
Geen verkleinwoord.
In vers 8 staat "boek". In de verzen 9+10 staat "boekje".
Opeten.
Wat op de kleine rol staat moet door Johannes heen gaan. Hij moet het opeten.
Zoet en bitter.
Zoet:
Bitter:
Net als bij Mozes. Hij had een "zoete voorsmaak": Israël ging naar het beloofde land. Maar... de weg daarheen was bitter.
In Daniel 7:27-28 hoort Daniël over de komst van het koninkrijk. Ook Daniël schrikt hevig. Dat is ook bitter.
Vreemde volgorde.
De volgorde is wel vreemd: eerst buik, daarna de mond. In vers 10 staat de volgorde goed.
Boekrol en boekje.
Wat staat er misschien in?
De bijbel zegt er niets over.
Het zal misschien iets zijn dat niet geopenbaard wordt in de boekrol met de zeven zegels.
Over veel volken.
"Over" (waarschijnlijk hier het meest juist) kan ook vertaald worden met
Profeteren...
Waarover gaat Johannes profeteren?