Hoofdstuk 8


Vers 1

Ai.

=puinhoop.

In Jesaja 10:28 heet Ai :Ajath.


Al het krijgsvolk.

De schrik zat er goed in. Maar God bemoedigt Jozua.



Vers 2

Roven.

Hier stelen met toestemming van God.



Vers 3

30.000?


30.000 mannen. Volgens Jozua 8:9 gingen ze in hinderlaag tussen Bethel en Ai. Wel veel!

In Jozua 8:12 staat 5000 man in hinderlaag.



Vers 12

Verder.

Mogelijk was dit een 2e hinderlaag. Dat kan blijken uit het woordje "verder".

De 1e hinderlaag wordt genoemd in vers 9.



Vers 17

Bethel doet mee.

Bethel ontdekt de vlucht van Israël en mengt zich in de strijd. Ze moeten dan stuiten op de 5000 Israëlieten in de 2e hinderlaag.

Jozua 8:12.



Vers 18

Werpspies.

Dat lijkt op de staf van Mozes. Jozua wees met zijn spies op God. Hij hield de spies omhoog.

Jozua 8:26.



Vers 19

Ai werd verwoest.

Bethel werd NIET verwoest.

Richteren 1:22.



Vers 20

Volk dat naar de woestijn vluchtte.

Dat waren Israëlieten die eerst vluchtten, maar op het teken van Jozua zich omkeerden.



Vers 25

12000

Voor de stad alleen lijkt 12000 erg veel. De archeologie vindt een stad van ongeveer 3 ha.

Mogelijk zijn bij de 12000 dan ook mensen uit de omgeving van Ai meegerekend.



Vers 26

De werpspies bleef omhoog.

Deze werpspies lijkt op de staf van Mozes, toen Jozua moest vechten met de Amalekieten bij Rafidim.



Vers 29

Steenhoop.

Gedenkteken van oneer.

Jozua 7:26.

2 Samuel 18:17.



Vers 30

Een altaar.

Resten zijn in 2023 nog steeds te zien, maar de Palestijnen willen daar huizen gaan bouwen. Volgens de Oslo-akkoorden moeten waardevolle archeologische vondsten beschermd worden.


2 bergen bij Sichem.

De Amarna-brieven beschrijven dat Sichem in de handen is van de Chabiri (= waarschijnlijk Israël)



Vers 31

Gebod van God.

Deuteronomium 27:4.



Vers 33



Vers 35

Jozua las.

Deuteronomium 28.

Deuteronomium 29:1-15.



<