Hoofdstuk 7


Vers 1

De Israëlieten.

De geheime misdaad van Achan wordt het hele volk toegerekend.


Zabdi of Zimri.

In 1 Kronieken 2:6 staat Zimri. De letters b en m verschillen weinig. Dit is waarschijnlijk een overschrijffout.



Vers 5

Shevarim.

=steengroeve of stenen bruggen aan de opgang vd berg waarop Ai lag.


Ongeveer 36.

De Babylonische telling telde in 6-tallen. Ongeveer "40" zouden wij beter snappen.



Vers 11

Deuteronomium 7:25-26.


Verbond.

Welk verbond?

Jozua 7:15.



Vers 12

Een ban, een vloek.

Ongelovige zondaren kunnen een vloek brengen over anderen, zelfs over gelovigen.

Achan, Bileam, kunnen een banvloek over het volk brengen.



Vers 13

Heiligt.

Bereidt u er innerlijk op voor.



Vers 15

Verbrand.

Eerst stenigen, daarna verbranden.



Vers 16

Werd aangewezen.

Door de urim en de thummim van de hogepriester.



Vers 19

Geef God de eer.

Dit is een soort eedformule om tot een bekentenis te dwingen.

In vers 20 zegt Achan ook "voorwaar", waar en zeker.



Vers 25

Stenen.

Teken van oneer.



Vers 26

Achor.

Achor betekent: in het ongeluk gestort.

Beeld vd eerste zonde van Israël in Kanaän. Een verschrikkelijk gericht. Een slecht begin.

Hosea 2:14 neemt juist dit dal, dat erge begin, als deur van hoop. God heft de ban weer op en betoont opnieuw Zijn liefde.

In 1 Kronieken 2:17 heet Achan zelf Achor=bedrog.



<