Hoofdstuk 11


Vers 1

Jabin is een titel.

Andere titels.

Hazor.

In Noord-Kanaän.

Veel groter dan Jericho.



Vers 2

Kinneroth.

Dat is bij het meer van Galilea.



Vers 4

Zeer veel paarden en wagens.

Israël had geen paarden. Daarop mochten ze hun vertrouwen niet stellen.

Deuteronomium 20:1.

God gaf tegen dit leger wel de overwinning, maar in Richteren 1:19 niet en in Jozua 17:16 ook niet.


Ze trokken uit.

Volgens Jozua 11:20 verstokte God hen, zodat ze de strijd aangingen.



Vers 5

Merom .

Dat is eigenlijk het Hulè-meer. Dat ligt iets ten noorden van het meer van Galilea.

Het was een leefgebied van leeuwen.



Vers 7

Onverwachts.

De paarden waren waarschijnlijk nog niet ingespannen.

Het was een snelle overval.



Vers 8

Misrefoth-Maïm.

Tussen Tyrus en Acco.



Vers 9

Wagens verbranden.

Tot op Salomo bediende Israël zich niet van paarden en wagens.

Als ze op paarden en wagens gaan vertrouwen begint de achteruitgang.



Vers 11

Hazor verbrand.

Na enkele generaties is er weer een sterk Hazor, want Sisera was de generaal van Jabin. Richteren 4:2.



Vers 12

Alle steden ingenomen.

Dit zijn de steden die in Jozua 11:1 genoemd worden.



Vers 17

Baäl-Gad.

Aan de voet van het Hermongebergte.



Vers 18

Veel dagen.

Ongeveer 7 jaren.

Jozua 14:7-10.



Vers 19

Alles namen ze in.

Toch waren er Kanaänieten die stand hielden en niet werden verdreven.



Vers 22

Reuzen.

Alleen in Het Filistijnse land bleven er over. Goliath woonde later in Gath.

In Jozua 15:14 lezen we dat Kaleb later ook nog Enakieten doodt.

Zie ook Richteren 1:10. Daar staat hetzelfde verhaal, maar dan ná de dood van Jozua. Richteren 1:1.



<