Hoofdstuk 10


Vers 1

Adoni-Zedek.

= heer vd gerechtigheid.

= mijn heer is Zedek ( Fenicische afgod)

Vroeger, toen Jeruzalem nog niet onder heerschappij van Egypte stond, was de titel Melchi-Zedek = koning vd gerechtigheid.


Jeruzalem.

Jir-a = de HEERE zal voorzien.

Salem = stad vd vrede.



Vers 2

Sterk.

Dapper.

Ook later nog.

1 Kronieken 12:4.



Vers 10

De HEERE bracht verwarring.

Psalm 144:6.




Vers 11

Grote stenen.

God strijdt vóór Israël met hagel.

Kosmisch bombardement op de vijanden.



Vers 12

De zon stond stil.

Ook wij spreken nog altijd over een bewegende zon , zonsopkomst en zonsondergang.

Jaartallen.

David regeert: 1010-970 v C.

Salomo begint de tempelbouw in 966 v C.

De uittocht / exodus was 480 jaar eerder, in 1446 v C.



Vers 13

Het boek van de oprechte ( hoofdstuk 88+89) wordt nog als bewijs aangevoerd.

Dit boek is gevonden in 1840.


Herhaling?

Zal zo'n lange dag er ook weer zijn in eindtijd?



Vers 15

Terug naar Gilgal.

Dit gebeurde pas ná de strijd. Hetzelfde staat in Jozua 10:43.

In de Septuaginta ontbreekt vers 15.



Vers 23

5 Koningen.

De namen staan in Jozua 10:3.



Vers 27

Van de palen afhalen.

Tot op de huidige dag.

Op de dag dat het boek Jozua werd geschreven, waren die stenen nog voor de opening van de grot.



Vers 29

Het zuiden

In Richteren 1 lees je opnieuw over de veldtocht in het zuiden, door Juda en Simeon en Kaleb. Het zijn dezelfde steden.



Vers 31

Lachis

In aardlagen van vóór de verwoesting, vond men een scarabee met de naam Amenhotep III, dus van 1400 v C.

Hun koning Jafia was al gedood. Jozua 10:3



Vers 33

Gezer.

De koning Horam werd wel gedood, maar Gezer werd niet ingenomen, volgens Jozua 16:10.



Vers 34

Naar Eglon

Hun koning Debir was 1 vd 5.



Vers 36

Hebron

Hun koning Hoham was 1vd 5.



Vers 37

Koning.

Opvolger van Hoham.



Vers 41

Het land Gosen.

Gosen is, volgens Jozua 15:51, een stad in het zuiden, bij het latere Filistijnse land.



<