Hoofdstuk 5


Vers 1

De context.

  1. De laatste dagen.
  2. De Heere komt.

Wie zich hierop niet richt, die gaat zich richten op het aardse. Dat aardse is niet blijvend.


De rijken.

Eind hoofdstuk 4 en begin hoofdstuk 5 zijn gericht aan de rijken.

Rijkdom hoeft niet verkeerd te zijn, maar hoe ga je ermee om en hoe heb je het gekregen?

Deze rijke mensen gaan op in het aardse.

Het zijn vleselijke christenen.


Agur bad:" Geef mij geen armoede en geen rijkdom"

Huil.

Die rijkdom ontvalt je een keer. Dat kan snel zijn, want de komst van de Heere is nabij.

Leeft dat bij jou.

Wat we geloven, moet zichtbaar zijn in ons dagelijkse leven.



Vers 3

Zoek een blijvende schat.

Verzamel schatten in de hemel. Daar verroest de schat niet, daar komen geen dieven.



Vers 4

Doorgedrongen tot de oren van de HEERE.

Ben je daar blij mee?



Vers 7

Wees geduldig.

Je ziet om je heen een zondige wereld. Laat je er niet door ontmoedigen.


De komst van de Heere.

Jacobus ziet de komst van de Heere dichtbij. Hij was niet de enige.



Vers 9

Zucht niet tegen elkaar.

Zucht = klagen of negatief spreken.

We leven in moeilijke tijden. We ervaren de haat van de wereld. Laat het leven niet moeilijker worden door het elkaar moeilijk te maken.



Vers 10

De profeten.

Ze spraken Gods woorden. Juist daarom moesten ze lijden.



Vers 11

Volharden.

De gelóvigen volharden in het geloof. Ze houden vol, ze blijven geloven.

Volharden is iets anders dan bewaren.

Gód bewaart de gelovigen tot de zaligheid.

Gods bewaring is de oorzaak van de volharding.

Job volhardde.

Job bleef aan God trouw, tegen elke verwachting in. Job krijgt aan het eind van de beproeving een dubbele zegen van God.



Vers 12

Allerlei eden.

De Joden in die dagen zwoeren te pas en te onpas. Jezus zelf stelt dat aan de kaak.

Elke rabbijn kon degene die zo'n eed zwoer, weer van die eed ontslaan.

De onveranderlijke God zweert.

God geeft ons 2 onveranderlijke dingen.

  1. Zijn beloften.
  2. Zijn eed, dat Hij die beloften waar zal maken als wij ze geloven.

Ja en nee.

Wees betrouwbaar voor iedereen.



Vers 13

Wat is Jacobus' raad?

Daarop komen in vers 15 drie beloften.


Lijden.

"Lijden" ziet hier niet op ziekte, maar op moeilijke omstandigheden. Gebed is de aangewezen weg.



Vers 14

Ziekenzalving.

Hier staan bepalingen voor zalving.

Gebed uitspreken doen we in de kerk wel, maar de zalving doen veel kerken niet.

Vgl. In tijd van Nehemia werd ook het Loofhuttenfeest weer hersteld. Eeuwen was het niet zo gevierd. Misschien zo ook met ziekenzalving. Het wordt weer hersteld.


Ps 103 Hij vergeeft en Hij geneest. Jezus ook. Ook de uitgezonden discipelen mogen genezen en ze zalven met olie.

Jezus kwam ook voor ziel en lichaam. Hij is nog dezelfde.

Wie ernstig ziek is, met weinig zicht op beterschap, moet niet alleen gaan bidden, maar moet de oudsten roepen. Uit jezelf kun je niet naar de zieke gaan. Het initiatief ligt bij de zieke zelf. Minstens 2 ouderlingen komen. Hoofdzaak is gebed.

De zalving is niet apart.

De zieke moet eerst zelf bidden.


Zalving verdween.

Dat kwam waarschijnlijk door een als bijbels beschouwde berusting als men ziek werd.


Bidden over hem.

Ouderlingen bidden óver (Letterlijk) hem, waarschijnlijk met handoplegging.

Ook Jezus en de apostelen genazen met handoplegging.

Volgens Hebreeen 6:1-2 hoort handoplegging bij het fundamentele christelijke onderwijs.

De gemeente bidt mee. Voor elkaar. Als één lijdt, lijden allen mee.


Zalven in de naam des Heeren.

(= Jezus) Dat is de kracht.

Petrus zegt:"door de Naam van Jezus staat deze gezond voor u".

Het gaat om het gezag van Jezus.


Olie als teken.

Zalfolie is het teken, het teken van de Heilige Geest.


Een genezen melaatse kreeg op de rechter oorlel, rechter duim, en rechter grote teen eerst bloed en dan olie. Eerst verzoening, daarna de olie van toewijding.

Olie verwijst ergens naar, net als doopwater, brood en wijn dat doen.

We zalven, we doen eenvoudig wat God zegt.



Vers 15

Het gelovige gebed.

Het gaat om het gelovige gebed van de oudste.

Geloof is nodig als we wonderen willen zien.

Discipelen konden de maanzieke jongen niet genezen vanwege ongeloof.

Maar... de genezing is niet afhankelijk van de mate van ons geloof. Het is Gods werk.


En als hij zonden gedaan heeft.

Andere vertaling is mogelijk:

Dus, indien hij in een situatie is van bedreven zonden, met gevolgen van blijvende aard, zal hij vergeving ontvangen.

Het gaat waarschijnlijk over bijzondere zonden. De oudsten moeten daarnaar informeren.


Zijn er zonden?

Is zonde de oorzaak?

David kwijnde weg door verzwijgen van de zonde.

In Korinthe was zonde. Velen stierven. Zelfonderzoek doen we ook bij avondmaal. Voor wie de zonde belijdt, is God getrouw en rechtvaardig dat Hij ons onze zonden vergeeft.


De blokkades moeten weg.

  1. Onbeleden zonden.
  2. Zondige binding. Je hebt al vaak geprobeerd de zonde te laten, maar steeds doe je de zonde weer. Bv. Verslaving.
  3. Zondige contacten. Jacobus 4:4. Jezus at ook met zondaars, maar liet Zich nooit omlaag trekken tot hun zondige niveau. Radicaal breken is dé oplossing.
  4. Vleselijke leefwijze. Een vleselijk christen houdt zonden vast. Is een "baby" in het geloof. Zijn eigen gedachten bepalen zijn leven. We moeten echter "in Zijn voetspoor" gaan.
  5. Wrok of bitterheid. Hebreeen 12:15. Wrok is verlangen naar wraak. Ef 4:26.
  6. Misschien staat men onder één of meer vloeken. Een vloek is een kwade, verderfbrengende uitspraak. Denk aan Bileam.
  7. Demonische binding. Via het poortje van de zonde krijgt satan toegang in ons leven. Dat kan ook via onze opvoeders, die ons aan zonden blootstellen. Jacobus 4:7. 1 Petrus 5:8-9. In de bevrijdingsbediening noemt men zelfs een getal van 80% van de christenen die de satan een voet tussen de deur hebben gegeven. Als het 40% was, dan was het nog heel erg. Zo is er geen kracht van de Geest in de gemeenten. Ef 4:26.

Verband tussen zonde-ziekte.

Er kan zeker verband zijn tussen zonde en ziekte.

Johannes 5:14.

Johannes 9:2-3.

Alleen de patiënt zelf mag verband leggen tussen zonde en ziekte.


De zieke behouden.

  1. Behouden (beter maken of zalig maken).
  2. Oprichten ( beter worden, of opwekken uit de dood).
  3. Vergeving schenken.

Gebed vh geloof.

= gebed van ouderlingen.

We moeten vertrouwen op God hebben. Vertrouwen dat de zalving naar Gods woord is. Mogelijk wordt hier een bijzondere gave van de Geest bedoeld. Een geloof om " bergen te verzetten ". Een vaste overtuiging dat de zieke zal genezen.

Vgl 1 Corinthiërs 12:9.

De context wijst echter niet naar dit bijzondere geloof.


Olie is géén geneesmiddel.

God bepaalt hoe Hij helpt.

God kan kracht en rust geven zonder te genezen. Er komt meer hoop op God. De ziekenzalving is toch heilzaam. Net als bij het avondmaal. Geloof richt zich niet op genezing, maar op God.

De genezing heeft hier waarschijnlijk meer verband met de "gave van genezing" dan met de genezingswonderen die Jezus en de apostelen deden.

Gave van genezing is iets anders dan gave van krachten = wonderen.



Vers 16

Bedoeling vd zalving.

Hier staat de bedoeling

Gods vrijmacht kunnen we moeilijk begrijpen. Toch zalven we, omdat God het geboden heeft. We slikken medicijnen, maar we verwachten genezing van God.


Belijd elkaar...

We moeten geen zonden aan de hand houden. We moeten de zonden aan de oudsten en zo nodig ook aan elkaar belijden en vergeving vragen. Dat is zeker belangrijk als de zieke wordt gezalfd.

Dit is iets anders dan de Roomse biecht. De oudsten vergeven niets, ze vragen God er wel om en kunnen bijbelse beloften van vergeving uitspreken.

Een krachtig gebed.

Gebed van een rechtvaardige.

Zie aantekeningen bij Exodus 33:14.



Vers 17

Elia.



Vers 18



Vers 20

Redden van de dood.

De broeder of zuster wordt gered van de geestelijke dood.



<