Hoofdstuk 8


Vers 1

De hoofdzaak.

De schrijver zet hier het belangrijkste neer.

We hebben, in Jezus, een Hogepriester die verzoening deed en op grond daarvan voor ons, als Voorspraak, pleit bij de Vader.

Jezus deed met Zijn eigen bloed verzoening in de hemel. Op grond van die verzoening pleit Hij voor ons.

De Zoon van God is onze Hogepriester.

Wat een geweldig iets! Deze Hogepriester wisselt niet, want Hij leeft eeuwig.


Géén koning, wél Hogepriester.

Er zit in de hemel géén Koning naast God de Vader, maar een Hogepriester.

Koning wordt Jezus na de wederkomst.

Jezus wordt koning nadat de zevende bazuin is geblazen. Dat is nu nog toekomst.

Zo'n Hogepriester hébben wij!!!!

De schrijver heeft beschreven hoe een volmaakte hogepriester zou moeten zijn.

  1. Meer dan engelen.
  2. Meer dan Mozes.
  3. Meer dan Aäron.
  4. Meer dan Melchizedek.

Nu schrijft hij een uiting van grote vreugde. Zo'n volmaakte Hogepriester hébben wij!!!!!


Volmaakte hogepriester.

Gezet heeft.

In de tabernakel waren geen stoelen. Priesters konden niet rusten, want hun werk was nooit af. Christus mag wel rusten. Zijn verzoeningswerk is af. Hij zit nu in de troon van Zijn Vader.

Die troon is de ark.



Vers 2

Een dienaar.

Jezus diende op aarde, maar toen niet als Hogepriester.

Hij dient nú in de hemel en is daar wél Hogepriester. Hij is actief om óns te dienen.

Zo'n Hogepriester hébben wij. Maak gebruik van Zijn diensten. Door Hem mogen we altijd tot de Vader te gaan.


Echte heiligdom.

Het echte heiligdom is in de hemel. Daar staat dé ark.

De aardse tabernakel was gemaakt naar het voorbeeld van het hemelse heiligdom.

Alles is béter geworden.

Laat je wandel steeds in de hemel zijn.



Vers 3

Jezus offert.

Jezus offert Zichzelf.

Hij is Het Lam Gods.

Hij is het Paaslam.



Vers 4

Op aarde was Hij geen Priester.

Jezus was immers uit de stam van Juda. Als Hij op aarde was gebleven, was Hij nooit Hogepriester geworden.

Daarom zegt Jezus in Johannes 16:7 dat het nuttig is dat Hij weggaat.


Waarom nuttig?

  1. Dan kan Jezus, als Hogepriester, voor ons verzoening gaan doen in de hemel met Zijn eigen bloed. Dat maakt Zijn verzoeningswerk af.
  2. Hij kan op grond van Zijn verzoeningswerk voor ons pleiten. 1 Johannes 2:1.
  3. De Heilige Geest kon komen en ons de weldaden van Jezus mededelen.



Vers 5

Een schaduw.

De Joden, de Hebreeën, moeten NIET vast blijven zitten aan het zichtbare. De zichtbare eredienst is slechts een schaduw van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is in de hemel en daar is Christus.

De tabernakel en de tempel waren schaduwen, afbeeldingen, van de hemelse tempel.

De heerlijkheid van Jezus.



Vers 6

Voortreffelijker bediening.

De bediening van Jezus is zoveel beter dan die van Aäron.

Middelaar.

Een middelaar is iemand die tussen twee partijen bemiddelt. Die partijen hebben een overeenkomst of een verbond gesloten.


Jezus als Middelaar.

Jezus is God en Mens. Hij is de Middelaar tussen God en de mens. Hij weet volmaakt hoe God is en hoe een mens is, want Hij is het allebei.


Verschil tussen het oude en het nieuwe verbond.

Onder het oude verbond gold: Doe dit en dan zul je leven.

Onder het nieuwe verbond geldt: Jezus doet alles, geloof in Hem en dan zul je leven.

Het oude verbond heeft de wet op steen, buiten jezelf.

Het nieuwe verbond geeft de wet in ons hart. Die wet is een stukje van ons leven.


Een beter verbond.

Een verbond snijden.

Een verbond werd "gesneden" = gesloten.

De offerdieren sneed men in tweeën.

De halve dieren legde men tegenover elkaar en men liep er tussendoor.

Bij de verbondssluiting op Sinaï beloofde Israël gehoorzaamheid aan God.

Die gehoorzaamheid was belangrijk voor de vervulling van Gods beloften. Daarna werd het volk met bloed besprenkeld. Zo werd het verbond bekrachtigd. Bloed symboliseerde het leven. Wie het verbond brak, moest ook zelf met bloed betalen.

Bloed werd ook gebruikt voor vergeving.


Jezus stelde het nieuwe verbond in toen Hij het avondmaal instelde.

De kleur van zonde is rood.

Het 1e verbond was schaduw, het was onvolmaakt. Geen offer nam de schuld weg. Geen mens kon het 1e verbond houden. Daarom kwam Jezus en offerde één volmaakt offer. Hij offerde zichzelf.

Betere beloften.

2 Corinthiërs 1:20.



Vers 7

Niet onberispelijk.

Dat het 1e verbond niet onberispelijk was, lag niet aan God, of aan de wet, maar aan het doen van de mensen. Ze overtraden Gods geboden. Ze verbraken Gods verbond.



Vers 8

Berisping.

God berispt Israël.

Door hún zonden is dit nieuwe verbond nodig.

God wíl zegenen! Alsnog.

Maar nú zal de Middelaar, Jezus, Gods wet vervullen.

Nu komt de wet ín ons hart en wordt een stuk van ons leven.


Nieuw verbond met Israël.

De zegen voor Israël zal concreet worden in het vrederijk. Daarover lees je ook veel in Jeremia 31.

De gemeente van Christus deelt ook in dit nieuwe verbond, maar op een geestelijke manier.

Wij delen daarin door geloof. Wij zijn door geloof verbonden met de Middelaar van het nieuwe verbond.

Nú is er nog een geestelijk koninkrijk.

Straks, ná de wederkomst, komt het koninkrijk van God zichtbaar op aarde.



Vers 9

Verbond met hun vaderen.

Bij Sinaï sloot God een huwelijksverbond met Israël.

Ze bleven niet in het verbond.

Israël, de vrouw van God, ging "vreemd". Israël verliet God en koos voor Baäl en andere afgoden.

Maar...God blijft aan Zijn vrouw trouw. God gaat nooit de echt breken!!!!!

God slaat geen acht meer op Israël .

Maar... dat is niet blijvend.

Jezus zal Koning der Joden worden.



Vers 10

Het nieuwe verbond.

Na die dagen.

Dat is na de tijd van de verstrooiing van Israël. De twaalf stammen keren terug. Dan gaat God met Israël dit nieuwe verbond oprichten.

In Jeremia 31: 31-34 gaat het over de laatste dagen, dat zijn de laatste 2000 jaren. In dat hoofdstuk lees je ook veel over de terugkeer van Israël naar het beloofde land.


Het nieuwe verbond krijgt een innerlijke wet, in het hart. De wil om God te dienen komt uit het hart. De gemeente deelt in dit verbond op geestelijke manier.

Het koninkrijk der hemelen is nu ook een geestelijk koninkrijk.


Wetten in hun verstand.

Bij het nieuwe verbond bond wordt heel hun denken op God gericht. God stort ook Zijn Heilige Geest op hen uit.


In hun harten.

Het bekeerde Israël zal Gods geboden nu met liefde doen. Het komt uit hun innerlijk. Zo zijn Gods geboden geen zware last.

Lijken op Jezus.

Wie de wet in zijn / haar hart heeft, lijkt op Jezus. Die wil graag Gods wil doen.




Vers 11

Ieder kent God.

Ieder die in het nieuwe verbond is, is een rechtvaardige. Die heeft de wet in het hart en doet Gods wil van harte.

Ook Paulus schrijft dat.

Heel Israël zal zalig worden.

Ieder heeft dan een persoonlijke relatie met God en erkent Jezus als Verlosser.



Vers 12

God denkt niet meer aan de zonden.

De zonden werpt God in de diepte van de zee.

De polen zijn bekende punten op aarde, maar waar zijn oosten en westen?

90⁰ oosterlengte en 90⁰ westerlengte , gemeten op de evenaar, zijn de verst van elkaar gelegen punten op aarde. Beide punten liggen in een oceaan. Zover doet God onze zonden weg.

God komt er niet meer op terug. God denkt er zelfs niet meer aan.



Vers 13

Nieuw verbond.

God gaat iets nieuws doen. Dat betekent niet dat het oude verbond (op Sinaï gesloten) weg is.

Het oude (oud in leeftijd) verbond is wel een eeuwig verbond.

Het oude verbond is echter niet effectief gebleken.

Het oude verbond was al achterhaald vanaf het moment dat Israël verbondsbreuk pleegde. Dat begon al met het gouden kalf bij Sinaï.

Het oude verbond heeft een onvolmaakte hogepriester (het eerste offer op de verzoendag was voor hogepriester zelf) en er werden onvolmaakte offers gebracht.


Het nieuwe verbond heeft:

Mattheus 5:17-19.


Verbond.

Een verbond werd gesneden.

Praktijk: Genesis 15.

Dieren werden door midden gesneden, behalve de vogels. De vogels zijn een beeld van de Heilige Geest en van Israël. Daarom werden de vogels niet verdeeld.


Verbond en teken.

Bij een verbond hoort altijd een teken:

Punt van verdwijnen.

Deuteronomium 28.

Jozua 8:30-35.



<