Hoofdstuk 13


Vers 1

Enkele aansporingen.

Nú volgen nog enkele aansporingen om steeds meer op Jezus te gaan lijken. We moeten ijverig zijn om goede werken te doen.

Broederliefde.

Grieks: Filadelfia.

Hoe de liefde is, lees je vooral in

Waarom beginnen met liefhebben?

  1. De liefde is de vervulling van de wet. Romeinen 13:10.
  2. De liefde bedekt veel zonden.
  3. Zonder liefde is geen enkele geestesgave iets waard.



Vers 2

Hoe moeten we gastvrij zijn?

Niet mopperen.

Onderdak aan engelen.

Abraham.

Lot in Sodom.



Vers 3

Denk aan de gevangenen.

Timotheüs is net vrijgelaten.

Paulus zit nog steeds gevangen, maar vraagt om gebed.

Gevangenen bezoeken.

Het gaat waarschijnlijk om gevangen gelovigen.

Dit is een oproep tot mede-lijden.

Voor Jezus zal dit een belangrijk criterium zijn als Hij de volken gaat oordelen en bokken en schapen gaat scheiden.



Vers 4

Huwelijk in ere.

  1. Hoogachten.
  2. In aanzien houden.
  3. Laat het kostbaar zijn.

Alles delen?

Christenen willen alles met hun naasten delen, maar niet hun bed.

(Brief aan Diognetus)


Bed onbevlekt.

Ontrouw bevlekt het huwelijk.

Man en vrouw moeten elkaar altijd trouw blijven.

Huwelijkstrouw beloven we elkaar als we "trouwen".

Het huwelijk moet een beeld zijn van de verhouding tussen Christus en de gemeente.

Het eerbare huwelijk.

Gods vrouw is Israël.

God wil niet dat Israël "vreemd gaat".

U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Zoals God is, wil Hij dat wij zijn. Ons huwelijk is een afschaduwing van het huwelijk van Christus en de gemeente.

Christus is voor 100% trouw aan Zijn bruid. Hij wil dat wij ook voor 100% trouw blijven aan onze echtgenoot / echtgenote.


God is jaloers (naijverig) en oordeelt.

God is op een positieve manier jaloers. Hij is na-ijverig als Zijn vrouw Israël vreemd gaat.

God heet zelfs: De Na-IJverige.

Ontuchtplegers en overspelers.

Dat is ieder die zondigt tegen Gods zevende gebod.

Het gaat om elke seksuele relatie buiten de huwelijksrelatie tussen man en vrouw.


Waar hoort het seksuele leven thuis?

Binnen het huwelijk tussen man en vrouw, niet ervoor en niet erbuiten.

God zelf geeft daarvoor de aanwijzing in de schepping. Het is een volgorde die God wil.

  1. Een man moet éérst zijn ouders verlaten.
  2. Hij moet zich aan zijn vrouw hechten, dus met zijn geliefde trouwen.
  3. Daarna worden ze een lichamelijke eenheid.

Jezus onderstreept dit.

Voorbeelden.

  1. Jakob.

2. Boaz.

Iedere man moet zijn eigen vrouw hebben. Er staat niet dat iedere man met zijn eigen vriendin moet samenleven. Man - vrouw wijst op een húwelijk. Dit juist om seks vóór of buiten het huwelijk te voorkómen.



Vers 5

Zonder geldzucht.

Ik zal u beslist niet verlaten.



Vers 6

Daarom..

Dat slaat terug op Gods belofte in vers 5.

God is de God van de waarheid.


Wat zal een mens mij doen?



Vers 7

Voorgangers.

  1. Al de geloofsgetuigen die in Hebreeen 11 beschreven staan. Volg hen ná. Geloof in God, zoals zij. Van hen weten we de uitkomst van hun levenswandel.
  2. De voorgangers in de gemeente, zoals Paulus, Timotheüs, Petrus, Johannes, Silas, Barnabas e.a. Zij brachten Gods woord. Zij volgden Jezus.

Voorgangers verdwijnen. Alléén Jezus verdwijnt nooit. Hij is eeuwig dezelfde. Hij overtreft alles en iedereen. Volg Hem!


Let op de uitkomst van hun levenswandel.

Gelovigen moeten dagelijks laten zien, hoe goed het leven met de HEERE is.

Als er geestesgaven zijn, wordt het al veel duidelijker.



Vers 8

Altijd Dezelfde.

Wees vooral navolgers van Jezus. Wie Hem volgt heeft het licht en komt niet in de duisternis.

Bovendien : Dit Voorbeeld, Jezus, blijft eeuwig, terwijl voorbeeldige medegelovigen door de dood verdwijnen.

Troost voor ons.

Wat een geweldige troost! Hoe slecht ik me, als gelovige, ook gedraag, Jezus' liefde voor mij vermindert niet.

Hij verandert niet en Zijn woord ook niet.



Vers 9

Laat je niet meeslepen.

Toets alles wat tegen je gezegd wordt aan Gods woord.

Niet één mensenwoord heeft kracht als het niet klopt met de Bijbel.

Toets zo ook alles wat je leest.

Voedsel.

Het gaat om spijswetten.

Het houden van die wetten levert geen geestelijk voordeel op.

Genade.

Daar moeten we voortdurend van leven. Dat is ons voedsel.



Vers 10

Wij hebben een Altaar.

Van offers mochten de priesters eten, maar dat gold niet voor de zondoffers, waarvan het bloed op het verzoendeksel werd gebracht. Buiten de stad werd de lichamen van de zondoffers (stier en bok) verbrand.

Wij, christenen, mogen vrij tot God naderen. Het gaat hier om het ‘eten van het Altaar’. ‘Eten’ is een symbool voor het hebben van gemeenschap. Het ‘altaar’ is een beeld van Christus. Wij eten Zijn vlees en drinken Zijn bloed. Van de zondoffers die op de verzoendag werden gebracht, mocht niemand eten. Dat bloed kwam op het verzoendeksel. Het vlees van deze offerdieren (stier en bok) werd verbrand.

De zonden van het volk en van de priesters waren op deze dieren gelegd.

Wij, gelovigen, mogen wél eten van Jezus' vlees en drinken van Zijn bloed, hoewel onze zonden op Hem waren.

Zo is het nieuwe verbond veel rijker dan het oude verbond. We hebben deel gekregen aan het volmaakte. Dat wordt in deze brief steeds duidelijk gemaakt.



Vers 11

Het heiligdom binnen gedragen.

Alleen op de verzoendag kwam de hogepriester in het Heilige der Heiligen.

Wat op de grote Verzoendag met het bloed en het lichaam van de offerdieren gebeurde, laat zien wat er met Christus gebeurde. In de eerste plaats werd het bloed tot verzoening van de zonden in het Heilige der Heiligen gebracht, op en vóór het verzoendeksel.

Christus is Zelf met Zijn eigen bloed in het hemelse heiligdom gegaan.

De toegang tot het heiligdom is nu ook voor jou geopend en jij mag vrij naar binnen gaan.

Het vlees van de stier en de bok mocht niet gegeten worden. Het waren zondoffers. De zonden van de priesters waren op de stier en de zonden van het volk op de bok.

Er gebeurde in het OT ook iets met “de lichamen” van deze offerdieren. Die werden “buiten de legerplaats verbrand”.

Deze zondoffers droegen immers alle zonden.


De verklaring daarvoor geeft de schrijver in vers 12. Het verbranden van de lichamen van de dieren buiten de legerplaats wijst op wat met de Heere Jezus gebeurde buiten de poort van Jeruzalem. Hij droeg ook de zonden van het hele mensengeslacht. Hij was tot zonde gemaakt.


Daar, buiten de stad, stierf Hij.


Zondoffers toch gegeten.

We lezen dat priesters in de nieuwe tempel van de zondoffers mochten eten.



Vers 12

Buiten de poort.



Vers 13

Buiten de legerplaats.

Buiten de legerplaats (of buiten de poort) gaan wil zeggen: buiten een georganiseerd systeem van godsdienst gaan. De legerplaats was vroeger de plaats waar God woonde en Hij alles in wetten en voorschriften had geregeld. Maar toen Christus kwam, werd Hij uitgeworpen. Wie nu bij Hem wil horen, kan niet blijven in een godsdienstig systeem dat is ingericht naar oudtestamentisch model.


Zijn smaad dragen.

Dit is de consequentie van het volgen van Jezus.

Consequentie van het leven onder het nieuwe verbond. Gelovigen worden uitgeworpen buiten de legerplaats.



Vers 14

Geen blijvende stad.

De Hebreeën hoeven het niet als een verlies te zien dat ze de hele Joodse godsdienst de rug hebben toegekeerd. Het heeft allemaal afgedaan. Jeruzalem is ook geen blijvende stad. De stad zal in het jaar 70 of in het jaar 135 met de grond gelijkgemaakt worden

De tempel zal hetzelfde lot ondergaan.

De toekomstige stad.

Abraham zag al uit naar de stad van God.

Dat is het nieuwe Jeruzalem.

Ons burgerschap is immers in de hemel.



Vers 15

Lofoffers brengen.

Denken de Hebreeën dat hun ongelovige volksgenoten beter af zijn met een offerdienst met letterlijke offerdieren? Dan moet die gedachte gecorrigeerd worden. Het is namelijk hun grote voorrecht om niet slechts af en toe bij speciale gelegenheden God offers te brengen, maar zij mogen dat “voortdurend” doen. En het gaat al helemaal niet om tastbare offers, maar zij mogen “lofoffers” brengen, dat is “de vrucht van de lippen”. Dat gaat veel dieper, dat komt uit het hart, en gaat naar het hart van God.

Het is een offer van dank. Niet om wat God gééft, maar om wie Hij ís.

Priesters en offers.

In Hebreeuws: Cohen.

Cohen = hij die in de tegenwoordigheid van God is. Een priester dus.

Christenen zijn ook priesters.

De taken van de christenen zijn:

  1. Offeren: lofoffer brengen aan God, Hem prijzen. Hebreeen 13:15.
  2. Zegen brengen naar de mensen. 1 Petrus 2:9. Hebreeen 13:16. Het grondwoord voor "prijzen" en "zegenen" is hetzelfde woord. (In Hebreeuws) We gaan weldoen.
  3. Geestelijke offers brengen. 1 Petrus 2:5.
  4. In Romeinen 12:1 roept Paulus ons op om ook onze lichamen te offeren.

Aanbidden, lofprijzen.



Vers 16

Niet alléén lofoffers.

Behalve geestelijke offers, wil God ook dat je materiële offers brengt. De geestelijke offers mag je aan Hem brengen, de materiële offers aan mensen.

Weldoen.

Ondersteunen van de armen. Dit hoort bij de ware godsdienst.

Onderling hulp betonen.

Elkaar helpen waar dat nodig is. We helpen iedereen, maar vooral medegelovigen.



Vers 17

Voorgangers.

Het gaat om rijpe, geestelijke gelovigen die door God geleerd, gevormd en gegeven zijn aan Zijn gemeente. Die moet je gehoorzaam zijn als zij je, aan de hand van Gods Woord, voorhouden hoe dingen moeten gebeuren.



Vers 18

Bid voor ons.

De schrijver (Paulus?) zit gevangen.

Hij wil gebed voor zijn vrijlating.

De schrijver bevindt zich in Italië.

We moeten voorbidders zijn. Het gaat om de behoefte van een ander.


Goed geweten.

Als voorgangers om voorbede vragen, kunnen ze dat alleen doen als ze “een goed geweten hebben”. Als ze geen goed geweten hebben, staan ze niet recht voor God en kunnen ze ook geen hulp voor anderen zijn. Dan moeten ze eerst de last van hun geweten wegdoen. Wat de schrijver betreft, is dit bij hem niet aan de orde.



Vers 19



Vers 20

Het belang van de opstanding van Jezus.

Zonder opstanding van Jezus is ons geloof tevergeefs. Er is dan nog geen verzoening gedaan in de hemel.

Jezus stond op om onze rechtvaardigmaking.

Jezus bracht Zijn eigen bloed als verzoening op het hemelse verzoendeksel.

De God van de vrede.

God bezit volmaakte vrede en verleent die aan ieder die Hem vertrouwt. Zijn vrede kan jouw vrede zijn, Hij wil jou die geven

Door het werk van de Heere Jezus kan Hij Zijn vrede geven aan allen die in Zijn Zoon geloven. Die vrede is eeuwig. Het is ook de vrede die in het vrederijk over de hele aarde aanwezig zal zijn. Naar dit vrederijk is in de hele brief vooruitgekeken.



Vers 21

Moge u toerusten.

Goede werken zijn vruchten van de Heilige Geest.

Wat is het doel van goede werken?

Goede werken zijn God welbehaaglijk.

  1. We doen zo de wil van God.
  2. Ons leven lijkt dan veel op het leven van Jezus.
  3. Het is nuttig voor onze naaste.
  4. Het geeft ook zekerheid in ons geloofsleven.



Vers 22

Vermaning.

Dat is aansporing.



Vers 23

Timotheüs losgelaten.

Ook Timotheüs moest smaad en lijden en gevangenschap meemaken omdat hij Jezus volgde.



Vers 24

Al de heiligen.

Dat zijn alle gelovigen.



Vers 25

De genade "zij" met u.

In vers 24 noemt de schrijver hen heiligen. Ze kregen reeds genade en de schrijver hoeft het hen niet toe te wensen.



<