Hoelang was Paulus daar?
Op de tweede zendingsreis was hij er drie sabbatten, dus minder dan vier weken.
Hij was daar ook op de derde zendingsreis.
Vanuit Filippi kreeg hij in Thessalonika twee keer een financiële bijdrage.
Silvanus.
=Silas.
Hij kwam uit Jeruzalem.
Hij was er voorganger en profeet.
Samen met Timotheüs was hij met Paulus in Thessalonika op zendingsreis volgens
Daar ontstaat vervolging. Paulus gaat naar Berea en daarna naar Athene.
Als Timotheüs Thessalonika opnieuw bezocht heeft en in Athene is teruggekeerd, dan schrijven ze deze brief.
Timotheüs.
Hij kwam uit Lystre.
Hij had een Joodse moeder Eunike en een Griekse vader. Hij had ook een godvrezende grootmoeder Loïs.
De groet.
De groet is altijd van de Vader en de Zoon.
Logisch?
Ja.
De Heilige Geest woont in elke gelovige. We worden NIET gegroet door een persoon die altijd bij ons is.
Zie aantekeningen bij
Genade en vrede.
De Vader en de Zoon zijn de bron van genade en vrede.
Jezus is onze Vrede.
Hier gaat het erom dat je de genade van God in je dagelijkse leven opmerkt, dat die genade je genoeg is in alle omstandigheden, ook in de moeilijke.
Als dat zo is, zul je ook vrede in je hart hebben in die moeilijke, soms onbegrijpelijke dingen die je meemaakt.
Danken.
Dankbaarheid is een grondhouding van een gelovige.
We geven God eer en heerlijkheid.
In de eindtijd is óndankbaarheid een kenmerk.
Danken en bidden.
Dankzegging en gebed horen bij elkaar. Na het danken komt het bidden.
Het gebed is het belangrijkste stuk van de dankbaarheid.
Werk van het geloof.
Geloof op zich is géén werk, want uit de werken worden we niet zalig.
Het echte geloof heeft vruchten, goede werken. Dat is de uitwerking van het geloof waarover Paulus schrijft.
3 kenmerken worden genoemd.
Geloof, hoop en liefde zijn onzichtbaar. Geloof, hoop en liefde worden in het leven van gelovigen wel zichtbaar.
Ze kunnen volharden, omdat ze weten dat Jezus spoedig terugkomt.
Hier, in Thessalonika , is een goede bron. Die bron verdroogt helaas in Efeze.
Hoop op Christus.
Jezus zelf is onze Hoop.
Het verzoeningswerk van Jezus is voorwerp van onze hoop.
Die verzoening deed Jezus in het hemelse heiligdom. Daar ligt het anker van onze hoop.
Jezus is daar voor het aangezicht van Zijn Vader.
Ons geloof is de vaste grond van onze hoop.
Uw verkiezing door God.
Verkiezing heeft een doel.
We worden uitverkoren, opdat...
Dat doel ziet Paulus in deze gemeente werkelijkheid worden in de goede werken. Paulus ziet kracht en het werk van de Heilige Geest en volle zekerheid. Paulus ziet vruchten.
Dan weet hij daardoor ook dat ze uitverkoren zijn.
Met kracht.
Krachtige wonderen ondersteunden de prediking.
Krachtig werk van de Heilige Geest.
Dat is niet gestopt na de apostolische tijd. Het gaat door tot op dit moment.
Onder u geweest.
Paulus wijst hier vooral op zijn leefwijze. Zijn leer en leven waren met elkaar in overeenstemming. Dat voorbeeld volgen de Thessalonicenzen na. Ze volgen Christus. (vers 6)
Woord en Geest.
Het woord moet altijd samengaan met de Geest.
Het woord aannemen.
Het gaat over geloof en de bekering. Dat wordt steeds gekoppeld aan het werk van de Heilige Geest.
God geeft de Geest aan hen die Hem gehoorzamen.
Aannemen is géén "werk", maar het is hetzelfde als "ontvangen".
Navolgers van Paulus.
Hoe?
Met blijdschap.
Hoewel de bekeerlingen verdrukking ondervonden namen ze toch Gods woord met blijdschap aan. Dat moet je meemaken.
De Heilige Geest werkte krachtig.
Voorbeelden.
Het grondwoord staat in enkelvoud.
De mensen zijn niet individueel voorbeelden. De gemeente (enkelvoud) is een voorbeeld, ook voor andere gemeenten in de omgeving.
Andere gemeenten hebben dus ook iets bij of iets af te leren.
Wij moeten leven als Thessalonicenzen.
Leef jij als de Thessalonicenzen of als de mensen waarvoor zij een voorbeeld zijn?
Macedonië.
Dat is de provincie die ten noorden van Thessaloniki lag.
Achaje.
Dat is de provincie waarin Korinthe lag.
Luid geklonken.
De gemeenteleden spraken vrijmoedig over Jezus.
Ze zaten niet "met een boekje in een hoekje".
Ook hun daden spraken duidelijke taal.
Macedonië en Achaje.
Macedonië is ten noorden en Achaje is ten zuiden van Thessalonika.
Afgoden.
Bekeren....om.
De afgoden doen ze weg. Maar...er komt iets voor in de plaats. Ze bekeren zich om God te dienen.
Bij bekering hoort:
Zijn Zoon uit de hemel te verwachten.
In de eerste christengemeenten leefde de verwachting van Jezus' wederkomst heel sterk. Ook bij Paulus was dat zo. Hij schrijft:" Wij die levend zullen overblijven..."
Ze wisten dat er voor deze opname niets meer vervuld hoefde te worden.
Verlost van de toorn.
De toekomende toorn is nergens in de bijbel een synoniem voor het gericht voor de grote witte troon .
of voor een rechterlijke uitspraak van God over de zonden.
De toorn van God gaat altijd over Gods straf over de goddelozen en ongehoorzamen.
God zendt Zijn engelen uit om Zijn toorn over Babylon uit te voeren.
De toorn van God en van het Lam is duidelijk zichtbaar in de grote verdrukking.
Daarover gaat het in deze tekst.
We worden verlost "van" de toorn en NIET "uit" de toorn. We worden verlost van de grote verdrukking, zoals ook staat in
De eerste opstanding, de zalige opstanding en de opname van de gelovigen is dus vóór de grote verdrukking.
De bruiloft van het Lam vindt plaats ná de opname en vóór de wederkomst.
Jezus haalt de gelovigen op en brengt ze in het vaderhuis.
De bruid moet dus, ruim vóór de wederkomst van Jezus op de Olijfberg, in de hemel aanwezig zijn. Na de grote verdrukking is de wederkomst.
De bruid wordt kort vóór de grote verdrukking opgenomen en naar het vaderhuis gebracht. God straft niet de rechtvaardigen mét de goddelozen.
Teksten over de verlossing uit de toorn.
Opmerkelijk.
De brieven in het NT zijn geschreven voor de gemeente. Opmerkelijk dat in geen enkele brief bijzonderheden staan over de grote verdrukking. Zou dit erop kunnen wijzen, dat de gemeente dan al is opgenomen in het vaderhuis?
Ook is het opmerkelijk dat in Openbaring 2 en Openbaring 3 steeds staat: Indien iemand oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Dit laatste onderstreepte deel ontbreekt in
Waarom? Omdat de gemeente niet meer op aarde is.
Johannes de Doper.
Hij zag de "toekomende toorn" nog direct verbonden met de éérste komst van Jezus.
Ook Jesaja 61:2 verbindt de dag van het welbehagen direct met de dag van de wraak. Jezus zelf heeft ze gescheiden toen Hij alléén over de dag van het welbehagen sprak in Nazareth. De rest, de dag van de wraak, de toorn, werd toekomst. Dat kwam omdat Israël Jezus niet als Messias erkende.
Wij verbinden de toekomende toorn met de grote verdrukking voorafgaande aan de wederkomst van Jezus.
De "toekomende toorn" is ook bij Johannes de Doper duidelijk de straf die de goddelozen gaat treffen.
Toorn en lijden.
Lijden is vaak het deel van gelovigen.
Echter..."toorn" hoort niet bij het deel van gelovigen. Toorn hoort bij ongelovigen.