Hoofdstuk 2


Vers 1

Laodicea.

Deze plaats ligt dichtbij Kolosse in Turkije.


Strijd.

De strijd die Paulus voert heeft meerdere doelen.

  1. Bemoediging.
  2. Groei in liefde.
  3. Meer zekerheid dat ook de gelovigen uit de heidenen bij de gemeente horen.
  4. Meer kennis van de Vader.
  5. Meer kennis van Jezus.



Vers 2

Heel de rijkdom van de volle zekerheid.

Paulus noemt hier de volle zekerheid een rijkdom.

Die zekerheid betreft het geheimenis, dat ook heidenen deel mogen hebben aan de Vader door Jezus Christus.



Vers 3

Christus heeft de schatten van wijsheid en kennis.

Jezus is ook waarachtig God. De wijsheid van God is in Hem. De kracht van God ook.

Ook alle kennis van God.

En deze Jezus is onze Verlosser, onze Bruidegom!!!

Wat zijn wij rijk in Hem!



Vers 6

Jezus hebben ze aangenomen.

Volgens Johannes 1:16 is "aannemen" hetzelfde als "ontvangen". In het Grieks staat hetzelfde woord. Het gaat dus over geloven.

Wandel in Hem.

Wie in Hem blijft, zondigt niet.

Heel onze levenswandel moet laten zien dat we Jezus volgen.



Vers 7

Waarvoor moeten we danken?

Paulus noemt vijf dankpunten.

  1. Dat we Jezus hebben aangenomen als onze Verlosser.
  2. Dat we in Hem wandelen en zo Zijn beeld laten zien.
  3. Dat we in Hem geworteld zijn. We staan in Hem vast.
  4. Dat we in Hem worden opgebouwd. We danken voor de groei in geloof en liefde.
  5. Dat we bevestigd worden in het geloof in Hem.



Vers 8

Filosofie.

Paulus waarschuwt voor invloed van de Grieken met hun aardse levensvisie.

Men probeert de wereld te combineren met het evangelie.

Onze levensvisie is niet neutraal.

We kunnen niet evolutie combineren met schepping.

Dus niet meegaan met de wereld. Ons geloof overwint juist de wereld.



Vers 9

In Hem woont de Godheid lichamelijk.

Paulus schrijft tegenwoordige tijd.

Nu Jezus in de hemel is, is Hij daar mens én God.

Toen Hij op aarde was, was Hij waarachtig mens, precies zoals wij, maar zónder zonden.



Vers 10

Volmaakt in Hem.

U bent tot geloof gekomen en bent nu volmaakt in Christus.

U bent geestelijk volwassen mensen.

Geestelijke christenen.


Hoofd over iedere overheid en macht.

Overheden en machten zijn hier klassen van demonen.

Het gaat hier over satan en zijn demonen.

Ook Petrus verwijst naar satan en naar demonen.

Niets wordt er uitgezonderd dat niet aan Jezus onderworpen is, behalve Zijn Vader.

Jezus kreeg een naam boven elke andere naam. Die eer had Hij al voordat Hij als Kind op aarde kwam, maar nú heeft Hij die positie ook als Mens.

Aan Gods rechterhand zit nu een Mens. Deze Mens heeft een hogere positie dan de hoogste engel.



Vers 11

Wie is "u"?

In vers 10 lezen we wie met "u" bedoeld worden. Het zijn gelovigen, ze zijn volmaakt in Christus.


In Hem besneden.

U bent in Hem besneden. Het heet hier "besnijdenis van Christus". "U" zijn gelovigen, volgens vers 10.

Hier gaat het dus over "besnijdenis van het hart" = geloof.

De voorhuid van het hart, de oude onreine zondige mens, is weggedaan. Die "voorhuid" wordt begraven. Begraven is een definitief afscheid. De onreinheid is weg.

Iedere gelovige is een geestelijk besnedene, besneden van hart.

Het "lichaam van de zonden" wordt uitgetrokken. Dat is hetzelfde als "de oude mens" uitdoen volgens

De oude mens is met Christus gekruisigd.

en die dode oude mens wordt in het doopwater begraven.

Het gaat hier niet over de Joodse besnijdenis. Die gebeurt in het lichaam, die gebeurt met de handen.


Na dit geloof volgt de doop.

2 kanten.

De geestelijke besnijdenis van het hart = uitdoen van de onreine zondige mens, is hier de uitwendige tegenhanger in de waterdoop, de reiniging, de afwassing van de zonden, het begraven van de gestorven oude mens.


Doop en verbond.

Deze teksten (11 en 12) zijn voor kinderdopers eigenlijk de enige teksten om het vermeende verband tussen doop en verbond aannemelijk te maken.

Maar... de context gaat over gelovigen en baby's zijn nog geen gelovigen.

De context gaat over het verband tussen besnijdenis van het hárt = besnijdenis van Christus en de doop.

Volgens onze twee doopformulieren wordt een baby gedoopt op grond van het verbond en wordt een volwassene gedoopt op grond van persoonlijk geloof.

Maar....we hebben toch maar 1 doop!! ??



Vers 12

Begraven.

We begraven alléén dóde mensen. Doden zijn in de bijbel ook onrein. De personen, die in het doopwater begraven worden, zijn dus dóde oude mensen, met Christus gekruisigden, mensen die stierven aan de zonde.

Maar als jouw oude mens dood is, met Christus gekruisigd, dan ben je een gelovige. Het handschrift dat tégen ons getuigde, is aan het kruis gespijkerd.

De oude mens is met Christus gekruisigd en die dode oude mens wordt in het doopwater begraven.

We nemen van die dode, onreine, oude mens definitief afscheid.

Uit het doopwater, het graf, met Christus opgestaan, leven we voortaan in een nieuw leven met Hem.

De doop is

  1. Begraven en weer opstaan. De oude mens is met Christus gekruisigd en aan de zonden gestorven. Die oude mens is dood. De onreine, dode, oude mens, wordt begraven in het doopwater. Romeinen 6:4-6. We gaan onder water. Wie gedoopt (=begraven) wordt, is reeds gestorven. Het onreine wordt begraven. Als we iemand begraven nemen we definitief afscheid.
  2. Opstaan met Christus. We staan op uit het doopwater en gaan in een nieuw leven wandelen. Dit gebeurt door de werking van het geloof, staat hier in de tekst. Dus geloof en doop horen samen.

Dit gebeurt ná geloof, ná de besnijdenis van het hart.

Zonder geloof geen doop.

Voor de geestelijke besnijdenis van het hart en de bijbehorende doop is zéker geloof nodig.

Kerkvader Cyprianus (3e eeuw):"De doop is geen teken dat de mens hoort bij Gods verbond, maar dat hij gestorven is aan de oude wereld en in en met Christus is opgestaan."


Door geloof wordt men toegevoegd aan de gemeente. Door de doop wordt men toegevoegd aan het koninkrijk Gods.



Vers 13

Dood en onbesneden.

Geestelijk dood en onbesneden van hart horen bij de óngelovige.

Het wijst allebei op een leven buiten God.


Overtredingen vergeven.

Als God ons vergeeft, dan is er geen schuld meer. Hij heeft onze overtredingen weggedaan.

God vergeet zelfs de vergeven zonden.

We kunnen dus niet "onze schuld dagelijks groter maken". Als we dagelijks onze zonden belijden, ontvangen we dagelijks vergeving en beginnen we elke dag weer bij nul.

Een gelovige met een "hemelhoge schuld" kan niet bestaan.


Levend gemaakt.

Leven uit God is eeuwig leven. Dat eeuwige leven is er nú al. Dat is dus niet iets toekomstig.

Christus is het eeuwige leven.

Dit staat in de context van de doop. Vers 12 zegt dat er geloof nodig is en vers 13 zegt dat we levend gemaakt zijn. Deze teksten hebben dus géén verband met de kinderdoop. Paulus heeft het in vers 12 over geloofsdoop.



Vers 14

Uitgewist:

Net als bij een krijtbord. Wat uitgewist is, is onleesbaar geworden. Onze schuldbrief is blanco geworden.

Dank God voor deze genade!


Het handschrift is uitgewist.

Als iemand door de Romeinse rechter was veroordeeld, stelde een griffier alles op schrift.

Dat stuk werd aan de celdeur gespijkerd, totdat alles voldaan was.


Zo werd ook "ons handschrift" aan het kruis gespijkerd en door Christus volledig voldaan.





Vers 15

Overheden en machten.

Satan is de overste van de wereld. Paulus heeft het over geestelijke machten, engelenklassen.

Het gaat hier over "archai" en "exousiai".

Volgens Ef 6:12 strijden we nog steeds tegen deze geestelijke overheden en machten. Daar hebben we de wapenrusting van God voor nodig.


Ook op andere plaatsen vinden we engelenklassen.

Hun definitieve ondergang staat in

Ontwapend.

Het wapen dat Satan gebruikte was beschuldigen.

Hij klaagde de mens bij God aan voor schuld.

Satan beweerde dat de zondaar geen beroep kon doen op Gods barmhartigheid en genade.

Jezus voldeed aan Gods gerechtigheid en daarom kan God nu wél barmhartig zijn.

Jezus' dood nam de schuld weg. Satan raakte zijn wapen kwijt.

Ieder die door het geloof gerechtvaardigd is, is onschuldig. Rechtvaardiging = vrijspraak van schuld en straf.


Occulte belasting.

Mensen die occult belast zijn, hebben moeite om het avondmaal bij te wonen. Dat avondmaal herinnert de demonen aan hun ontwapening door het sterven van Jezus.



Vers 16

Laat niemand u veroordelen.

Niemand, dus ook geen messiasbelijdende Jood.

Paulus noemt hier allemaal dingen die slechts "schaduwen" zijn. Zie op de "werkelijkheid", Jezus.

Er waren christen-Joden die deze Joodse inzettingen erg belangrijk vonden.

Als Jood mogen ze eraan vasthouden, maar van de heidenen wordt niet gevraagd om de Thora te houden.

Dus: laat niemand zeggen dat je geestelijk tekortschiet, omdat je bepaalde rituelen wel of niet onderhoudt.


Feestdagen.

Gods feesten staat in

Het gaat over jaarlijkse vieringen.


Nieuwe maan.

Een maandelijkse viering op de eerste dag van de maand. Korte bazuinklanken om de Joden te herinneren aan het naderende bazuinenfeest. Dan werden de mensen opgeroepen om zich voor God te verantwoorden.

Sabbatten .

Vrijwel zeker heeft Paulus het hier over wekelijkse vastendagen die niet op een sabbat vielen. Ze worden in de "Documenten van Damascus" ook als sabbatten omschreven.


Keurt Paulus dit nu goed of juist af?

Paulus heeft het hier over 5 dingen:

  1. Eten.
  2. Drinken.
  3. Feesten.
  4. Nieuwe maan.
  5. Sabbat.

Paulus waarschuwt niet tegen het gebruik ervan, maar tegen hen die gaan oordelen hoe de Kolossenzen dit moeten doen.

Paulus wil niet dat er dwingende geboden opgelegd worden.

Paulus zelf houdt zich aan Gods feesten.

Zijn punt is: je bent in Christus volkomen. Je rechtvaardigheid hangt niet af van het onderhouden van zulke voorschriften.

De gemeente is niet een voortzetting van Israël met alle feesten en voorschriften.

Flavius Josephus vermeldt dat de viering van de sabbat door heidenen werd overgenomen. Dat wil niet zeggen dat ze ook alle voorschriften overnamen.


Paulus’ hoofdgedachte is niet: “de sabbat is slecht” of “Gods feesten zijn waardeloos.”
Zijn punt is:
Laat zulke zaken nooit een maatstaf worden waarop iemands geestelijke status wordt beoordeeld.
Niet: “als je dit niet onderhoudt hoor je er niet bij.”
Niet: “als je dit wel onderhoudt ben je geestelijker.”
Christus staat centraal.
Daarom ligt de nadruk niet op de kalender,
maar op Christus.



Vers 17

Schaduw en lichaam.

In het OT zijn veel schaduwen. In die schaduw herkennen we het lichaam dat die schaduw vooruit werpt. Dat lichaam is Christus.

Voorbeelden van die schaduwen zijn:

Nu Christus gekomen is, zijn die schaduwen niet meer belangrijk. Richt je leven op Hem en niet op Zijn schaduw.

Hij is de werkelijkheid!


Schaduw van toekomstige dingen.

Er zijn 7 feesten van God.

De vier voorjaarsfeesten heeft Jezus reeds op de minuut nauwkeurig vervuld.

De vervulling van de drie najaarsfeesten zal Hij in de toekomst vervullen.

  1. Het bazuinenfeest heeft een laatste bazuin. De vervulling zal waarschijnlijk de eerste opstanding zijn. 1 Corinthiërs 15:52. Openbaring 20:4-6.
  2. De verzoendag. Die dag kent een grote bazuin. Mogelijk wordt dit feest vervuld met de wederkomst van Jezus op de Olijfberg. Mattheus 24:30-31.
  3. Loofhuttenfeest. Dat wordt vervuld in het vrederijk. Elk jaar zullen de volken naar Jeruzalem optrekken om koning Jezus te eren en om het Loofhuttenfeest te vieren. Zacharia 14:16.



Vers 18

Laat u niet de prijs ontzeggen.

We lopen als in een renbaan.

We leggen alles af wat ons zou kunnen hinderen.

We willen de prijs ontvangen.

Laat je dus niets opleggen dat afleidt van Christus. Dan mis je de prijs misschien.

De prijs staat in

Engelenverering.

Paulus waarschuwt tegen mensen die uit nederigheid zeggen dat we door tussenkomst van engelen tot Christus en God moeten naderen. Dan zijn de engelen middelaars.

Engelen zelf zeggen: "Aanbid God".



Vers 19

Niet houdt aan het hoofd.

De SV heeft Hoofd = Jezus.

Dat is juist.

De genoemde nederige verleider houdt zich niet vast aan Christus, ons Hoofd.


Het lichaam.

Dat is de gemeente.


Groei.

  1. Wees verzekerd van de vergeving. 1 Johannes 1:9. Anders zal satan je altijd weer schuld aanpraten. Vergeef anderen en ook jezelf.
  2. Weet je veilig bij Jezus. Niets kan ons scheiden van Hem. We hebben Zijn Geest. Dat is Zijn onderpand aan ons gegeven. Het is net als een verlovingsring. De Gever is mijn Liefste. Romeinen 8:15.
  3. Je wil zijn zoals Jezus was, heilig rechtvaardig, liefdevol enz.
  4. Vertrouw God.
  5. Je vertoont de vrucht van de Geest. Je blijft in Jezus, de wijnstok. Zaai liefde overal.



Vers 20

Grondbeginselen.

Grondbeginselen hebben te maken met de wet, de Thora. Maar...de wet brengt ons géén leven.

De wet brengt géén relatie met God.

De wet mag naast Christus geen plaats krijgen om iets bij te dragen tot onze zaligheid.

De wet brengt weer zware lasten.

De wet maakt ons weer tot slaven.

Keer daarheen NIET terug.


Wereldgeesten.

Andere vertalingen hebben i.p.v. grondbeginselen het woord wereldgeesten.

Pas op dat je niet opnieuw slaaf wordt van iets buiten God.



Vers 21

Pak niet, proef niet.

Dit zijn regels zoals de farizeeërs hadden.

Het zijn instellingen van mensen en ze hebben géén nut.



<