Hoofdstuk 1


Vers 1

Door de wil van God.

God verkoos Paulus tot apostel voor de heidenen.

Timotheüs.

Hij kwam uit Lystre.

Hij had een Joodse moeder en een Griekse vader.

Vanwaar schrijft Paulus?

Paulus zit gevangen, of in Caesarea of in Rome.



Vers 2

Heilige en gelovige broeders.

Zou jij jezelf liever een heilige of een gelovige noemen?

Wie God vreest is het allebei.


Kolosse.

Kolosse ligt vlak bij Laodicea, dus in Klein-Azië = Turkije.


Groet.

Vaak wordt aan deze groet in onze kerken toegevoegd: "door de Heilige Geest". In de groet wordt in de bijbel nooit de Heilige Geest genoemd.

De groeten breng je over van iemand die afwezig is. De Heilige Geest woont in de gelovige, dus is aanwezig.



Vers 3

Danken.

Danken richt zich op Iemand.

Er zijn drie redenen om te danken. Die redenen staan in de verzen 4 en 5.

Paulus hoorde goede berichten van de gemeente en dankte voor:

  1. Het geloof.
  2. De liefde.
  3. De hoop.



Vers 4

Geloof, liefde en hoop.

Ook in Kolosse is er geloof, liefde en hoop. Paulus hoorde ervan via Epafras, een ouderling uit Kolosse.



Vers 5

De hoop.

Er wordt voor ons een erfenis in de hemel bewaard. We zijn erfgenamen van God!

Erfgenamen van het eeuwige leven. Is dat niet geweldig?

Daarop richt onze hoop zich.

Jezus zelf is onze Hoop.

Onze hoop heeft het geloof als grondslag.

Onze hoop is op geen enkele manier afhankelijk van ons. Het staat los van onze vroomheid en van onze werken, los van omstandigheden, los van geestelijke strijd.

De hoop van het geloof wordt door God bewaard.

God geeft ons uit genade eeuwige troost en goede hoop.



Vers 6

Dit is naar u toegekomen.

Het evangelie kwam.


Het draagt vrucht.

Die vrucht is duidelijk zichtbaar. Paulus ziet die vrucht duidelijk. Ook Epafras vertelde erover aan Paulus.



Vers 7

Epafras.

Hij was ook inwoner van Kolosse.



Vers 9

Vervuld worden met de kennis van Zijn wil.

Vers 10 zegt dat het hier gaat om geestelijke groei.

Gods wil staat in de bijbel. Daar moeten we vól van zijn. Daar moeten we veel kennis van hebben. Dat moet ons leven beheersen.

  1. Die kennis leert ons de juiste levenswandel (vers 10).
  2. Die kennis zorgt voor goede werken, geloofsvruchten (vers 10).
  3. Die kennis van Zijn wil geeft groei in de kennis van God.

Wie gebrek heeft aan kennis van Gods wil of zich er niet aan wil onderwerpen (onwil), die wordt belemmerd in de geestelijke groei.

Wijsheid en geestelijk inzicht.

Het gaat, volgens vers 10, om geestelijke groei.

Daarvoor zijn wijsheid en geestelijk inzicht onmisbaar. We moeten vernieuwd worden in ons denken. Denk vanuit de Schrift, dan denk je zoals God wil.

Een christen die niet weet dát hij moet groeien en hóe hij moet groeien, zál ook niet groeien.

Petrus vertelt oonsook hóé we kunnen groeien in de kennis van Jezus.

Wat een nuttige les!!!

Wat is onze levenswandel belangrijk!




Vers 10

Wandel de Heere waardig.

Breng geloofsvruchten voort die bij de bekering horen!

Groei in kennis van God.

We kunnen alléén geestelijk groeien als we op Jezus gericht zijn.

Wie met Hem, de ware Wijnstok, verbonden blijft, die groeit en draagt vrucht.

Jezus staat dan in het centrum van ons leven.

Hij is ons doel, onze kracht, ons voorbeeld.

We leven dan zoals de Schrift dat van ons vraagt en dat leven is naar Gods wil.





Vers 11

Met alle kracht bekrachtigd.

Volgens vers 10 gaat het om geestelijke groei.

Onmacht en onvermogen zijn een verhindering voor geestelijke groei.

Paulus bidt voor de gemeente om kracht van de Geest.



Vers 12

De Vader die ons bekwaam gemaakt heeft.

Er is maar één manier om te worden opgenomen in Gods gezin. We moeten dan "trouwen" met Gods Zoon. God maakt ons dan tot Zijn (schoon)kinderen. We mogen met Jezus erven.

Bidden en danken.

Na gebed gaat Paulus ook danken.

Danken dat we mogen delen in de erfenis van de heiligen. De Heilige Geest is voor ons het onderpand van deze erfenis.

Ook voor de gemeente in Efeze bidt Paulus om dezelfde genade.

Die erfenis van de heiligen

= toekomstige koninkrijk.

Maar Paulus schrijft ook dat ze nu reeds zijn overgebracht in het geestelijke koninkrijk van Jezus.

Dat koninkrijk is er nú reeds in geestelijke vorm.

Om bij dat koninkrijk te horen, worden criteria genoemd, zoals in

Hoe ga jij om met "Zijn broeders?"


In het licht.

Het koninkrijk dat we verlieten, was het rijk van de duisternis. Het rijk van Jezus is het rijk van het licht, van Het Licht.



Vers 13

Overgezet in het koninkrijk van Jezus.

Het koninkrijk is voor hen die God liefhebben. Het is een plaats van liefde met de Zoon van Zijn liefde in het middelpunt.

Het geheim van dit koninkrijk is

  1. Liefde
  2. Kracht van de Geest. 1 Corinthiërs 4:20.
  3. Gerechtigheid, vrede, blijdschap. Romeinen 14:17. Dit hoort bij de vrucht van de Geest.
  4. Het koninkrijk is voor wedergeborenen. Johannes 3:3.

Wie gaan binnen in het koninkrijk ?

  1. Wedergeborenen. Johannes 3:5.
  2. Mensen met de juiste gerechtigheid. Mattheus 5:19-21.
  3. Mensen met innerlijke oprechtheid. Mattheus 7:21-23.
  4. Mensen met kinderlijke eenvoud, oprechtheid. Mattheus 18:3-5. Mattheus 5:3. Jesaja 57:15.
  5. Mensen die afzien van materiële belemmeringen. Mattheus 19:23-24. Lukas 13:24.
  6. Noodzaak van geestelijke kracht. Strijden om in te gaan Lukas 16:16.
  7. Mensen met volharding. Handelingen 14:22.

Koninkrijk nú en stráks.

God heeft ons gezet in het koninkrijk van Zijn Zoon. We zijn nú in het geestelijke koninkrijk.

Maar God roept gelovigen ook tot Zijn koninkrijk en Zijn heerlijkheid.

Dat koninkrijk komt als Jezus in heerlijkheid verschijnt.

Er is dus een toekomstig aards rijk.

De engel Gabriël deelde dat Maria ook mee.

2 koninkrijken.

  1. Koninkrijk van satan. Duivel, duisternis, dood.
  2. Koninkrijk van Jezus. Licht, liefde, leven.



Vers 13



Vers 14

Verlossing door Zijn bloed.

Toen Jezus aan het kruis stierf, was het Lam van God geslacht. Maar er is pas verzoening als het bloed van het Lam op het verzoendeksel komt.

Jezus, onze Hogepriester, deed met Zijn eigen bloed verzoening in de hemel.

In de hemel is de echte ark.

Op deze ark bracht Jezus Zijn bloed.



Vers 15

Jezus, het Beeld van God.

Jezus was wél "Gods beeld", maar niet "naar gelijkenis van God", want Hij wás God.

Met "beeld" en "gelijkenis" wordt dus waarschijnlijk niet

hetzelfde bedoeld.


Eerstgeborene.

Een eerstgeboren zoon was onder zijn broers de belangrijkste. Zo is ook Jezus de belangrijkste van alle schepselen. Hij kreeg van Zijn Vader een naam boven elke andere naam.

Jezus is niet de eerstgeschapene.

Hij is vóór de schepping gebóren uit de Vader. Hij is Gods eniggeboren Zoon.

Jezus is ook de Eerstgeborene uit de doden.

Jezus was de eerste mens die uit het graf kwam met een verheerlijkt lichaam. Zo is Hij ook de Eerstgeborene van heel de schepping.

Zelfs degenen die uit de dood opstonden toen Jezus stierf, moesten 3 dagen in hun graven wachten, totdat Jezus Zijn graf had verlaten.



Vers 16

Door Hem (=Jezus) geschapen.

Er zijn 3 Scheppers.

  1. Vader.
  2. Het Woord = de Zoon.
  3. De Heilige Geest.

Niet alleen is alles dóór Jezus geschapen, maar ook vóór Hem. Het is het liefdesgeschenk van de Vader aan de Zoon. De wereldheerschappij is voor Hem.

Hij speelde met de mensen in het begin.

Tronen...enz.

Dit is de, voor mensen, onzichtbare schepping.

Tronen, heerschappijen, overheden enz. zijn engelenklassen. Er is dus rangorde. Er zijn engelen, cherubs, serafs, aartsengelen. De aartsengelen zijn de hoogste engelen. God, Jezus, schiep ze.


Ook op andere plaatsen vinden we engelenklassen.



Vers 17

Hij is vóór alle dingen.

Hij = Jezus.

Hij is met de Vader en met de Heilige Geest ook Schepper.

Alle dingen bestaan door Hem.

  1. God is Schepper.
  2. God is Onderhouder. God onderhoudt door natuurwetten, maar het zijn wetten waar God boven staat. Hij is er niet aan gebonden.



Vers 18

Hoe is Jezus het Hoofd?

Jezus is "Hoofd" van de gemeente zoals een man hoofd is van zijn vrouw.

Hij geeft leiding, Hij zorgt, Hij dient, Hij geeft Zijn liefde.

Het lichaam, de gemeente, heeft een eigen hoofd, een gemeentelid, zoals er ook gemeenteleden zijn die een voet of een oog zijn.

Eerstgeborene uit de doden.

Toen Jezus stierf, stonden er gelovigen op uit de dood.

Zij moesten nog 3 dagen en 3 nachten in het graf blijven. Jezus is de eerste Mens, die met een verheerlijkt lichaam het graf verliet.

Daarom heet Hij: Eerstgeborene uit de doden.



Vers 19

In Hem woont heel de volheid.

In Jezus is heel de volheid van God. Hij ís God.



Vers 20

Hij door Hem.

God door Jezus.


Ook dingen in de hemel.

Satan verblijft nog in de hemelse gewesten. Dus de zonde kwam zo ook in de omgeving van God.

Ook daar moet Jezus' bloed verzoening brengen.



Vers 21

Uw slechte daden.

Ze deden vroeger de zondige werken van het vlees. Paulus noemt ze op in

Maar... nú zijn de zonden vergeven en zijn de gelovigen met God verzoend.



Vers 22

Heilig en smetteloos.

Duizendmaal, o Heer',

zij U daarvoor dank en eer!



Vers 23

Blijf in het geloof.

Op veel plaatsen worden we opgeroepen om te volharden en niet af te vallen.

De hoop van het evangelie.



Vers 24

Verdrukking.

Paulus hoort goede berichten. Hij is daar heel blij mee.

Daarvoor heeft hij nog wel meer lijden en verdrukking over.



Vers 25

Om het woord te vervullen.

Paulus mocht een verborgenheid bekend maken die onder het OT onbekend was, nl. het ontstaan van de gemeente.



Vers 26

Welk geheimenis?

Paulus heeft het over de gemeente, die uit gelovige Joden én gelovige heidenen zal bestaan. Die gemeente was onder het OT onbekend, maar is sinds de uitstorting van de Heilige Geest bekend onder de volken.

Heidenen mogen deelgenoten worden van het heil dat eens alleen voor Israël was.



Vers 27

Geheimenissen.

Bij de wedergeboorte komt Jezus door Zijn Geest in ons wonen, terwijl Hij lichamelijk in de hemel is. Dat God mens werd is ook een geheimenis volgens

Alle gelovigen samen vormen 1 lichaam van Christus. Ook in gelovige heidenen woont Christus. Ook dat geheimenis was eeuwen verborgen.

Christus onder u.

Dit kan ook vertaald worden met :

De hoop op de heerlijkheid.

Díe heerlijkheid krijgen wij, zodra Christus ook geopenbaard wordt in heerlijkheid. Dus zodra Hij hier op aarde Zijn rijk van vrede en gerechtigheid sticht.

Bij de eerste opstanding, de opstanding van de gelovigen, krijgen we ons verheerlijkte lichaam.

De rijkdom van de heerlijkheid.

Wie alleen Jezus als Verlosser kent, is eigenlijk nog onbewust van de werkelijke rijkdom.

De gemeente is de bruid van Christus. Ze heeft Hem niet alleen als Verlosser, maar Zijn rijkdom is ook van mij. Hij is immers mijn Bruidegom. In Zijn macht delen wij. In Zijn heerlijkheid zullen wij ook delen. We zijn mede-erfgenamen van Christus, we zijn ook erfgenamen van God.

In Christus zijn al de schatten van wijsheid en kennis, volgens

Wij delen daarin.

Wij zijn met Jezus getrouwd in gemeenschap van goederen!!!

Uit die rijkdom moeten we dagelijks leven.

Christus leeft in mij.



Vers 28

Volmaakt.

Hier betekent het:

Zulke mensen worden vaders of moeders in het geloof.

Paulus is niet tevreden met "baby's in het geloof". Baby-zijn is het begin. Groei op!!

Paulus wil zijn doel bereiken door:

  1. Terechtwijzingen.
  2. Onderwijs.



Vers 29

Overeenkomstig Zijn werking.

Paulus krijgt kracht van God. Die ontvangen kracht wendt hij ook ijverig aan om de gemeente te dienen.



<