Hoofdstuk 9


Vers 2

Reuzen.

Hebron heette vroeger Kirjat-Arba.

Arba was een vader van de reuzen. Kinderen van Enak heten ze hier.

Deze reuzen waren geweldenaars.



Vers 3

Hij zal hen wegvagen.

God strijdt vóór Israël.



Vers 4

Waarom werden de heidenen verdreven?

Niet om de gerechtigheid van Israël, maar omdat de maat van de goddeloosheid van de heidenen vol was.

Zie vers 5.



Vers 7

40 jaren ongehoorzaam.

Mozes noemt het volk hardnekkig en ongehoorzaam.

God zegt hetzelfde.



Vers 8

Zeer toornig.

Israël maakte bij Horeb een gouden kalf. God wilde het volk doden en Mozes tot een nieuw volk maken.



Vers 9

De stenen tafels ontvangen.

Veertig dagen vasten.

Dit was een groot wonder in het leven van Mozes, maar deze onmiddellijke onderhouding door God gold ook voor Jozua, want die wachtte op de berg al die tijd op Mozes.



Vers 11

Wie gaf de wetstafels aan Mozes?

Mozes kreeg ze uit de hand van engelen.



Vers 17

Tafels van het verbond gebroken.

Mozes brak de twee stenen tafels van het verbond , omdat het volk het huwelijksverbond met God al heel snel had verbroken.

Hosea 2:19 noemt Israël de bruid van God.


De tafels braken, Israël brak het verbond, maar God houdt Zijn verbond.



Vers 18

Ik wierp mij neer.

Mozes bidt voor het zondige volk.

Dit herhaalde zich nog een keer.



Vers 20

Waarom Aäron?

Hij was de waarnemend leider bij de afwezigheid van Mozes. Hij had het gouden kalf laten maken.

Wat bijzonder dat juist hij hogepriester werd.



Vers 22

Tabera.

Massa.

Kibroth-Taäva.



Vers 25

Veertig dagen en nachten.

Is dit de tweede keer dat Mozes zo lang bidt?

Of...gaat Mozes hier verder met vers 18 en vertelt hij over de inhoud van zijn gebed. In hoofdstuk 10 gaat de geschiedenis ook verder met nieuwe wetstafels.



Vers 26

Sterke pleitgrond.



<