Hoofdstuk 29


Vers 1

Verbond.

Dit is een voorwaardelijk verbond.

In Jozua 8:30-31 wordt het herhaald.

Dat was nodig voor beter begrip.



Vers 4

Géén hart om te erkennen.

Israël was hardleers.

Steeds moesten ze weer vermaand worden.

Paulus haalt dit aan in Romeinen 11:8.



Vers 12

Vervloeking.

Dat woord "vervloeking" kan ook vertaald worden met "eed".

Dan lezen we deze tekst:



Vers 14

Vervloeking.

Zie aantekeningen bij vers 12.



Vers 15

Heden niet bij ons is.

Dat is onze verre nakomeling.



Vers 18

Gal en alsem.

Toegeeflijkheid aan afgodische en heidense gewoontes brengt bittere vruchten voort.

Het verstoort de relatie met God.



Vers 19

In zijn hart zegent.

Gelukkig prijzen.



<