Hoofdstuk 16


Vers 1

Gods feesten.

Er zijn 7 feesten van God.

Feestvieren tot Gods eer.

Verplicht vrolijk zijn. Vers 11 en 14.



Vers 5

Binnen één van uw poorten.

Alléén in Jeruzalem mocht het paaslam geslacht worden.

Daarom moest Jezus ook naar Jeruzalem om te sterven. Hij is ons Paaslam, Het Lam van God.

Poorten: zie



Vers 6

God kiest Jeruzalem.



Vers 7

Buiten Jeruzalem wordt de paasmaaltijd gegeten zónder lamsvlees.



Vers 9

7 weken.

Men telde 7 sabbatten vanaf het aanbieden van de gerstschoof, de omer.

Die eerste schoof werd God aangeboden als eersteling.

Het pinksterfeest heet daarom ook wekenfeest.

Die feestdag was op de vijftigste dag.



Vers 11

U moet u verblijden.

God geeft vaker de opdracht om blij te zijn op Zijn feesten.

Vreemdeling.

Hier lees je niets over de voorwaarde van de besnijdenis.

God kiest een plaats.

De Israëlieten mogen niet overal heiligdommen maken.

Tot op Hiskia waren er overal gewijde hoogten met altaren voor God.

God koos:

2 Kronieken 12:13.

2 Koningen 21:7.



Vers 13

Loofhuttenfeest.

Dat feest begon 15 Tisri.

Op elke dag van het Loofhuttenfeest werden stieren geofferd volgens

Dag 1: 13 stieren.

Dag 2: 12 stieren.

Dag 3: 11 stieren.

Dag 4: 10 stieren.

Dag 5: 9 stieren.

Dag 6: 8 stieren.

Dag 7: 7 stieren.


Totaal 70 stieren. Er zijn in Genesis 10 ook 70 volken.

Het Loofhuttenfeest is ook een feest voor alle volken.



Vers 14

Ook de vreemdeling.

In Zacharia 14:16 wordt het Loofhuttenfeest gevierd in het vrederijk. Elk jaar trekken de vreemdelingen op naar Jeruzalem om dit feest mee te vieren en Koning Jezus te aanbidden.



Vers 19

U mag niet partijdig zijn.

Ook in de rechtspraak moeten de rechters op God lijken.

Zo moeten ook wij niet partijdig zijn.



Vers 20

2x.

Mozes noemt gerechtigheid 2x om te benadrukken hoe belangrijk dat is.



Vers 21

Gewijde paal.

Zuil voor Astarte.

Vaak in de vorm van een penis.

God wil geen vermenging met afgoden.



<