Hoofdstuk 4


Vers 1

Gevangene in de Heere.

Paulus vindt het een eer.

Hij noemt zich niet een gevangene van de Romeinen.

De roeping.

De roeping heeft verschillende kanten.

Leef volgens je roeping.

Een christen moet ook leven als een christen, volgeling van Jezus zijn. Hij moet het beeld van Jezus vertonen. Daarvoor moeten wij ons met ijver inzetten.

Maak deze roeping waar!

Daar dringt ook Petrus op aan.

Paulus maakt het christenleven heel concreet.

De waardige levenswandel.

Díe waardige levenswandel wordt in de volgende verzen beschreven.



Vers 2

Geloof moet zichtbaar zijn.

Voeg dus bij het geloof deugden. Paulus geeft hier voorbeelden van.

In 2 Petrus 1:5-10 lezen we een soortgelijke opdracht voor ons dagelijkse leven. We moeten onze roeping waar maken, zegt Petrus. Als we dat doen en zo leven dan zullen we groeien in genade en kennis van onze Heere Jezus!!!

Zou jij dat niet willen?



Vers 3

Eenheid van de Geest.

De gemeente moet laten zien dat ze een eenheid is. Daarvoor is liefde en vrede nodig.

De gemeente is één geestelijk gebouw, waarin één Heilige Geest woont. Dat moet zichtbaar zijn.

De deugden uit vs 2 zijn allemaal nodig om de eenheid van het geloof te bewaren. De gemeente moet eensgeestes zijn ondanks meningsverschillen. Op belangrijke punten vormen we een eenheid.

Het gaat om een geestelijke eenheid in verscheidenheid.


Band van de vrede.

Dit is de band tussen de gelovigen.

Wie verkeerde opvattingen heeft moeten we in liefde vermanen en terecht brengen.

De band van de vrede bewaren betekent niet dat we iemand, van wie de levenswandel niet deugt, in de gemeenschap van de gelovigen moeten opnemen.



Vers 4

7 Kenmerken van de eenheid.

Eén zijn.

Eén hoop.

Het geloof in Gods beloften is de grond van onze hoop.

Onze hoop is als een anker. Dat anker van de hoop ligt vast in Christus.



Vers 5

Geloof en doop.

Ook hier zijn geloof en doop verbonden.

Eén Heere in Wie we geloven en met Wie we in de doop zijn begraven, gestorven aan het oude leven en opgestaan in een nieuw leven.

Eén doop! ?

In de klassieke doopformulieren lees je over 2 gronden waarop we dopen. Dat is toch vreemd!

Bij de doop wordt onze gestorven oude mens begraven. We dopen / begraven dus een gelovige. Die is immers aan de zonden gestorven.

We begraven toch nooit iemand die niet gestorven is. Zo moeten we ook niemand dopen, wiens oude mens niet is gestorven aan de zonden.



Vers 7

Anders vertaald.

VdW:

God heeft het aan Jezus gegeven om genade te verstrekken die overeenkomt met de Gift van de Christus en dat is het vermogen om mensen te doen opstaan uit de dood.


Eenheid en verscheidenheid.

Met de wedergeboorte ontvangt ieder ook één of meer genadegaven van de Heilige Geest. We horen bij het lichaam van Christus en elk lid van dat lichaam heeft een taak.

Lijsten met geestelijke gaven.



Vers 8

De gevangenis gevangen.

Jezus' lichaam ging in het graf.

Jezus' geest daalde niet neer in de hel, niet in de poel van vuur en zwavel (gehenna), maar Jezus' geest daalde neer in Hades, dodenrijk.

Ook in Handelingen 2:27 zegt Petrus dat Jezus niet van God verlaten is in de Hades.(foutief vertaald met graf)

De gelovigen van het OT nam Jezus, vanuit het dodenrijk, hades, mee en bracht hen in het hemelse paradijs.

Dat is "Zijn uitgang, Zijn uittocht" (letterlijk: Zijn exodus), waarover Mozes en Elia met Jezus spraken op de berg van de verheerlijking.

De gelovigen die, ná de opstanding van Jezus, overlijden, gaan naar het paradijs in de hemel.

Gaven aan de mensen.

Jezus stortte ná de hemelvaart Zijn Heilige Geest uit en deelde ook geestesgaven uit.

De geestesgaven worden concreet genoemd.



Vers 9

Neergedaald in de diepten.

Dat kan niet slaan op het graf van Jezus. Dat was niet eens ónder de grond.

Jezus daalde af in de sheool=dodenrijk. Jezus ging naar het hart van de aarde.

Volgens de bijbel is die plaats dus diep in de aarde. Korach, Dathan en Abiram gingen levend naar de "sheool" = dodenrijk, diep in de aarde.

In Psalm 139:15 staat deze uitdrukking ook, maar daar slaat het op de baarmoeder.


Zo ging Abraham niet in het graf bij zijn vaderen. Zijn geest ging wel naar het dodenrijk waar zijn voorvaders ook waren.

Mozes zou sterven en te ruste gaan bij zijn vaderen. God begroef Mozes in Moab. Daar was géén enkele voorvader begraven. Mozes ging naar zijn vaderen die ook reeds in het dodenrijk waren.

Zo lezen we ook van Aäron.



Vers 10

Neergedaald.

Volgens vers 9 is Jezus neergedaald in "de lagere delen van de aarde", dus in de sheool (Hebreeuws) of Hades (Grieks), in het rijk van de dood.


Boven alle hemelen.

De bijbel kent 3 hemelen. De koran kent er 7.


Om alle dingen te vervullen.

Jezus was het Lam van God. Hij werd geofferd aan het kruis.

Maar... Zijn bloed moest naar het verzoendeksel op de ark in de hemel. Dan is de verzoening aangebracht en alles vervuld.

Ook hemelse dingen werden door Zijn bloed gereinigd.


Gods feesten vervuld.

Jezus vervulde op de minuut af de vier voorjaarsfeesten van God. (Leviticus 23)

Over de vervulling van het 3e feest spreekt Jezus tegen Maria Magdalena. Die vervulling moest eerst gebeuren voordat men Hem mocht aanraken.

Jezus zal zo óók de drie najaarsfeesten vervullen.



Vers 11

De gaven die Jezus uitdeelt.

In vers 8 ging het over gaven.

Nu volgen enkele gaven, geestesgaven, die Jezus uitdeelt in de gemeente.


Apostel.

Opvallend dat "apostel" in de lijsten van genadegaven bovenaan staat.

Apostelen zijn de grondleggers. Daarom geen apostolische successie.

  1. De twaalf apostelen. Er waren er meer. Handelingen 14:14.
  2. Een gevolmachtigde boodschapper. Filippenzen 2:25.
  3. Verkondiger van het evangelie. Paulus, Barnabas (Handelingen 14:14), Silas (1 Thessalonicenzen 2:6) heten ook apostelen.
  4. Jezus noemt elke christen een gezondene, een gezant, een apostel. Johannes 13:16. Johannes 17:18.
  5. Er zijn apostelen die van gemeente naar gemeente gaan om dwalingen recht te zetten. 2 Corinthiërs 8:23. Filippenzen 2:25.

Profeet.

Profeten geven goddelijke openbaring door.

Ze hebben speciaal inzicht in de uitleg van het woord, toegespitst op actuele situaties.

Bijv. Agabus en de dochters van Filippus.

Ze vullen de goddelijke openbaring niet aan, maar voorzeggen toekomstige gebeurtenissen. Waarschijnlijk heeft Paulus deze laatste betekenis in gedachten, wanneer hij de profetie beschouwt als de belangrijkste van alle genadegaven.

Evangelist.

Filippus.

Timotheüs.

Gemeente-stichters, pioniers.

Maar ook hierin kan nog onderscheid zijn:

Herders.

Ze doen pastoraal werk voor plaatselijke gemeente. Zij hebben nodig een woord van wijsheid.

Een bijbelse herder is niet degene die een theologische studie afrondde, maar iemand die een geestesgave heeft ontvangen. Hij is door God gezalfd.

Leraar.

Hij geeft onderwijs uit de Bijbel voor de plaatselijke gemeente. Hij heeft nodig een woord van kennis.

Verscheidenheid is nodig voor goede opbouw van de gemeente.

Deze ambten zijn door Christus gegeven, zegt Paulus. Ingesteld en aangesteld.


Niet genoemde gaven.

In de kerkgeschiedenis ontdekken we ook gaven die in de bijbel niet worden genoemd.

Zo had Charles Wesley de gave om prachtige liederen te dichten.



Vers 12

Lichaam van Christus.

Dat is de gemeente.

De gemeente bestaat voor 100% uit gelovigen.

Gemeente is niet hetzelfde als kerk. Kerkmensen zijn misschien geen ware gelovigen.


Doel vd geestesgaven.

  1. Toerusten tot dienstbetoon. Wees elkaar tot hand en voet.
  2. Opbouwen van de gemeente. Getuig van Jezus. Dat wil de Heilige Geest ook graag. Johannes 15:26.

Geestesgaven krijg je voor een taak, een bediening. Gaven zijn niet voor jezelf, maar tot nut van anderen en tot eer van God.

We moeten werken aan groeien in de waarheid en groeien in de liefde tot Jezus en de naaste.

De leiders (apostelen, evangelisten enz.) moeten de gemeenteleden trainen, de heiligen toerusten, en aan het werk zetten. En dat in 2 richtingen:

  1. Tot het werk van de bediening, dus diaconaal. Dienstwerk in breedste zin.
  2. Tot opbouw, dus pastorale zorg voor elkaar, woord verkondigen en uitdelers en troosters zijn.

Werkbij of dar?

We moeten in de gemeente zijn als werkbijen en niet als darren. Darren consumeren en zijn passief, werkbijen zijn productief en ijverig op veel terreinen.

We moeten ons ijverig inzetten voor de gemeente.



Vers 13

2 doelen.

  1. Eén zichtbare en volledige geloofsgemeenschap.
  2. Volle geloofskennis van Christus.

Zo ontstaat een volwassen gemeente, waarin de gaven van de Heilige Geest functioneren. De geestesgaven moeten het groeiproces bevorderen.


Tot kennis van de Zoon van God.

Onderwijs is een wezenlijk onderdeel van de opvoeding tot volwassenheid. Ook tot de geestelijke volwassenheid.


Volwassen man.

Ons levensdoel is NIET gehaald als we wedergeboren worden. Op dat moment zijn we geestelijk een baby.

Ons levensdoel is de volwassenheid.



Vers 14

Heen en weer geslingerd.

Als we een geestelijke baby blijven en geen geestelijke groei kennen, dan zijn we niet standvastig. We zijn vatbaar voor allerlei leringen die ons juist van Jezus kunnen afdrijven.


Geestelijk volwassen worden.

Dat heeft direct te maken met onze voeding. Krijgen we steeds "melk" of krijgen we "vast voedsel"?



Vers 15

In liefde aan de waarheid vasthouden.

Wees als een verloofd meisje. Voor haar is haar verloofde álles. Richt je zo alléén op je Geliefde. Jezus ís de Waarheid.

Lijk zo op Jezus en groei zo steeds meer naar Hem toe.


Groeien naar Hem.

Dit is een geestelijk doel.

Gods Geest maakt gelovigen tot oprechten, tot mensen die waarheid spreken en leven met liefde in het hart en die met elkaar en met Christus verbonden zijn.

Geestelijke volwassenen moeten we worden!

Hoe méér we met Jezus omgaan, hoe méér de liefde zal groeien.



Vers 16

Een groeiend lichaam.

De bron van de groei is het levende Brood Christus. Hij zorgt zoals een man voor zijn vrouw. Hij voedt haar en onderhoudt haar.

Samengevoegd, bijeengehouden.

Alle leden in de gemeente moeten op de juiste manier verbonden zijn, een organisch geheel vormen, een organisme zijn en NIET een organisatie.

Als ieder lid werkt, zoals het moet, dan groeit het lichaam en is het gezond.



Vers 17

Niet meer in de zonden leven.

Gelovigen hebben het oude zondige leven afgelegd en wandelen in een nieuw leven.

Ze hebben zich met Christus bekleed.

Dus: niet meer terugkeren naar dat heidense leven.

Ook niet flirten met de wereld. Richt voortdurend je blik op Jezus.


Zinloosheid van hun denken.

Alles was vroeger zinloos en gericht op het aardse.

Bij gelovigen is dat nu radicaal veranderd. Ze zoeken nu de dingen die boven zijn, waar Christus is.



Vers 18

Het vroegere leven.

Paulus beschrijft in de verzen 18-19 de heidense leefwijze. Een decadente los-van-God maatschappij.


Verduisterd van verstand.

Door de zonde is ook ons denken beïnvloed.

Juist de Heilige Geest verlicht ons verstand weer.

Vervreemd van het leven met God.

Ongelovigen weten niets van het leven met God en zijn er zich ook niet van bewust.

De heidenen verwerpen Jezus en dan hebben ze ook het leven niet.



Vers 19

Het goddeloze leven.

Losbandig, hebzuchtig, ontucht, onreinheid, gulzigheid. Alles ik-gericht.

In Romeinen 1:22-31 staat nog veel meer over het goddeloze leven.

Ook staat er zo'n lijst in



Vers 20

U hebt Christus zo niet leren kennen.

Het oude en het nieuwe leven is een verschil van dag en nacht . De geestelijke gelovige is heel anders. Die vertoont het beeld van Jezus.

Het "oude" is afgelegd volgens vers 22.

Het "nieuwe" is aangedaan volgens vers 24.



Vers 21

Als u tenminste...

Een vleselijke christen is wel wedergeboren, maar vertoont het beeld van Jezus niet. Die heult met de zonde.

Zo moeten we niet zijn. We moeten geestelijke christenen zijn.



Vers 22

De oude mens afgelegd.

Weg met dat oude kleed van de zonde. Aan de zonde is onze oude mens gestorven, met Christus gekruisigd.

Bij de doop is onze "gestorven oude mens" met Christus begraven.

Wat nog blijft is ons zondige lichaam. Daarin woont de vernieuwde geest. Er is dan ook voortdurend nog een strijd tussen geest en vlees.

We doen "de nieuwe mens" aan. We bekleden ons met Christus.

Dat moeten de mensen om ons heen duidelijk zien.

In de oude kerk.

In de oude Christelijke kerk hoorde het uitdrijven van demonen en het verlaten van de satan bij het doopritueel.

Dat was dus onderdeel van het "afleggen van de oude mens", het loslaten van de oude leefwijze.



Vers 23

Vernieuwd in ons denken.

De Heilige Geest vernieuwt ons innerlijk, ons denken.

We worden op God gericht en niet op het aardse.


Ons zondige lichaam, ons denken, is als een computer met zondige programma's. De nieuwe, wedergeboren geest wil dat niet. De Geest strijdt met het vlees. De oude programma's waren op de aarde en de zonden gericht. Ze moeten gewist worden. In ons denken moeten nieuwe programma's komen. Die moeten op God gericht zijn.

Dat is de vernieuwing van ons denken.



Vers 24

Bekleed met de nieuwe mens.

De oude jas uit, de nieuwe jas aan. En die oude jas, dat oude zondige leven, doen we nooit meer aan!!

De nieuwe mens hebben we aangedaan bij de wedergeboorte. Die nieuwe mens is Christus. We bekleden ons met Hem.

Dat werd zichtbaar bij ons opkomen uit het doopwater, waarin de oude mens werd begraven. Met Christus opgestaan en voortaan met Hem leven.

We begraven = dopen dus gestorven oude mensen. Ze zijn aan de zonden gestorven.

Gestorven oude mensen zijn dus gelovigen. We dopen dus gelovigen.

De gelovige staat met Christus op in een nieuw leven.


Gerechtigheid en heiligheid.

Dit zijn 2 eigenschappen van de nieuwe mens. Die eigenschappen moeten ook in onze levenswandel zichtbaar zijn voor iedereen.

Gelovigen zijn immers heiligen.

Leef heilig, want Uw God is heilig.



Vers 25

Spreek de waarheid.

Dat werd in vers 15 al gevraagd.

Jezus is de Waarheid.

Als wij de waarheid spreken, lijken we op Hem.

Dan hebben we ons met "de nieuwe mens bekleed".

Leden van elkaar.

Leden van één lichaam werken elkaar niet tegen. Als je oog een slang ziet, dan is het oog bekommerd om de voeten en waarschuwt.



Vers 26

Boos worden.

Boos worden mag.

Boos blijven is duivels.

Toorn kan best gerechtvaardigd zijn, maar volhardt er niet te lang in, anders gaat die toorn zich vasthaken in je hart. Zo ontstaat wrok en bitterheid.

Toorn die oplaait door persoonlijke belediging is fout.

"Ga nooit boos slapen" staat er in de Septuaginta in



Vers 27

Geeft de duivel geen plaats.

Geef satan in je leven geen voet aan de grond. Bij heel veel christenen heeft satan een ingang, omdat ze een slordig leven leiden. Ze houden zonden aan de hand en breken er niet mee.

Dat kan in jouw leven leiden tot gebondenheid of erger.

De "overste van de macht van de lucht", de duivel, werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid.

Er zijn ook territoriumdemonen. Zij hebben macht over een bepaald gebied. Als jij je in hun gebied begeeft , geef je de demon een mogelijkheid om in je leven te komen. Je geeft satan een plaats.

Als Jezus in het gebied van demonen komt, reageren de demonen heftig.


Hoe kun je satan tegenstaan?

  1. Breek resoluut met de werken van het vlees.
  2. Houd geen zonden aan de hand.
  3. Sta in de wapenrusting van God.



Vers 28

Vlucht van de zonden.

In de verzen 28-31 worden opnieuw werken van het vlees genoemd.

Die moet je niet meer doen. Daaraan is de oude mens gestorven.

Delen met een ander.

Zo behaag je God en maak je de naaste blij.



Vers 29

Leefregels.



Vers 30

De Geest niet bedroeven.

Bedroef de Geest niet door te "flirten" met de zonden.

Als jij je ja-woord aan Jezus gaf, leef dan helemaal voor Hem. De Geest wil ons vernieuwen naar het beeld van Jezus, maar als we tegenwerken door aan de zonden vast te houden, dan wordt de Geest bedroefd.


Verzegeld:

Verzegelen is een werk van de Heilige Geest. Het betekent: Je bent het eigendom van Christus. Het verzegelen gebeurt bij de wedergeboorte.

De Heilige Geest is onderpand, als een aanbetaling. Het is als een verlovingsring, die een geschenk van de Bruidegom is. Het is een bewijs van Zijn liefde voor ons. Zijn naam staat erin gegraveerd.





Vers 31

Werken van het vlees.

Breek er resoluut mee.

Ze horen bij onze, in het doopwater begraven, oude mens. Bij een begrafenis nemen we immers definitief afscheid.



Vers 32

Wees vriendelijk voor elkaar.

Op de klank af hoor je "wees Christus voor elkaar".

Waarom moeten wij vergeven?

Hoe moeten we vergeven?

We moeten onze naaste vergeven zoals God vergeeft.

We moeten niet zeggen dat we iemand vergeven, maar tegelijk blij zijn als we die persoon niet meer zien.


Wat geeft bevrijding als we vergeven?

Het geeft bevrijding als we het oordeel terug leggen waar het hoort. Leg het oordeel in Gods handen.



<