Hoofdstuk 1


Vers 1

Paulus...

Heiligen.

Paulus noemt ze niet "zondaren", maar "heiligen".(= voor God apart gezet) Ze zijn door God geheiligd. Het is een geschenk van God en niet een prestatie van ons.

Hun oude zondige mens is met Christus gekruisigd.

Heiligen zijn de mensen die apart gezet zijn voor God, gelovigen.

Ze leven op aarde (Efeze), maar ze zijn ook hemelburgers.

Ze zijn door Jezus geheiligd op grond van Zijn volmaakte offer.

Ze behoren heilig te leven omdat ze geheiligd zijn.

Vraag:

Noem jij je liever gelovige of heilige of zondaar? Waarom?

Efeze.

Christus.

In deze 14 verzen wordt Jezus wel 15x genoemd. Doordat we in Hem zijn, ontvangen we veel zegeningen.

De bruid van Christus trouwt "in gemeenschap van goederen".

Kenmerken van de gemeente.

Het gaat in deze brief over Jezus en de gemeente.


De gemeente:

  1. Is één. Ef 4:4.
  2. Is heilig. Ef 5:26-27.
  3. Is de aanvulling van Jezus, zoals de vrouw een aanvulling is op de man. Ef 1:22-23
  4. Is gebouwd op Jezus. Ef 2:20.
  5. Is in de hemel gezet met Jezus. Ef 2:6.
  6. Heeft goede werken. Ef 2:10.
  7. Wandelt in liefde. Ef 5:2
  8. Zoekt Gods wil. Ef 5:10.
  9. Gebruikt de tijd goed. Ef 5:16.
  10. Heeft Christus als Hoofd. Ef 4:15.

Dit kan alléén als de gemeente IN Christus is!!



Vers 2

Genade en vrede.

God is de God van alle genade.

Genade ontvang je terwijl je het niet verdient.

Blijf bij de genade.

Vrede duidt op hersteld contact, een verzoening ná een periode van strijd.

God is de God van de vrede.

Ook Jezus is een Bron van genade en vrede.



Vers 3

Gezegend zij God...

We zegenen God door te zeggen hoe goed en volmaakt Hij is en hoe goed het is wat Hij doet.

Als een gelovige zich realiseert dat hij / zij gezet is in de hemelse gewesten en dat hij/ zij in Christus elke geestelijke zegening bezit, dan gaat hij / zij God loven.

De bruid draagt de naam van de Bruidegom.

In Hem zijn we heilig.

Hij is heilig, wij ook in Hem.

Hij heet: de Rechtvaardige.

Wij zijn rechtvaardigen in Hem. De bruid draagt Zijn Naam, de Rechtvaardige - Zondaar


Hier volgt nu een grote lofzang op God.

De Vader zegent ons, omdat we, door Jezus, Zijn (schoon)kinderen zijn. We erven mét Christus en zijn erfgenamen van God.

Hemelse gewesten.

Er staat hier meervoud.

Er zijn dus "lagen".

De Vader zit in de hoogste laag. Daar zit ook Jezus. Wij hebben "in Christus" ook daar een plaats.

De demonen zijn ook in de hemelse gewesten.

Ze staan allemaal onder macht van satan.

Alle geestelijke zegen.

God heeft ons gezegend! Nú !!!

Het gaat om alle geestelijke zegeningen. We zijn "in Christus". Alles wat Hij heeft, is ook van ons, gelovigen.

We trouwen met Jezus in gemeenschap van goederen.

Wees je bewust van jouw geestelijke rijkdom en leef eruit.


Alle zegeningen.

Een hemels volk moet heilig leven!

In Christus.

De ware gelovige is "in Christus" en op grond daarvan ziet God ons als heilig en onberispelijk.


De verzen 3-14.

Er zijn eigenlijk 3 coupletten.

  1. De verzen 3-6. Ze gaan terug naar het verre verleden. Ze gaan over God de Vader. Het couplet eindigt met: tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade.
  2. De verzen 7-12. Het 2e couplet gaat over de Zoon. Het gaat over de tegenwoordige tijd. Het eindigt met: tot lof van Zijn heerlijkheid.
  3. De verzen 13-14. Het 3e couplet gaat over de Heilige Geest. Ook dat eindigt met: tot lof van Zijn heerlijkheid.



Vers 4

Uitverkoren in Hem.

De uitverkiezing van Jezus had een doel: door Hem zou de mens heilig en onberispelijk voor Gods aangezicht kunnen leven.

Jezus is van vóór de grondlegging van de wereld uitverkoren om zondaren zalig te maken.

Wie in Hem geloven, delen in Gods verkiezing. Ze zijn uitverkoren in Hem.


Verkiezing en verantwoordelijkheid.

God verkiest, maar met een doel. God wil niet dat iemand verloren gaat.

Als iemand verloren gaat, is dat omdat hij Christus verwierp. Hier gaat het om onze verantwoordelijkheid.


In de liefde.

Dit slaat op de liefde van God. Hij is Liefde.

Het slaat op Jezus. Die is "de Zoon van Zijn liefde". Hij is de openbaring van Gods liefde.

Wij moeten in liefde leven, liefde tot God en liefde tot elke naaste.


Heilig.

Heiligheid is géén prestatie van ons, maar wel een leven, afgezonderd van de wereld en een leven in gemeenschap met God.


Uitverkoren opdat wij heilig...

Verkozen met een doel.

God koos Abraham (Genesis 18:19) met 2 doelen.

  1. Opdat...
  2. Opdat...

Uitverkoren, opdat...

Uitverkoren, om.......

Jesaja 43:10.

Johannes 15:16.

Handelingen 9:15.

1 Corinthiërs 1:27-28.

Ef 1:4.

Jacobus 2:5.

1 Petrus 1:2.

1 Petrus 2:9.

Deuteronomium 14:2.

Deuteronomium 18:5.

Deuteronomium 21:5.

1 Samuel 2:28.

1 Koningen 8:16.

1 Kronieken 15:2.

1 Kronieken 28:4-5.

1 Kronieken 28:10.



Vers 5

Als kind aangenomen.

Dit "aannemen als kind" is niet hetzelfde als bij ons "adopteren". Adoptie kan in onze maatschappij buiten eigen kinderen om. Dat kan bij God nooit. Wij worden Zijn (schoon)kind, omdat we als bruid bij Jezus horen.

Gods "schoonkind" is Hem even lief als Zijn eigen Zoon.

Jezus is voor ons de enige weg om Zijn Vader als onze Vader te krijgen.

Geloof in Jezus. Als Hij de Bruidegom is, zijn wij de bruid. Dan neemt God ons om Christus, Zijn Zoon, als (schoon)kinderen aan. Dus alléén via "een huwelijk met Jezus" komen we in het gezin van God.


Voorbestemd om...

Paulus noemt hier 2 doelen van de verkiezing.

  1. Kind van God te zijn. We zeggen reeds: Abba, Vader. Romeinen 8:15. We zijn nú reeds kinderen van God. Galaten 4:5-7. Zie ook 1 Johannes 3:2. We zien uit naar het volmaakte. Dat is onze hoop. Filippenzen 3:21.
  2. God en Zijn genade te prijzen (vers 6).

Datzelfde lees je in:

Het plan van God en van Christus lezen we ook in



Vers 6

Tot lof van Zijn heerlijkheid.

God neemt ons, gelovigen, tot Zijn kinderen aan met het doel dat we Zijn heerlijkheid zullen prijzen.


We ontdekken 3 delen.

  1. Over de Vader. (verzen 3, 4, 6)
  2. Over de Zoon. (verzen 7 t/m 12)
  3. Over de Geest. (verzen 13, 14)

Alle gedeelten eindigen met "tot lof van Zijn heerlijkheid". Dat is het doel van God.

In de Geliefde.

Dat is Jezus.



Vers 7

In Hem.

De gelovigen zijn de bruid van Jezus. Zij horen bij Hem. Zij worden in alles in Hem gerekend. Buiten Hem is er géén zaligheid.

We hébben verlossing.

Studiebijbel: de tegenwoordige tijd "hebben" betekent dat de verlossing meer is dan een eenmalige historische gebeurtenis. De verlossing en de vergeving zijn effectief in het leven van elke dag. De volmaking van de verlossing, nl. de verlossing van ons lichaam, is nog toekomst.


Verlossing.

Gelovigen zijn verlost uit de slavernij van de zonden, verlost van de macht van de zonde.


Door Zijn bloed.

Jezus deed als Hogepriester verzoening met Zijn eigen bloed in de hemel.

Als Jezus niet was opgestaan, had Hij géén verzoening kunnen doen en dan was ons geloof tevergeefs.

Jezus stond op om onze rechtvaardigmaking.



Vers 8

Die Hij ons

"Die" = de genade (vs 7)


Wijsheid en bedachtzaamheid.

Het kan ook vertaald worden met: wijsheid en inzicht.

Met wijsheid en inzicht heeft God ons een geheimenis bekend gemaakt.

Wijsheid.

God verlichtte ons verstand toen we wedergeboren werden.


Bedachtzaamheid.

De wijsheid wordt zichtbaar in bedachtzame levenswandel.

Wijsheid en bedachtzaamheid zijn vrucht van wat God openbaart. God geeft met wijsheid en inzicht aan ons inzage in Zijn reddingsplan. Dat is een geheimenis.



Vers 9

Wat is het geheimenis van Gods wil?

God zal alles onder de macht van de mens Jezus brengen.

Hij keert als mens terug en zal als Zoon van David in Jeruzalem regeren.

God wil het behoud van zondaren.

God maakt ons dat bekend door de Heilige Geest die Gods Zoon in ons openbaart.

Geheimenis is geen geheim.

Het geheimenis.

Vóór de uitstorting van de Heilige Geest kende niemand deze wil van God.

Deze verborgen raadsbesluiten konden pas geopenbaard worden ná de komst van Jezus, nadat Hij Zijn verzoeningswerk klaar had.

In de openbaring van Gods geheimenis moeten we ons verheugen. Dat moet leiden tot een heilig leven.


Geheimenissen.





Vers 10

Volheid van de tijden.

Hier staat "tijden", meervoud. Dat is toekomst.

In de volheid van de tijd (enkelvoud) werd Jezus geboren.

In de volheid van de tijden zal Jezus wederkomen.

Elke knie zal zich dan voor Jezus buigen.

In deze heerlijkheid van Jezus deelt ook de gemeente.

Aarde en hemel.

Als God had Jezus alles reeds onder Zijn macht.

Alles komt nu onder de heerschappij van de mens Jezus. In het vrederijk is de aarde vol van de kennis van de HEERE.

Ook de hemel, de engelenhemel, waar volgens Job 1:6 ook de boze engelen kunnen komen, komt straks onder de heerschappij van de mens Jezus. Dan heeft Satan daar geen toegang meer. Satan wordt uit de hemelse gewesten geworpen door Michaël.



Vers 11

Een erfdeel geworden in Hem.

Door onze (huwelijks)relatie met Christus, zijn wij erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus.

Zo is Israël ook Gods erfdeel, na de "huwelijkssluiting" op Sinaï. De Joden waren als eersten uitgekozen.


Voorbestemd...opdat.

Onze verkiezing heeft een doel. In vers 12 staat dat doel.

In Ef 1:4 zien we hetzelfde: uitverkoren, opdat...



Vers 12

Opdat wij..

Hier staat het doel van onze verkiezing (vs 11: voorbestemd). We moeten God loven voor Zijn genade.


Wij die al eerder...

Dat zijn de gelovigen uit de Joden.



Vers 13

Ook u.

Nu bedoelt Paulus de gelovigen uit de heidenen.

Er is een tegenstelling tussen "wij" (vs 12) en "u" (vs 13), bekeerde Joden tegenover bekeerde heidenen.


Hoe wordt het heil ons deel?

Hier wordt de volgorde duidelijk genoemd.

  1. Horen van het woord van God.
  2. Geloven wat we hoorden.
  3. Verzegeld worden met de Heilige Geest. Dat gebeurt als we tot geloof komen en wedergeboren worden.

Geloof is uit het gehoor van Gods woord.

Het is "woord van de waarheid"

We kunnen erop aan.

Dit is het woord waarop we hopen.

Verzegeld met de Geest.

Als iemand de Geest niet heeft, dan hoort hij niet bij Christus.

We ontvangen de Heilige Geest bij de wedergeboorte. Dat heet: doop in de Geest.

De Heilige Geest gaat dan ook nooit meer weg.

In het Grieks wordt in vers 13 de aoristusvorm gebruikt. Dat laat zien dat het een eenmalige gebeurtenis is. Zo ook in

De verzegeling gebeurt bij de wedergeboorte, dus bij de vernieuwing van Gods beeld in ons worden we verzegeld met de Geest, gedoopt met de Geest.

De Heilige Geest getuigt in ons.

Een zegel bewijst:

Jezus was de eerste die met de Heilige Geest verzegeld werd.



Vers 14

Die het onderpand is.

We zijn verzegeld door de Heilige Geest. We zijn vrijgekocht. We zijn nu eigendom van Jezus. Verzegeling heeft dus te maken met het

Er is ook een toekomstig aspect. De Heilige Geest is een onderpand. Het is als een "aanbetaling". We zijn nu al eigendom van Jezus, en Hij komt zeker terug om ons op te halen. God staat voor onze verlossing in.

Er bestaan wel vleselijke christenen, die zijn niet vól van de Geest. De zaligheid kunnen ze niet verliezen, maar, als ze slordig leven, verliezen ze wel het loon . Het is belangrijk waarmee we op het fundament bouwen: hout, hooi of goud en zilver.

Onze erfenis.

Christus, als Zoon van God, is dé Erfgenaam van God.

Wij, als Bruid van Christus, zijn mede-erfgenaam van Christus.

Het onderpand, de Heilige Geest, stelt die erfenis zeker.

We ontvangen die erfenis als Jezus wederkomt.

Tot lof van Zijn heerlijkheid.

Met onze verlossing heeft God een doel.



Vers 15

Geloof en liefde.

Geloof werkt door de liefde.

Liefde is de goddelijke vrucht van het geloof in Jezus.

Twee belangrijke kenmerken in Efeze. Ze gaan, als het goed is, samen.

  1. Geloof in Jezus.
  2. Liefde tot alle heiligen.

Liefde voor álle heiligen.

Gelovigen uit de Joden en uit de heidenen dachten over verschillende zaken niet hetzelfde.

Toch is er respect en liefde.

Dat is voor Paulus reden om te danken.



Vers 17

Paulus' gebed.

Concreet vraagt Paulus om meer van de Heilige Geest.

Men is al verzegeld met de Geest, dus gedoopt met de Geest, maar er is meer. Paulus bidt om vervulling met de Geest, om meer onderwijs. Hij bidt om meer geesteswerking.

Die Geest leert ons meer van Christus en leidt ons in alle waarheid.

Die Geest verlicht ons verstand. Als we de Geest missen, dan begrijpen we de dingen van God niet.

Openbaringskennis.

We moeten weten dat God ónze Vader is. Dan kunnen we uit die kennis gaan leven. Dat is nodig.


De God van onze Heere Jezus.

Er zijn nog veel meer omschrijvingen van onze God.


Vader van de heerlijkheid.

God is de oorsprong van de heerlijkheid, de Bron.

Vgl.

In het kennen van Hem.

Als geloof zichtbaar wordt in de liefde, dan groeien we in genade en kennis van Jezus.

Petrus zegt hetzelfde.



Vers 18

Verlichte ogen van verstand.

Het werk van de Heilige Geest wordt vergeleken met licht. Kennis en licht horen bij elkaar. Eerder waren we in duisternis, in zonden.

Christus kennen is wandelen in het licht.

Wat doet de Geest?

Hoop van Zijn roeping.

De hoop van Zijn roeping is dat wij spoedig Christus gelijk zullen zijn.

Ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zichzelf zoals Hij rein is.

We hopen op grond van ons geloof.

De hoop is een anker van de ziel. Dat anker is vastgehecht in Jezus.

God riep ons uit de duisternis.

Dankzij die roeping hebben we een hoop op redding op grond van Jezus' werk.

De Geest leert ons dat we nooit meer in het oordeel zullen komen, maar eeuwig vrij zijn.

God riep ons met een heilige roeping.

Door Zijn genade zijn we deelgenoten geworden van de hemelse roeping.

Rijkdom van de heerlijkheid.

God gaat ons grote rijkdom en heerlijkheid geven, rondom de troon van God en van het Lam, maar ook straks als Jezus in heerlijkheid verschijnt. Wij komen dan met Hem in heerlijkheid.

We krijgen een erfenis, die God voor ons bewaart.

Paulus bidt of de gelovigen de rijkdom van de heerlijkheid van de erfenis zullen kennen en in die kennis zullen toenemen. Ze zijn immers erfgenamen van God.

En... wat van Jezus is, is ook voor de gelovigen.



Vers 19

De allesovertreffende kracht.

Dit is het 3e deel van het gebed van Paulus.

Hij vraagt of de gelovigen mogen weten wat de allesovertreffende kracht van God is in hun leven.

Wij zijn door God levend gemaakt, zoals Hij eens Christus levend maakte.

Die opstandingskracht werkt ook in ons. Over deze opstandingskracht heeft Paulus het. Jezus stond op door de grote kracht van God. Uit die kracht leven wij ook.

Wij delen in dezelfde grote kracht.

Als God Christus niet had opgewekt, dan had Jezus ook geen verzoening gedaan in de hemel.

Dan was ons geloof tevergeefs.

Dan zou God ons ook niet kunnen zegenen met alle geestelijke zegeningen.

Jezus verheerlijkte Zijn Vader en Zijn Vader verheerlijkte Jezus en zette Hem aan de rechterkant van Zijn troon.

Deze allesovertreffende kracht van God komt ons ten goede. Ook wij zijn met Christus opgewekt en in Hem gezet in de hemelse gewesten.

Kennen wij deze kracht wel voldoende? Leven we eruit?

Die grote kracht hoort bij het normale volwassen christenleven! En wat in Romeinen 7 staat :"ik ellendig mens" , dat is niet het normale volwassen christenleven. Dat hoort bij de baby in het geloof.



Vers 20

Aan Gods rechterhand.

We hebben een Voorspreker bij de Vader.

Dat is een krachtbron voor ons geloof.


In de hemelse gewesten.

Satan en de demonen verkeren in de hemelse gewesten, maar Jezus is daar de machthebber.



Vers 21

Ver boven..

Nieuw in de hemel is de verheven positie van de mens Jezus.

Toekomende wereld.

Letterlijk : toekomende tijdperk.

In de toekomende wereld, het vrederijk, zal Jezus ook de Koning der koningen zijn.

Engelenklassen.

  1. Overheid (archai).
  2. macht (exousia).
  3. kracht (dunamis).
  4. heerschappij (kuriotès).

Ook op andere plaatsen vinden we engelenklassen.



Vers 22

Jezus, Hoofd over alle dingen.

De Zoon van God is Schepper, samen met de Vader en de Heilige Geest. Hij had reeds de macht over de schepping.

God geeft nu de méns Jezus alle macht over de hele schepping.

Deze machtige Jezus is het hoofd van de gemeente.

De gemeente deelt als Zijn vrouw, in Zijn machtige positie.

De gemeente is niet aan Jezus onderworpen, niet onder Zijn voeten, maar aan Zijn hart.


We zíen nog niet dat alles aan Hem onderworpen is.

We zullen het gaan zien als Jezus wederkomt.

Alles is aan Jezus onderworpen, behalve God de Vader zelf.

Jezus, Het Hoofd.

De man is hoofd van de vrouw.

De man heeft haar lief. Geen man heeft zijn eigen vlees gehaat. Dus: de vrouw, hoewel ze een eigen lichaam heeft, wordt het lichaam, het eigen vlees, van de man genoemd.

Zo is ook Christus het Hoofd van de gemeente. De gemeente heeft eigen leden, en heeft ook zélfs een éigen hoofd. Dat is niet Jezus.

Jezus is het Hoofd van de gemeente, zoals een man het hoofd van de vrouw is.



Vers 23

De gemeente is Zijn lichaam.

De vrouw wordt ook het eigen lichaam van de man genoemd, maar dat betekent niet dat de vrouw geen eigen lichaam heeft.

Jezus heeft een eigen lichaam. Daarmee werd Hij geboren.

De gemeente, Zijn bruid, is een lichaam met veel leden en zelfs met een eigen hoofd.

De gemeente is het lichaam van Jezus zoals het lichaam van de vrouw het lichaam van de man is. Jezus is haar Hoofd. Hij leidt en zorgt en beschermt.

Een vrouw heeft een eigen hoofd, maar ook haar man als hoofd van het gezin. Zo is het ook bij de gemeente.


De vervulling van Hem.

Anders:

Plèrooma betekent:

Plèrooma staat hier "actief". Het "vult" iets, zoals water een vaas vult.

Het kan ook zijn zoals een lap op een scheur. Het maakt het kleed weer "volledig".

Zo kan de gemeente de mens Jezus "compleet" maken. Zo maakt de vrouw de man compleet. Ze vult aan wat bij de man ontbreekt. God schiep de mens "mannelijk en vrouwelijk". Adam en Eva vormden sámen "dé mens".

Zo is de gemeente de aanvulling voor de mens Jezus. Jezus wil leven in een innige relatie met Zijn bruid, Zijn vrouw.

Als Gód heeft Jezus natuurlijk géén aanvulling nodig.



<